Ik ben weer terug in Maleisië en na de drukte van de voorbije weken waardoor ik er niet in geslaagd ben om mijn westerse avonturen in Canada en de VS te vervolledigen, dacht ik – gezien de hoeveelheid werk die op de plank ligt – er niet toe te komen ook maar één woord op mijn blog te kunnen schrijven. Maar het lot heeft er anders over beslist. Niet dat het een slechte reis is geworden – ik ben immers maar een paar uur geleden aangekomen in het hotel dus veel meer dan over mijn heenreis kan ik eigenlijk niet schrijven – maar het was niet evident om hier te geraken en dan nog mèt bagage.

Neen, de reis was niet oncomfortabel, toch niet wat het vliegtuig betreft, maar samenloop van omstandigheden hebben toch voor wat – minimale – spanning gezorgd. Maar laat ik beginnen met het begin. De beste verbinding tussen Brussel en Kuala Lumpur wordt nog altijd verzekerd door onze noorderburen en wie weet ooit terug landgenoten van KLM. Er is maar één probleem (een luxeprobleem ik weet het): het vliegtuig dat op Kuala Lumpur vliegt (en daarna doorvliegt naar Jakarta op Indonesië – hoe kan het ook anders) is één van de weinige vliegtuigen in de gehele KLM-vloot dat nog niet is geüpgrade, zoals dat dan heet. Het ziet er allemaal nogal gammel uit en de films worden op een gemeenschappelijk scherm vertoont, net te klein om de ondertitels te kunnen lezen en het eten wordt geserveerd uit een soort plastieken voederbakjes (met de nadruk op –jes) en liefst dan nog soep, waarbij je bij het openen van het doosje onvermijdelijk de helft al over je krijgt en de rest niet kan neerzetten omdat diegene voor je zijn stoel volledig achteruitgeklapt heeft. Business class daarentegen is nog net te pruimen, maar een beetje duur. Tijdens de vakantie zijn er wel goedkopere tarieven, maar waren enkel beschikbaar op data die mij niet uitkwamen (en mijn verblijf met een week zouden verlengen – iets wat niet mogelijk was voor mijn werkschema).

Op zoek dus naar alternatieven. Upgraden met airmiles was ook geen optie, want blijkbaar werkt het frequent flyer programma enkel als men het vliegtuig niet vol krijgt, dus op dezelfde momenten dat business class nog min of meer betaalbaar blijkt voor een klein bedrijfje zoals het onze. En 14 uur in een klein stoeltje met je voorbuur ei-zo-na op je schoot, been there, done that en ik wou het niet opnieuw meemaken. De hulp inroepen van wereldwinkelvriendin Sarah dan maar. Zij werkt bij een reisbureau en kan soms de meest ongelooflijke combinaties uit haar computer toveren. Deze keer viel het ook wel mee, maar uiteindelijk heb ik dan toch gekozen voor een niet evidente oplossing: JetAirways. Ik had een paar weken geleden mijn eerste JetAirways ervaring toen ik naar Toronto vloog en die was hartstikke meegevallen. De stoelen zijn redelijk ruim, het eten is goed en wordt geserveerd op een echt dienblad met echt bestek en je hebt een persoonlijk videoscherm en je kan bekijken wat je wil. En, ze hebben een connectie met Kuala Lumpur over Chennai (Madras) in India. De prijzen zijn redelijk, enkel de terugvlucht heeft een 12-uur wachttijd in Chennai. Maar er zijn ergere dingen, denk ik dan optimistisch.

Inchecken kan volledig online en je print je boarding pass (na keuze van je stoel – nooduitgang is echt aan te raden en in tegenstelling tot KLM hoef je niet extra te betalen en zijn deze stoelen meestal nog vrij omdat de meeste JetAirways passagiers Indiërs zijn die in familieverband reizen) en klaar is kees. Behalve natuurlijk dat het personeel in Brussel (Zaventem) duurder is dan in India, dus er is een onderbezetting en er zijn problemen met het computersysteem, dus de bagage drop werkt niet. Aanschuiven dan maar bij economy. En dat heeft ongeveer een uur geduurd. Ik krijg ook de mededeling dat ik mijn bagage in Chennai moet ophalen en dan opnieuw inchecken – hmm, hoe ga ik dat doen zonder visum? – maar dat zijn zorgen voor later. De boarding verloopt zeer vlotjes, maar dan komt de mededeling dat er vertraging is opgelopen bij het laden van de cargo en daardoor zijn we ons opstijgslot kwijt. We moeten een drie kwartier wachten. Dat betekent dus ook drie kwartier later in Chennai, maar ik heb in totaal anderhalf uur, waarvan er nu nog 45 minuten overblijven, wat meer dan genoeg moet zijn voor een transfer (met boarding pass). Gelukkig wist ik toen niet beter.

De vlucht verliep voorspoedig, op een paar inefficiënties van de uitermate vriendelijke en behulpzame staff na (Indiërs nemen graag de tijd voor een praatje). De toiletten werden minstens één keer per uur gekuist, het eten was goed en de turbulentie minimaal. En toen landden we in Chennai. Mijn naam werd afgeroepen: ik moest de ground staff onmiddellijk contacteren. Ik dacht dat we aan een gate stonden en vroeg me af waar het allemaal over ging, maar voor de eerste keer in mijn leven ben ik uit een grote Airbus gestapt via de trap. Ondanks het nachtelijke uur (1u15) was het 30°C en drukkend. Een verantwoordelijke van JetAirways wachtte me op en vertelde me dat 50 minuten nogal krap was om mij te transferreren en dat ze hun uiterste best gingen doen om mijn bagage mee te krijgen, maar dat het waarschijnlijk niet ging lukken (slechts 10% slaagkans). Ik snapte toen niet waarom. Nu wel.

Chennai International is een kleine luchthaven, maar vergeven van de administratieve processen. Mijn uitstapgate en instapgate lagen welgeteld 10 meter van elkaar. Toch heeft het meer dan 40 minuten geduurd om mij van de ene kant naar de andere kant te brengen. Officiële papieren, stempels, veel overtuigingskracht en telefoongesprekken waren nodig om mij door de chaos te leiden (en reken maar dat de luchthaven even druk is ’s nachts als overdag – geen nachtvluchtenverbod hier!). Daarbij kwam nog het feit dat een web-boarding pass in Chennai niet geldt voor internationale vluchten, dus moest er een nieuwe gemaakt worden – manueel – ingevuld met balpen!! Hoe het gelukt is, weet ik nog altijd niet, maar ik ben blij dat ik bij de terugvlucht 12 uur heb. Niettemin vind ik het enorm knap van JetAirways dat ze zoveel moeite gedaan hebben om mij doorheen alle formaliteiten te loodsen. In business kan je zoiets misschien nog verwachten, maar zeker niet in economy.

Daarenboven zijn ze er ook in geslaagd om mijn koffer te vinden en op mijn vlucht naar KL te zetten! Joepie! Al had ik al een voorgevoel en de nodige reservekledij in mijn handbagage gestoken. Het rare is dat voor passagiers er dus enorm veel administratieve procedures zijn, maar iedereen kan gewoon de bagageruimte in en een koffer verplaatsen… Benieuwd hoe het op de terugreis zal verlopen.

Eén van de mensen die mij door de chaos begeleidde, vroeg me of er geen betere connecties waren naar Kuala Lumpur uit Brussel. Moeilijk te beantwoorden vraag. In theorie wel. In praktijk is de service van JetAirways wel een stuk beter, maar ik denk toch dat een transfer in India geen aanrader is. ‘t Is maar dat je het weet. Je kan niet alles hebben. There’s no such thing as a free lunch.

Eens in KL aangekomen, merkte ik ook dat ik de verkeerde rij bij de paspoortcontrole had genomen. Slechts 2 mensen voor mij, maar allebei met een probleem. Maar mijn bagage was er toch nog niet, dus nog snel tijd om een sanitaire stop te maken. Daarna naar buiten en op zoek naar de taxi-counter die plots verdwenen was. Er was er wel eentje net voordat je buiten komt, maar die was ik gewoontegetrouw voorbij gelopen. Dan maar een alternatief gevonden dat een stuk duurder was. Benzineprijzen zijn één ding, maar afzetterij een ander. Alhoewel. Het was de eerste keer dat ik daadwerkelijk op 35 minuten in het hotel was – iets wat in de hotelbrochure staat, maar wat de meeste taxi-chauffeurs niet kunnen wegens redelijk onbekend (en vooral nieuw).

In het hotel voelde ik me onmiddellijk thuis. Ook al was het een 5-tal maanden geleden dat ik hier nog was geweest, werd ik herkend. Dat geeft altijd een goed gevoel.

En na een paar uur slaap is het nu tijd om wat te werken.

Tot de volgende,

Tom

Hoi allen,

Mijn weblog is niet echt up to date wegens niet al te optimale schrijfcondities tijdens mijn vakantie. Maar ondertussen ben ik terug thuis en zal er de komende dagen werk van proberen te maken om de gaten in te vullen. Eentje heb ik alvast kunnen dichten. Ik heb al mijn foto’s (meer dan 800) opgeladen op mijn fotosite. Surf dus naar http://tom-vandenbroeck.magix.net en bekijk wat ik niet kon beschrijven.

Groeten

Tom

Wow, het heeft eventjes geduurt, dat geef ik grif toe. Ik heb eventjes mijn laatste schrijfsels op mijn blog gelezen en die blijken toch meer dan een week oud te zijn. Het was dan ook niet makkelijk om iets op internet te plaatsen de voorbije dagen. Ten eerste zaten we in Denali National Park waar we niet echt in een hotel gehuisvest waren maar eerder in een soort cabines of chalets. Zeer gezellig, maar enkel het minimale comfort was voorzien, er was zelfs geen tv, iets wat mij voor de VS zeer vreemd lijkt. Daarenboven had ook mijn gsm geen dekking meer, alhoewel dat de voorbije dagen wel het geval is geweest. Blijkbaar roamt mijn toestel slechts op enkele VS-providers en is er in Alaska zo maar een vertegenwoordigd.

Het was anderzijds wel een aangename ervaring – ik was een beetje bang in het begin, zo zonder communicatielijnen, maar het went nogal snel, meer nog, eens je het beet hebt, kan je volledig zonder en negeer je zelfs berichten die je doorkrijgt op die zeldzame momenten dat je toch dekking hebt.

Na de laatste dagen in Alaska, waarbij we onder andere een 160 km lange highway hebben bereden die enkel uit gravel bestond en die op sommige plaatsen zo smal was dat er slechts eenrichtingsverkeer mogelijk was; ik een prachtige vlucht over de Alaska range gemaakt heb – een enorm lange bergketen in Zuid-Alaska – met inbegrip van een landing op de grootste gletjser van die bergketen waar ook het basiskamp voor de durfallen die een van de bergtoppen willen beklimmen is opgezet (foto’s volgen later); we een ongelooflijke grote hoeveelheid wilde beesten gezien hebben zoals beren, kariboes, uilen, hazen en nog veel meer; we kennis gemaakt hebben met het nachtleven in Alaska – licht tot 2 uur ’s morgens en veel zatlappen; we vele leuke, lekkere en soms ook  minder goede restaurants gevonden hebben en gezien hebben dat Anchorage ook een aangename stad kan zijn waar we ons afscheidsmaal gehouden hebben ( bij Ginger, al was het niet mijn keuze – heb wel wat aangedrongen – en iedereen was laaiend enthousiast) mocht ik de ochtend na erna om 4 uur mijn bed uit om dan een 6-uur durende trip te maken met de slechtste luchtvaartmaatschappij allertijden: United Airlines. Het vliegtuig was oud en vuil, de resten van de vorige reizigers waren nog duidelijk merkbaar, de entertainment-apparatuur was zo mogelijks nog slechter dan bij KLM en de beschikbare ruimte was hyperkrap. De stewardessen waren echter niet op hun mondje gevallen en zeer bekwaam. Daarenboven kregen we wel een kussen en een deken, iets waar je bij Air Canada, waar voor de rest niets op aan te merken is, extra voor moet betalen (al is het maar 2 dollar). Het is duidelijk dat United een luchtvaartmaatschappij in moeilijkheden is, maar ik weet niet of wat ze nu aan het doen zijn hen echt zal helpen. Ach ja, ik heb me voorgenomen de VS-luchtvaartmaatschappijen zoveel mogelijk links te laten liggen. Ik kijk al uit naar mijn vlucht naar Brussel met JetAirways, waar ik echt eten krijg zonder extra te moeten betalen en waar dat op een groot bord ligt en waar mijn bestek niet van plastiek is. Maar ik mag niet te hoopvol worden, want dan kan het enkel maar tegenvallen.

Kort samengevat: een slechte trip en een verspilde dag wegens nog eens drie uur-tijdsverschil, maar wat een mooie stad. En voor een keer had ik het juiste hotel gekozen, recht op de Magnificent Mile, de straat in Chicago waarrond het allemaal draait. Alles leek perfect. Behalve het weer. Zo’n 28 graden celcius en supervochtig.

Maar da’s voor de volgende keer, want ik moet nu mijn was gaan drogen.

Groetjes en tot gauw,

Tom

 

Feit: de hoofdstad van Alaska heet Juneau en is niet via weg te bereiken, enkel via vliegtuig of ferry.

Feit: Alaska heeft niet zoveel wegen en heeft meer vliegbrevetten dan rijbewijzen.

We zijn ondertussen in het dorpje Valdez aangekomen. De juiste uitspraak is Veldies. Alhoewel oorspronkelijk genoemd naar de spanjaard Valdez, wou het gemeentebestuur op een gegeven ogenblik afstand nemen van de Spaanse connectie en veranderde de uitspraak van de dorpsnaam.

Het is ook een klein dorpje dat vooral bekend werd door de raffinaderij en het eindpunt van de 800-mijl lange oliepijpleiding en de scheepsramp met de Exxon Valdez. 

Het is een rustige dag voor ongeveer de helft van ons gezelschap. 4 – met inbegrip van onze gids – gaan kayakken op zee en nemen een wandeling op een of andere gletsjer. De drie overgeblevenen die kunnen wandelen, doen een tochtje rond het dorp en nemen enkele adembenemende foto’s. De zon schijnt en het regent niet echt. Het is waarlijk een prachtige dag. De laatste in ons gezelschap – Elaine – heeft last van een verstuikte enkel en belt een taxi die haar in staat stelt een nabijgelegen canyon te bezoeken.

Zelf zit ik na onze wandeling met Elise – de Ierse - op een bankje te genieten van een koffie verkeerd (hier latte genoemd) en het zachte weer. Daarna gaan we een hapje eten (heilbot met cajun-kruiden) en daarna trekken we voor het eerst met z’n allen naar een bar. Dit keer wordt het de Pipeline Inn Lounge en het is een voltreffer. Een leuk interieur, geweldige bediening en live muziek van de hoogste klasse. De man voelt zich thuis op gitaar, akoestische gitaar, dwarsfluit en nog een aantal andere instrumenten en speelt prachtig. Je zou er de hele nacht kunnen zitten, maar da’s niet echt aangewezen. Morgen hebben we immers onze langste trip te verwerken, zo’n 550 km naar het Denali National Park, waarvan de laatste 160 km over de Denali Highway die volledig uit gravel bestaat. Dat wordt dus een interessant tripje.

De laatste dagen van onze reis door dit klein stukje Alaska gaan we op tocht door het nationale park, met de bus en ook te voet – met het risico om kariboes en beren tegen te komen – en misschien maken we zelfs een vlucht naar en op Mount McKinley (6194 m), de hoogste berg van de Verenigde Staten. En dat betekent leuke foto’s, maar die zal je pas kunnen zien als ik terug in het thuisland ben. En dat duurt nog meer dan een week.

Groetjes en tot binnenkort,

Tom 

Ons bootavontuur van gisteren was nog niet voorbij. Vandaag zouden we immers een ferry nemen van Whittier naar Valdez – herinner je de Exxon Valdez olieramp nog? – een boottrip van een dikke 3 uur. Er was ons gezegd dat de boot een stuk groter zou zijn, de tocht een beetje korter en de wateren iets rustiger. Niettemin namen we toch een pil tegen zeeziekte. Het resultaat was prachtig: geen last, of het nu aan de pillen te danken was of aan de rimpelloze boottocht, wie zal het zeggen, maar het resultaat was er naar.

Whittier is een vreemd dorpje. Het is slechts sinds 2000 te bereiken met de auto. Daarvoor moest je de trein nemen of de boot. De trein gaat door een smalle tunnel die aangelegd werd met behulp van dynamiet. De trein en de auto delen dezelfde tunnel en dit in beide richtingen. De tunnel is jammer genoeg maar een rijstrook breed. Dit betekent dat er een heel complex schema bestaat wanneer je naar het dorp kan rijden en wanneer je van het dorp weg kan rijden (niet vergeten dat de trein er ook nog langs moet).

De tunnel is ongeveer 6 km lang en is heel smal. Je rijdt ook letterlijk over de treinsporen. Het dorpje kent slechts een honderdvijftigtal inwoners die voor 80% gehuisvest zijn in het enige flatgebouw dat er staat. Vroeger was het een militaire uitvalsbasis, vooral omdat het zo ontoegankelijk was en omdat het het grootste aantal bewolkte dagen per jaar heeft in heel Alaska. En dat hebben we aan den lijve ondervonden.

’s Avonds zijn we allemaal samen een hapje gaan eten en in de late avond zijn enkelen onder ons nog het lokale nachtleven gaan verkennen. Ondertussen is het hier half twee ’s nachts en is het dus meer dan tijd voor bed. Morgen gaan er een aantal – ongeveer de helft – kajakken en gletsjerwandelen, de rest doet het rustig aan en gaat in de buurt op verkenning. Maar da’s voor later.

Dag,

Tom

 

De tweede dag van onze trip bestond volledig uit een 8-uur durende boottocht in en rond Seward. We zouden de kans krijgen om allerhande vogels en zeedieren te bekijken alsook een mooi zicht op een gletsjer die tot aan de zee komt. We zouden een stukje door de baai van Alaska varen, de toegangspoort tot de Stille Oceaan.

En zo gebeurde. Jammer genoeg zat het weer niet echt mee, dus werd het een hobbelige tocht en een aantal mensen kregen last van zeeziekte. Ik kon me nog net goed houden op de heenweg, dus op de terugweg heb ik een paar anti-zeeziektepillen geslikt en die bleken te helpen.

De dingen die we onderweg te zien krijgen, zijn eigenlijk onbeschrijflijk. Zelfs met een fototoestel als het mijne is het moeilijk om de realiteit goed weer te geven. Er is eigenlijk maar een manier en dat is het zelf meemaken. Gelukkig hebben we een paar mensen in onze groep die over zeer gesofisticeerd materiaal beschikken, dus ik ben er zeker van dat we een paar mooie plaatjes te zien gaan krijgen.

We hadden geluk en zagen alle dieren die op ons lijstje stonden: berggeiten, arenden, zeemeeuwen, dolfijnen, zwarte beren, orka’s, walvissen en nog een paar dingen waar ik de nederlandse benaming niet van ken. We zagen ook tot tweemaal toe een aantal stukken ijs van de gletsjer afbrokkelen. Het is eigenlijk vreemd om dit fenomeen gade te slaan: enerzijds kijk je naar een stuk geschiedenis en de wilde krachten van de natuur, anderzijds ben je wel een toerist die het niet echt moeilijk heeft om dit stuk natuurwonder te komen aanschouwen. Vroeger zou het echt een avontuur geweest zijn.

Te lang kan je er niet bij stilstaan. Tijd voor het volgende, niet…

 

Dinsdag moest ik al vroeg uit de veren. Om 7u30 werden we in de lobby van het hotel verwacht om kennis te maken met onze reisleider en onze reisgezellen voor de volgende acht dagen. Het hotel beloofde ook een deluxe ontbijt, maar ik vond er niks aan, in tegenstelling tot mijn medereizigers die allemaal – met een uitzondering – Amerikaanse staatsburgers bleken te zijn. De uitzondering kwam uit Ierland. In totaal zijn we met zeven, plus Emiko, onze reisleidster. Het is een bond allegaartje van personen, allemaal om ter uitbundigst. Er is maar een man buiten mezelf die aan de trip deelneemt, Randy genaamd. Da’s dus ook mijn kamergenoot voor de volgende week.

Het programma lijkt nogal rustig dus dat stelt mij gerust. Mijn reisgenoten lijken ook leuke, openhartige mensen dus dat zit wel snor – al zal later blijken dat sommigen hun mond net iets te veel opendoen, maar dat is moeilijk te vermijden.

Het reisdoel voor vandaag is Seward, een klein dorp ten zuiden van Anchorage. Halverwege stoppen we bij een wildreservaat, waar we zwarte en bruine beren te zien krijgen, alsook elanden, rendieren, kariboes, vossen, muskusossen en nog een paar soorten wild waarvan mij nu de naam even ontsnapt.

We houden halt voor lunch in een dorpje (of beter nederzetting) met de illustere naam ‘Hope’, ooit het centrum voor de goudzoekers, zelfs in die mate dat het gedurende een aantal jaren groter was dan Anchorage. We spreken in de hoogdagen over zo’n 3000 inwoners. Nu zijn er nog een kleine 300 overgebleven. We eten onze lunch op een bankje voor de toeristische dienst en daarna drinken we nog een warme chocomelk in het Seaview Cafe.

Daarna rijden we naar Exit Glacier, de enige gletsjer in de buurt die je vanop land kan bereiken. We wandelen tot vlakbij de gletsjer en nemen adembenemende foto’s. Je kan er jammer genoeg niet op.

Onze volgende en laatste stop is Seward, genoemd naar de Amerikaanse onderhandelaar die de verkoop van Alaska van Rusland aan de Verenigde Staten in goede banen moest leiden – waarin hij ook grandioos geslaagd is.

In dit dorpje, dat een paar straten groot is, maar wel een mooie haven heeft en een groots Sealife Centre, verblijven we twee nachten. Morgen gaan we op een excursie op het water, heel de dag lang.

Het was een lange dag en dus vallen we snel in slaap, alhoewel het licht blijft tot ongeveer middernacht…

 

Maar in het westen en niet in het oosten (of het midden) zoals gewoonlijk. Ik ben goed in Alaska aangekomen en mijn gsm werkt hier tot mijn grote verbazing perfect. Morgen is de grote dag en dus ga ik op tijd slapen. Het is hier tien uur later dan in Belgie dus als ik dit schrijf, is het voor mij de late avond en voor jullie al de vroege morgen.

Ik heb niet veel uitgestoken vandaag, behalve kennisgemaakt met de Amerikaanse border control… veel gedoe, maar of het veel uithaalt?

Heb hier in Anchorage een leuk restaurantje gevonden met lekkere fusion gerechten en heb gemerkt dat de taks op voeding hier 0 % bedraagt. Er is blijkbaar ook geen alcoholtax. Dat maakt het allemaal wat betaalbaarder.

Wat er mij de volgende dagen staat te wachten: ik heb er geen idee van, maar ik heb de indruk dat het vermoeiend zal worden (zeker omdat de dagen hier ook een stuk langer zijn, het is nu half elf en het is buiten nog volop dag). Daarenboven werkt het internet hier ook niet zo goed en kost het stukken van mensen.

Tot de volgende keer dus.

Groeten

Tom

Vandaag is mijn laatste dag in Vancouver. Alhoewel mijn eerste indruk niet geweldig was, heb ik ondertussen gemerkt dat de stad wel wat te bieden heeft. Het is daarenboven ook een grote bouwwerf, vermoedelijk in aanloop naar de olympische winterspelen van 2010.

Gisteren was het schitterend weer en alhoewel ik mij ingesmeerd had, is mijn rechteroor toch redelijk verbrand (zelfs in die mate dat ik er niet kon op slapen). Ik had de hotelshuttle genomen totaan Stanley Park, ten noordwesten van het centrum. Ik heb de volledige ronde van het park gedaan (ongeveer 9 km) en een heleboel foto’s genomen. Daarna heb ik me met behulp van de hop-on hop-off bus laten voeren tot op Grandville Eiland en vandaar hotelwaarts gestrompeld. Mijn lichaam was totaal leeg. ’s Avonds ben ik gaan eten in the Banana Leaf, een maleis restaurant schuin tegenover mijn hotel. Niet slecht en niet duur, het enige nadeel was dat mijn voorgerecht na mijn hoofdgerecht op mijn tafel terecht kwam. Na een leuke avond in de bar – veel stamgasten die allemaal deelnamen aan een soort barspel op tv – kroop ik vrij vroeg in mijn bed. Rondwandelen in een stad eist nu eenmaal zijn tol.

De dag erna had ik opnieuw de hotelshuttle geboekt, ditmaal tot Waterfront Station, vanwaar ik naar het kunstmuseum wandelde. Er was een tijdelijke tentoonstelling over Japanse en Amerikaanse stripboeken en bijhorende films en ook een permanente tentoonstelling over een vrouwelijke Canadese kunstenares, maar al bij al was het veel geld voor weinig wol. Na een beperkte lunch in de cafetaria wandelde ik terug naar het hotel (toch een dik uur). Tijd om de was te doen. Dat viel reuzemee, maar de rest van de namiddag lag ik op mijn bed. Te moe.

Iets na zessen trok ik naar de Cactus Club, een restaurant een paar straten verder dan het hotel. Dat was mij aangeraden door de barvrouw in het hotel. Het eten was heel lekker en de omgeving vrij aangenaam. Het enige jammere was dat mijn steak aan mijn tafel arriveerde ongeveer drie minuten nadat ik mijn voorgerecht gekregen had. Ik heb de steak dan maar teruggestuurd met de vrees dat ik nadien slechts opgewarmde kost zou krijgen. Gelukkig bleek mijn vrees ongegrond – of ik heb het toch niet gemerkt – en verliep de rest van de avond zeer goed (buiten het feit dat de Irish Coffee heel weinig Irish in zich had). Nog een paar drankjes in de bar en we kunnen er weer tegen.

Nu spendeer ik mijn laatste internetminuten aan het schrijven van dit verhaal en dan ga ik inpakken. Morgen vlieg ik naar Anchorage, Alaska. Daar begint het grote avontuur en zal ik waarschijnlijk geen toegang meer hebben tot internet tot en met de woensdag van de week daarop. Alhoewel, je weet maar nooit. Daarenboven is het daar een stuk kouder en zit ik nog een uur dichter bij de datumgrens, dus zo’n 10 uur tijdsverschil met Belgie.

Groeten en tot de volgende,

Tom

 

Het is hier nog vrijdag, terwijl het in Belgenland al lang zaterdag is. De bar in het hotel is net gesloten – om half twaalf op een vrijdagavond notabene – wegens te weinig volk. Ik ben nu twee dagen in Vancouver en ik moet zeggen dat het tijd vraagt om aan deze stad te wennen. Gisteren begon al goed. De taxi die ik in Toronto gereserveerd had – dezelfde maatschappij als waarmee ik de dag ervoor het tripje naar Niagara had gemaakt en dat zeer goed was meegevallen – kwam niet opdagen. Gelukkig vonden we – een oudere heer die ook richting luchthaven moest – snel een vervanger en was ik ruim op tijd voor de vlucht naar Vancouver – een tripje van zo’n 6 uur waarbij frisdrank en koffie gratis waren, maar al de rest betaald moest worden, zelfs als je een kussen en een deken wilde. Het entertainment was wel gratis (of moet ik zeggen inbegrepen) en bestond uit een individueel video on demand systeem dat na een keer herstarten feilloos werkte.

Dankzij mijn taxi-tripje kreeg ik nog wat extra info over Toronto en Canada in het algemeen, met inbegrip van de politieke situatie en het feit dat ze ooit een NGO hebben opgericht met federale staten. Zodoende was mijn medetaxigenoot al een paar keer in Belgie geweest, alhoewel ons land geen volwaardig lid is van deze organisatie. Het is wel grappig te merken dat ongeveer alle personen die ik tot nu toe ben tegengekomen en met wie ik gesproken heb over mijn land van afkomst ten eerste weten over welk land ik het heb en ten tweede de politieke situatie kennen. Meer nog, in Canada lijken ze onze problematiek zelfs te begrijpen. Ze hebben namelijk zelf een talen-probleem en Quebec wil zich al een tijdje onafhankelijk verklaren. Daarenboven heb je nog het gegeven van de eerste inwoners, de aboriginals van Canada worden ze genoemd, die zich nog steeds verdrukt en ondergewaardeerd voelen.

Maar goed. Na een vlucht van zes uur en een tijdsverschil van 3 uur kwam ik dus in Vancouver terecht. De foto’s waren veelbelovend, maar het eerste aanzicht viel tegen. Mijn hotel – niet het goedkoopste – werd geadverteerd als liggende in het centrum, maar dat is te nemen met een korreltje zout en een wandeling van minstens drie kwartier alvorens je in echt downtown bent. Ook was mijn kamer nog niet klaar, iets wat kan gebeuren als je wat vroeger bent, maar 4 uur later – zelfs na de officiele check-in tijd – was het nog altijd wachten geblazen. In tussentijd had ik al geluncht (afschuwelijk) in de aanpalende restaurant en was ik de straat al eens op en neer gewandeld (ik bedoel hiermee West Broadway, wat maar een kwart van de straat is, maar wat me toch ongeveer anderhalf uur heeft beziggehouden).

Pff, eindelijk rust. Genoeg gezien voor vandaag. Eten doe ik dus maar in het restaurant van het hote. Het voorgerecht valt reuzemee, het hoofdgerecht is wat flauw – maar wel lekkere vis. De rekening krijg ik onmiddellijk als ik zeg dat ik niet onmiddellijk een blik wil werpen op de dessertenkaart. Da’s blijkbaar de gewoonte hier. Op naar de bar dus waar Judy mij leert Canadian Club te drinken en dat valt qua smaak best mee. Daarna nog wat TV kijken en een voornemen om op tijd op te staan om de hop-on hop-off bus te vinden en downtown te verkennen. Hopelijk valt die buurt iets beter mee dan waar ik nu ben, want da’s eigenlijk wel een beetje een buurt die zijn glorie verloren heeft…

Maar de volgende dag (vrijdag) zou blijken dat dit niet echt het geval is. Vancouver is een vreemde stad en zeker niet van hetzelfde kaliber als Toronto. Het aantal inwoners is ook een pak lager, maar toch lijkt de stad een stuk groter en meer op een buitenwijk – en een bouwwerf in de aanloop naar de olympische spelen van 2010 die economisch veel voor de stad betekenen.

Ik wandel een heel eind, tot aan de overkant van het centrum (anderhalf uur – ik ben trots op mezelf en mijn voeten) om daar de hop-on hop-off bus te nemen en ik zit heel de rit uit (weer eens anderhalf uur). Eerst wilde ik het kunstmuseum bezoeken, maar ik ben te moe en te hongerig en dus ga ik een paar haltes verder, op Granville eiland, de stop het dichtste bij mijn hotel (nog steeds een twintigtal minuten wandelen). Deze keer neem ik een van de parallelstraten van Broadway en deze ziet er veel residentieler en beter onderhouden uit. Daarna vind ik zelfs een aangename gelegenheid (Earl’s) om te eten en eindig de avond met een whiskey in de bar. Judy zegt me dat er veel betere eetgelegenheden zijn dan Earl’s en ik heb nog twee avonden om die uit te proberen. Ondertussen ben ik er in geslaagd om Innan Frosten, waarin ik begonnen was tijdens mijn laatste bezoek aan Maleisie eindelijk uit te lezen en ben ondertussen ook bijna klaar met mijn volgende boek, iets wat altijd leuk is.

Morgen moet ik er vroeg uit. Dan ga ik Stanley Park verkennen. Maar dat relaas kan ik nu nog niet doen. Tot later dus.

Groeten,

Tom

Mijn laatste dag in Toronto, nu toch. Over een paar weken kom ik nog een dagje terug, om mijn vliegtuig naar Brussel te kunnen nemen. Maar voorlopig is het dus mijn laatste dag. Morgen vlieg ik naar Vancouver, een binnenlandse vlucht van 5 uur die me van het oosten naar het westen van Canada brengt. Ik ga ook drie uur terug in de tijd. Waar nu het tijdsverschil met Belgie 6 uur bedraagt (en met Maleisie 12 uur) wordt dat vanaf morgen 9 uur (en met Maleisie 15 uur). Ik zal dus moeten leren om mijn gsm af te zetten ’s nachts, daar de kans dat iemand mij belt tijdens voor mij aanvaarbare tijden, zeer klein zal worden…

Maar goed, terug naar vandaag. In plaats van rond te lopen in het centrum had ik mij een tripje geboekt naar een van die natuurwonderen die onze wereld rijk is: de Niagara watervallen. Het was een zeer interessant tripje (met een tourbusje). Eerst kregen we nog wat uitleg over Toronto (de naam Toronto komt van een indiaans woord en betekent ‘ontmoetingsplaats’, de plaats aan de rivier waar verschillende indianenstammen samen kwamen om handel te drijven) en enkele interessante gebouwen: naast de CN toren, waar ik het al over gehad heb, ook vb het gebouw van de nationale bank waarvan de vensters allemaal bedekt zijn met goudstof (1 ons per glas). In het gehele gebouw zit meer dan 50 kg goud. De ramen zijn dus ook goudkleurig en reflecteren vrolijk het zonlicht. Bij de bouw maakte men het grapje dat dit proces goedkoper was dan gordijnen. Maar hedentendage lacht men iets minder. De buren spannen aan de lopende band rechtszaken aan, want zij hebben last van de reflectie en dit zorgt voor hogere electriciteitsrekeningen wegens een intenser airco-gebruik.

En dan op weg naar de watervallen, zo’n 120 km van de stad verwijderd. Eerste stop: Niagara Airport. Hier kregen we de kans om de omgeving vanuit de lucht te bekijken, een kans die ik niet liet liggen ondanks mijn niet al te grote voorliefde voor hoogtes. De foto’s die ik gemaakt heb, zien er adembenemend uit en ik moet zeggen dat het een mooi contrast bood ten aanzien van de ervaring die ik later op de dag zou hebben als we de enorme douche vanop het water konden aanschouwen.

Tussen deze twee hoogtepunten kregen we ook nog de kans om een chocoladefabriek te bezoeken en niet te versmaden: een wijnproeverij te doen. Ontario en zeker het Niagara-gebied is een onderkend wijngebied. Nochtans is deze streek (met zijn eigen appelation controlee – VQA) goed voor 80% van de wereldproductie van ijswijn. Deze wijn wordt gemaakt van druiven die bevroren zijn geweest. Daarvoor moet het minstens 8 graden vriezen. Duitsland en Oostenrijk zijn traditioneel gekend voor dit soort wijnen, maar hier kunnen ze maar af en toe gemaakt worden omwille van de wisselende weersomstandigheden. In Niagara kan er elk jaar in januari/februari geoogst worden. Uit een enkele druif komt een druppel ijswijn. Niet te verwonderen dat deze wijnen vrij duur zijn. De wijn die wij geproefd hebben was een chardonnay en smaakte verrassend veel zoals een goede muscat. Jammer genoeg waren de rode ijswijnen – uniek in de wereld – niet te proeven. Da’s voor een volgende keer.

Nadien trokken we naar Niagara-on-the-Lake, in de 18de eeuw de hoofdstad van de provincie Ontario, een rustig en rustiek dorpje, en vandaar ging het langs het bloemenuurwerk en de maalstroom naar de eigenlijk watervallen. Het mooie weer zorgde voor een goed humeur en een leuke herinnering.

Het was al na zevenen toen ik terug in mijn hotel was. Ik had amper gegeten en dus ging ik op zoek naar een leuk restaurant op wandelafstand. Dat werd Olive & Lemon, Italiaans, lekker, maar niet zo goed als in de hotelbrochure stond aangegeven. Een beetje flauw af en toe, maar toch goed genoeg.

Nu is het tijd om onder de wol te kruipen, want op een of andere manier ben ik er in geslaagd om een veel te vroege vlucht te boeken…

Groeten en tot de volgende,

Tom

 

Laat ik meteen dan ook maar een lijstje maken van wat ik allemaal op Noord-Amerikaanse bodem gegeten heb en wat ik er van vond.

20080526 – Diner - Horizons@CN Tower

  • Bruschetta
  • Steak sandwich
  • Creme brulee
  • Oordeel: lekker, niet te duur, leuke Ontario-wijnen

20080527 – Lunch – C5@ROM

  • Artisjok salade met een gepocheerd eitje
  • Zalm: eerst gerookt en dan gekook en plein vide
  • 2 leuke wijntjes, waarvan de rode jammer genoeg chileens was (maar goed bij de zalm paste)
  • Oordeel: iets prijziger, maar wel heel lekker, de schotels hadden wel iets gevulder mogen zijn

20080527 – Dinner – Fox and Fiddle@Holiday Inn Midtown

  • Bruschetta met tzazika en feta
  • Thaise wokschotel met kip
  • Leuke Ontario-wijnen van het huis
  • Oordeel: deftig pub-eten, maar ook niet meer

 20080528 – Dinner – Olive&Lemon@Toronto

  • Polenta e Funghi
  • Risotto con Fontina e Noci
  • Tiramisu met anglaise saus
  • Een glas Sangiovese
  • Oordeel: lekker, maar het kan iets pittiger

 20080529 – Dinner – Stages@Holiday Inn on Broadway

  • Slaatje met lokale zalm en appelschijfjes
  • Lokale heilbot met een speciaal sausje
  • Huiswijn
  • Oordeel: voorgerecht heel lekker, hoofdgerecht een beetje flauw, wijn ook

20080530 – Dinner – Earl’s@West Broadway & Laurel

  • Sushi van lokale Tonijn en Zalm
  • Lokale Zalm met Mango, groene asperges en look-aardappelpuree
  • Taartje met cocospuree
  • Mojito met komkommer,  BC Rode Zinfandel
  • Oordeel: goede bediening, lekker eten, had soms iets warmer gemogen (wel gaar), lekkere lokale wijn

 20080531 – Dinner – Banana Leaf@West Broadway

  • Roti Canai
  • Satay van kip
  • Zwarte kabeljauw met een gembersaus
  • Een Chardonnay uit BC
  • Oordeel: lekkere, Maleise keuken, wel vrij snel

20080601 – Dinner – Cactus Club@West Broadway

  • Yam frieten
  • Filet steak met pepersaus en aardappelpuree
  • Irish coffee
  • Oordeel: heel lekker, maar de bediening liet een beetje te wensen over:ik kreeg mijn hoofdgerecht ongeveer gelijktijdig met mijn voorgerecht

 20080602 – Ginger@West 5th Avenue@Anchorage

  • Soepje van banaan en citroengras
  • Alaska heilbot bereid op Thaise wijze met cocosrijst, gewokte groenten en huisbereide calamari met eigen deeg van broodkruim
  • Broodpudding met banaan, caramelsaus en gemberijs
  • Toscaanse rode wijn en ijscider
  • Oordeel: schitterend zowel qua omgeving, bediening als eten. Een aanrader.

 

wordt vervolgd

Dat is het zeker. Aangezien ik maar drie dagen in elke stad ben, wou ik zeker geen tijd verspillen. Daarom heb ik mijn programma min of meer voorbereid. Maar niet zo goed als anders. Dus kwam ik op het geniale idee om een soort citypass te kopen. Elke keer als ik zoiets doe, vind ik achteraf dat ik beter gewoon de ingang betaald had, aangezien ik nooit alle mogelijkheden benut – een uitzondering is de Stockholm a la carte, omdat die min of meer gratis is en ook het openbaar vervoer in groter Stockholm bevat. En deze keer was niet anders.

Je moet mijn uitspraak wel met een korreltje zout nemen. Zonder de pas zou ik nooit een aantal dingen bezocht hebben en het is net omdat je in elk van de bezienswaardigheden zo lang kan rondhangen dat het moeilijk wordt om alle locaties te bezoeken.

Gisteren had ik de CN toren al met mijn aanwezigheid vereert, vandaag begon ik met het ROM (Royal Ontario Museum) (Toronto ligt in de provincie Ontario). Dat is zowel het natuurhistorisch museum als dat voor volksheemkunde (wereldwijd wel te verstaan). Het heeft een hele geschiedenis die ik nu niet uit de doeken ga doen, maar het is moeilijk om het hele museum zelfs op 1 dag te zien. Het is de trots van Toronto, zeker na het openen van de nieuwe vleugel (het kristal – niet van het glas maar van een of ander mineraal) waarvoor een internationale architectenwedstrijd voor is uitgeschreven.

Ik heb er dan ook ten volle gebruik van gemaakt. Om 11 u was er een algemene rondleiding, daarna ben ik gaan lunchen in een van de twee restaurants (het meest chique van de twee – C5) en daarna heb ik nog een rondleiding gedaan in de tijdelijke Darwin tentoonstelling, zeer de moeite waard. Er waren nog drie andere rondleidingen, maar ik vond dat ik de andere trots van Toronto – het Casa Loma – ook moest bezoeken. Da’s een kasteel dat ooit gebouwd is door een van Canada’s grootste weldoeners en businesslui (de naam ontsnapt mij nu even). Zeer mooi – je zal nog een paar weken moeten wachten op de foto’s, maar ze komen er aan – met prachtige tuinen. De binnenkant heb ik ook gefotografeerd, maar het gevoel begint mij langzamerhand te bekruipen dat ik al veel te veel van dat soort gebouwen gezien heb, in alle hoeken van de wereld. Maar toch een leuke wandeling in aangenaam weer.

Morgen ga ik naar de Niagara watervallen. Ben eens benieuwd wat dat gaat worden. Maar eerst nog eens goed slapen.

Tot de volgende

Tom

 

Hoi, hier zijn we weer na een lange tijd van afwezigheid. Deze keer zit ik dan ook niet in het oosten, maar voor de eerste keer van mijn leven doe ik het westen van deze wereldbol aan (het westen t.o.v. de nulmeridiaan wel te verstaan, windrichtingen zijn natuurlijk relatief van de plaats waar je begint).

Natuurlijk heb ik nog veel te vertellen over mijn avonturen in Maleisie (ja, zonder trema, dat vind je hier niet zo makkelijk op een computer, alhoewel hier veel Frans gesproken en nog meer geschreven wordt), maar afwisseling moet er zijn. Vandaar dus ook mijn besluit om beren te gaan jagen in Alaska. Grapje. Dat van die beren toch. Bedoeling is wel dat ik in Alaska terecht kom om daar aan te sluiten bij een internationale groep en een tocht van 8 dagen door 3 nationale parken in en rond Anchorage (de grootste stad van Alaska – 200 000 inwoners en neen, niet de hoofdstad want dat is Jumeau) te maken – en neen, niet te voet, of toch niet helemaal.

Maar voor het zover is, maak ik eerst kennis met het grootste land ter wereld: Canada. Ook hier had ik nog nooit voet aan grond gezet en dat mocht ik meteen bekopen bij de immigratie. Ik mocht mij voor een tweede beurt aanbieden bij een zeer onvriendelijke en onge-interesseerde dame die me vroeg waar ik naartoe ging, mijn vliegtuigtickets vroeg, mijn hotelreservaties en waar ik werkte. Eigenlijk moest ik mijn geld nog tonen, maar de dame achter het loket verlangde zo naar haar lunch dat ik mocht beschikken. Fijne verwelkoming.

De rest van de dag viel goed mee. Eigenlijk het eerste deel ook. Ik had een rechtstreeks vlucht Brussel-Toronto met Jet Airways kunnen versieren. Deze Indische maatschappij staat gekend om zijn uitstekende service en ik moet zeggen dat ze die verwachten grotendeels ingelost hebben. De stoelen zijn vrij ruim en comfortabel, het eten is uitgebreid en lekker, alleen moet je de stewardessen er wel op attent maken dat je een special meal besteld hebt. En hetzelfde geldt voor het drinken. Je krijgt wat water, maar anders is het nogal een droge boel en moet je er zelf achtergaan.

Qua ontspanning heb je niet te klagen, want je hebt je eigen schermpje en je kan zelf kiezen wat je wil bekijken en/of beluisteren. Zeker een aanrader…

Maar terug naar Toronto. Een vreemde stad. Jammer dat je de foto’s niet kan bekijken, maar de stad doet nogal aan als een verlaten voorstad, met allerhande soorten  huizen, af en toe wat kasteelachtige woningen die zeer Engels aandoen en grote lanen, met heel wat aandacht voor groen. De hoogbouw is beperkt en bij de rijhuizen valt het ontbreken van een puntdak op. Ik heb een wandeling door het centrum gemaakt – het was immers schitterend weer en door het tijdsverschil van 6 uur had ik  nog wat tijd over ondanks een vliegtijd van zo’n 8 uur.

Ik had me op voorhand al een citypass aangeschaft die toegang geeft tot 6 grote attracties in de stad. Kwestie van een aantal bezoeksdoelen vast te leggen en niet te veel tijd te verspelen. Ik ben hier per slot van rekening slechts 3 dagen. Maar goed, ik heb me eerst toch laten overhalen om wat uit te rusten. Echt heel veel slapen is er ook niet bij – zeker niet als het om een dagvlucht gaat. Daarna ben ik de stad in getrokken en heb heel wat foto’s genomen. Uiteindelijk kwam ik terecht bij de CN-tower, volgens de documentaire die ik gezien heb,  het hoogste gebouw ter wereld  (iets van een 540 m), waarvan het onderstel (meer dan 350 m) uit een stuk beton bestaat. Hoe ze dat voor elkaar gekregen zou ons te ver leiden. Kom zelf maar eens kijken. Wat ik ook gedaan heb. De lift leidt je 350 m hoog met leuke uitzichten en zelfs een glazen vloer. Als je bijbetaalt, mag je zelfs nog een niveau hoger, naar het bovenste uitkijkpunt, dan nog 32 verdiepingen hoger ligt. Maar dat geld heb ik dan gespendeerd aan een uitgebreid diner in Horizons, de bistro in het eerste gedeelte. Het eten was heel lekker en zeker niet duur. De dranken waren iets duurder, maar ik heb daar ontdekt dat Canada en zeker de streek van Ontario ook heel lekkere wijnen maakt en sindsdien maak ik er een sport van om hier enkel Canadese wijnen te verorberen, wat tot nu toe al gelukt is.

Ik heb ook ontdekt dat hier veel nationaliteiten naast elkaar leven. Je hebt hier dus ook een Chinatown (waar alle straatnamen in het Chinees zijn), Koreatown, Little Italy, Greektown, Portugal village, … Je vraagt je op den duur af waarom ik deze lange trip genomen heb ;-)

Afin, het valt hier voorlopig goed mee en er valt nog veel te ontdekken, en daar gaan we morgen verder aan werken.

Tot de volgende,

Tom

ps. Poutine is geen verwijzing naar de ex-president en de huidige premier van Rusland. Wat het wel is? Kijk eens op wikipedia.

 

We zijn nu al woensdag en de verkiezingen in Maleisië zijn al een paar dagen achter de rug. Het was ergens wel te verwachten, maar de regeringspartij likt nu zijn wonden na de verpletterende nederlaag van vorige zaterdag. Toegegeven, ze behouden de absolute meerderheid, maar het is maar een nipte, terwijl ze vier jaar geleden een twee derde meerderheid uit de brand hadden gesleept. Meer nog, ze zijn zelfs één staat meer aan de islamitische oppositie kwijtgespeeld. Het volk mocht namelijk zijn stem uitbrengen voor 2 zaken: het parlement dat ook de regering aanduidt en per staat ook het plaatselijke bestuur, misschien bij ons te vergelijken met de provinciale overheid (al heeft Maleisië 26 miljoen inwoners, dus een beetje meer dan België). Er was al één staat in handen van de PAS, de islamitische partij, maar nu is er een tweede bijgekomen. Ik heb hun programma gelezen en alhoewel het redelijk lijkt, laten ze er geen twijfel over bestaan dat de Islam-wetgeving in de bovenste lade ligt. Getuige hiervan een aantal hotels die de gevolgen van de machtswissel niet afgewacht hebben en preventieve maatregelen genomen hebben zoals het verwijderen van alcohol van de bartoog (het wordt nog wel verkocht, maar niet meer geadverteert) en het aanpassen van het uniform van het personeel (geen korte rokjes meer, maar zedige lange klederen). Anderen zijn er meer gerust in en zien geen reden voor blinde paniek. Ik vind het vooral frapant dat een islamitisch zelf niet goed weet hoe het met zijn eigen godsdienst moet omgaan…

Ik laat het niet aan mijn hart komen. Ik denk niet dat de uitslag onmiddellijk gevolgen heeft voor onze business. De regeringspartij geeft als uitleg voor de nederlaag dat de democratie in Maleisië geen dode letter is gebleven en dat het volk duidelijk de kans gekregen heeft om fraudeloos zijn zeg te doen en ze zullen zeker rekening houden met de uitslag. Alhoewel op nationaal vlak er nog altijd een absolute meerderheid is en dus de premier één dag later al de eed kon afleggen (wat een verschil met het thuisland), zijn er een aantal staten waar coalities gevormd moeten worden wat niet echt van de gewoonte is in dit land. Misschien moeten ze te rade gaan bij onze premier (wie is dat nu ook weer), hun britse koloniale geschiedenis zal hen zeker niet helpen aangezien ze daar ook met absolute meerderheden werken.

Ondertussen heb ik ook vernomen dat het laatste lid van ons gezin eindelijk de weg naar Zweden gevonden heeft. Mijn broer was er al eens geweest, maar deelde niet de passie die de rest van ons heeft voor dit noordse land, het is te zeggen tot voor kort. De prijzen voor een huis op den buiten zijn daar veel schappelijker dan hier en er is daar heel veel buiten. Toegegeven, je mist dan wel bepaalde zaken die wij hier gewoon zijn, maar dat weegt niet op tegen de rust en de ruimte die je ervoor in de plaats krijgt. Als je daar van houdt natuurlijk. Hij en zijn vrouw hadden na veel overleg toch besloten contact op te nemen met een organisatie in Nederland die de emigratie naar Zweden begeleidt en ze waren overtuigd. Ze waren reeds in contact met een makelaar en hadden een potentieel huis gevonden. Ze boekten een reis naar Zweden en toen sloeg het lot toe: het huis waar zij hun zinnen op gezet hadden, werd 7 dagen voor de afreis verkocht. Jammer maar helaas. Maar niet getreurd, de reis was betaald, dus gingen ze toch en ze kwamen terug met ander en beter (of zo heb ik mij toch laten vertellen). Vrijdagnacht keer ik huiswaarts en een week later zie ik ze, dan zal ik het verhaal live kunnen horen. Het zou wel interessant zijn om mensen te kennen met een groot huis in Zweden, dat geeft je een reden om af en toe die kanten uit te trekken. Niet dat ik behoefte heb aan redenen om naar Zweden te reizen, anders dan dat het weer lang geleden was, maar toch, het is altijd leuker om je te kunnen integreren in een plaatselijke gemeenschap. Trouwens, als je naar de prijzen van de huizen kijkt, vraag ik me af of ik niet beter daar een woonst koop om ze tijdens de periodes dat ik er niet ben te verhuren of zo. Ach ja, dat zijn dromen en zorgen voor later.

Ondertussen zijn de uitdagingen hier niet klein. Een goeie service bieden en tegelijkertijd je klanten opleiden zijn geen sinecure, zeker als je af en toe heel hard last krijgt van heimwee en een leven waarin je enkel verantwoordelijk bent voor je eigen inkomsten en daden. Maar feit is dat we 3 werknemers en een kantoor hebben en die vereisen allemaal onderhoud en motivatie. Dat wordt soms wel eens te veel, maar dat hoort er nu eenmaal bij. Anderzijds moeten we er voor zorgen dat we de boel kunnen doen groeien, maar dat is zeker geen evidentie. Ach ja, we komen er wel, net zoals je een olifant opeet: hapje per hapje.

Maar ik steek toch niet onder stoelen of banken dat ik blij ben vrijdag huiswaarts te kunnen keren…

Groeten

Tom

Vanmorgen zat er tussen mijn krant een kakkerlak. Een echte. En voor wie nog nooit een kakkerlak gezien heeft, dat beest is echt wel groot. Gelukkig heb ik pas gemerkt dat dat beestje in de krantenzak zat, nadat ik de zak leeggemaakt had en iets vreemds op de vloer zag verschijnen. Eerst dacht ik dat het om een overleden exemplaar ging, maar na een paar minuten werd duidelijk dat er toch nog bepaalde tekenen van leven in het exoskelet zaten. Aangezien dit soort beestjes niet als huisdier geapprecieerd wordt in deze contreien, zag ik maar één oplossing: de krant – die gelukkig meer dan 50 bladzijden telde – op het beestje smijten en het uit zijn lijden verlossen (en ook een beetje het mijne). De volgende dagen zal ik de ochtendkrant toch met de nodige omzichtheid behandelen en een grondige controle uitvoeren alvorens ik het papier uit zijn plastieken omhulsel haal. Weet je, die beesten komen hier natuurlijk wel meer voor, maar tot voor kort – bij mijn vorige bezoek – werden de kranten netjes opgerold en in een krantenzak van het hotel zelf gestoken. Toegegeven, ik heb me meermaals afgevraagd tot welk nut deze extra handeling diende, te meer omdat de zak nogal aan de kleine kant was en het dus geen sinecure moest zijn geweest om die oversized krant in dat kleine zakje te wurmen. Nu weet ik echter beter en apprecieer ik het werk van de hotelbedienden des te meer. Je weet pas wat je had als je het kwijt bent. Het is nu jammer genoeg niet anders.

Je vraagt je misschien af waarom het alweer meer dan 3 weken geleden is dat ik nog iets op mijn blog geschreven heb. Dat is een voorrecht dat ik je niet wil ontnemen. Feit is dat ik de laatste 2 weken nogal ziekjes ben geweest – eerst een enorme jetlag, al dan niet gelinkt aan het feit dat ik deze lange reis voor de eerste keer in economy heb gedaan (we moeten het nu als bedrijf zelf allemaal betalen en dan is de kostprijs van business voorlopig echt niet te rechtvaardigen) en daarna een hardnekkige hoest en een sluimerende koorts die meer als anderhalve week nodig had om weg te gaan en een kleine depressie – het leven is niet allemaal rozengeur en manenschijn en ver weg zijn van huis is niet leuk, toch niet als het geen vakantie is en aan je sociale leven vreet. Ik had één troost: 7 Harry Potter boeken om te lezen. Die waren er dus na een dikke week allemaal door (de eerste drie – dwergen qua volume in vergelijking met de andere vier – waren in België al verteerd). 3300 bladzijden in het Engels (nu kan ik eindelijk de films volgen, want de Nederlandse vertaling wijkt toch sterk af van de originele teksten) over de meest onwaarschijnlijke en tragische gebeurtenissen. Gelukkig zijn het maar kinderboeken en weet je ergens dat er een happy end moet volgen. Al moet ik zeggen dat J.K. Rowling in het laatste deel tot het uiterste is gegaan. Het lijkt alsof ze alle remmen heeft losgegooit en alles wat ze niet durfde schrijven in de eerste 6 delen er toch uitgegooid heeft in het laatste boek. Het werd dan ook een vrij emotioneel gebeuren. Maar ik ben toch blij dat ik het gelezen heb. Ik had al een aantal van de films bekeken, maar eigenlijk snap je maar de helft – of nog niet – als je niet eerst de boeken gelezen hebt. De achtergrond van de hoofdpersonages gaat volledig teloor op het witte doek en zodoende zie je bepaalde connecties niet. Ik heb één vriend die beweert dat er verschillende subverhalen zijn. Ik heb de boeken gelezen en kan dat ten dele beamen, maar je mag niet overdrijven. Het is in de eerste plaats een spannend verhaal en ten tweede een coming-of-age gebeuren voor verschillende personen, maar zo zijn er wel meerdere boeken en reeksen, nietwaar?

Morgen zijn het verkiezingen in Maleisië. Da’s ook zoiets dat nogal plots opduikt. Toen ik de laatste keer het land hier verliet (eind januari) was er sprake van dat de verkiezingen nabij waren, maar er was nog geen beslissing genomen over een datum. Als ik drie weken later naar dit land terugkeer, is de verkiezingsstrijd in volle gang, met allerhande verwijten en sabotagepogingen die ermee gepaard gaan. Ondertussen zijn ook de immigratieformaliteiten afgeschaft – je hoeft dus geen dom formulier meer in te vullen om Maleisië binnen te komen, een stap in de goede richting. Heb net eens gekeken naar de uitslag van de vorige verkiezingen en de laatste keer – in 2004 – haalde het nationale front (zo heet hier de regeringspartij die eigenlijk een coalitie is van 3 partijen die de belangrijkste bevolkingsgroepen in Maleisië verenigt: Malay, Chinezen en Indiërs) een twee derde meerderheid. Ben eens benieuwd of dat zo blijft.

Tot later,

Tom

 

De hemel is helder ook al is het nacht. Helder is misschien niet helemaal het juiste woord, want de nacht is eerder inktzwart, maar de sterren zijn prominent aanwezig. Er zijn dus geen wolken die optreden als spelbederver. Het is en blijft dus een heldere nacht. Een beter woord heb ik er niet voor. En ik bevind me buiten. Het is koud – althans, dat beweert iedereen want de weerman heeft het gezegd (misschien was het de weervrouw, dat heb ik eigenlijk niet gecheckt) – maar het voelt niet echt koud aan. Voor de zekerheid heb ik mijn winterjas aangetrokken en die kan wel tegen een stootje. Ik heb hem mij een jaar geleden aangeschaft toen ik de verschrikkelijke ontberingen van Noord-Zweden in putje winter te lijf ging. -30°C en zo van die dingen en zelfs toen viel het goed mee. En vandaag was niet anders. Ik had het warm, zweette zelfs. Ik hou van de kou, meer dan van de warmte en de zon. En zeker op een heldere nacht, in het uur van de wolf, als alles verlaten lijkt, voel ik me het beste.

En zeker toen mijn oog viel op het sterrenbeeld Orion (makkelijk te herkennen aan zijn gordel en bijhorend zwaard) overviel mij een gevoel van diepe melancholie. Ik herinner me nog goed de nacht waarop mij wegwijs werd gemaakt in de wereld der sterrenconstellaties door een vriend uit een naburige studierichting. Orion was naast de Grote en de Kleine Beer het enige sterrenbeeld dat ik me kon herinneren. Als me niet vergis staat het in een hoek van 90° ten opzichte van de Grote Beer en is het enkel in de winter te bewonderen. Tijdens mijn avonden in Kuala Lumpur heb me al een paar keer afgevraagd of je dit sterrenbeeld het hele jaar door kan bewonderen op deze breedtegraad, maar ik ben er nooit in geslaagd om het te controleren. Mijn kennis van sterrenbeelden en sterrenkunde in het algemeen is vrij beperkt en de moed ontbreekt me dikwijls om het uur van de wolf af te wachten om het te checken. Ik moet er immers vroeg uit om te sporten en te werken. Neen, het leven in Kuala Lumpur is geen vakantie. Die zal ik elders moeten zoeken. En dat zal ook wel gebeuren, wees niet bevreesd.

Ondertussen zit ik terug binnen, op mijn studentenkamertje, zoals mijn zus het vrij adequaat beschreef, ook al was het ooit haar kamer. Ik luister naar een live-cd van Pink Floyd, dus het melancholisch gevoel is nog steeds nadrukkelijk aanwezig. Ach, zo’n muziek maken ze nu niet meer, zou een makkelijke uitspraak zijn. Maar dat klinkt allemaal zo gelaten. We moeten verder, op naar de toekomst, waar verandering nu eenmaal deel van uitmaakt. En zo komt het dat mijn huis te koop staat. Vorige donderdag heb ik het tweemaal laten schatten en dat geeft inzicht in hoe het huis er ooit moet hebben uitgezien. De bovenverdieping is namelijk nogal vreemd ingedeeld, maar na het oordeelkundig inzicht van een schatter snap ik plots hoe het allemaal ooit in elkaar gepast moet hebben. Jammer genoeg is het ondertussen door het toevoegen van de o zo typische Belgische koterijen verworden tot een onoverzichtelijk geheel waarin een kat zijn jongen amper in zou kunnen terugvinden. Spinnen daarentegen hebben geen enkele moeite om de binnenkant van mijn woning te verkennen, al sterven ze soms een onverwachte dood naast de stofzuiger (zonder dat deze enige vijandige bewegingen heeft gemaakt). Ach ja, dat zijn de mysteries des levens. Maar in elke geval bracht op z’n minst één van de makelaars goed nieuws, het pand is redelijk wat waard en hopelijk komt het snel tot een verkoop. De tweede makelaar zal maandag zijn inzichten kenbaar maken en ik heb ondertussen ook nog een derde gecontacteerd. Daarenboven komen morgenmiddag potentieel geïnteresseerden langs dus wie weet is heel het makelaar gebeuren niet nodig. Al heb ik geen zin om er zelf veel tijd in te steken. Anders had ik het wel gerenoveerd en kon ik het nu verhuren. Maar we zien wel. Que sera, sera. En nu is het weer tijd om mij aan mijn werk te wijden (en het lezen van alle Harry Potter boeken, maar daarover later meer).

Groeten

Tom

 

Ach, het voelt wel goed om weer in België te zijn. De temperatuur mocht een tikkeltje kouder, maar toch. Zelfs bij 6°C voel ik me beduidend beter dan bij 36°C. Eindelijk weer eens onbezorgd buiten kunnen lopen zonder kans op een ongezonde zweetbui of een zonneslag, eindelijk weer rustig gezonde koude lucht kunnen inademen, eindelijk weer eens op de fiets in de vrije natuur rond te kunnen rijden. Ach, zelfs al hebben we een half jaar nodig om een noodregering samen te stellen, dan nog smaken de frieten en de vol-au-vent supergoed. Home is where the heart is, en het mag duidelijk zijn dat dat bij mij in mijn thuisland is. Niettemin zijn er een heleboel plaatsen en landen waar ik me goed voel, maar uiteindelijk is het toch mijn vaderland en zeker mijn geboortestad waar ik altijd graag naar terugkeer.

Vrijdagavond ben ik na een vrij goed verlopen vlucht (de tocht naar Frankfurt duurde wel een recordtijd van 13 uur) waarin ik toch een goeie nachtrust heb gehad, op de fiets gekropen om naar de zaalvoetbalwedstrijd van het ploegje van één van mijn vriendjes te gaan kijken. De heentocht ging vrij vlot (een dikke zes kilometer), maar op de weg terug kreeg ik met een vrij sterke tegenwind te kampen. Ook had ik ondertussen mijn schade qua tekort aan echte, deftige Belgische bieren (geen pintjes dus) ingehaald – al was het maar om de schabouwelijke prestatie van mijn geliefde voetbalploeg te verdring/ken – en dat zal wel een invloed gehad hebben op mijn prestaties, waarop ik niettemin zeer trots ben (en anderen met mij).

Zaterdagochtend zat ik alweer op de fiets dit keer richting Mechelen centrum om een immo-kantoor te bezoeken. Ik was een beetje te vroeg, dus kon ik nog rustig geld afhalen bij het Dexia-kantoor in de buurt. Daarna moest ik eventjes wachten alvorens men doorhad dat er iets fout gelopen was met mijn afspraak. Gelukkig had ik een kopje koffie aangeboden gekregen en dus viel het wachten wel mee. Anderzijds kreeg ik hierdoor ook de nodige informatie over het pand in kwestie en werd het meteen duidelijk dat dit niet was waarnaar ik op zoek was. De dame die zich al een paar verontschuldigd had, schreef nauwkeurig mijn wensen op, tot mijn verwondering met een potlood en beloofde mij tegen het einde van de week terug te bellen met meer nieuws. Aangezien ik daardoor nog wat tijd over had voor mijn volgend afspraak – om elf uur, bij de kapper – heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om nieuwe broeken te gaan kopen. Daarvoor moest ik tweemaal met de fiets de zaterdagmarkt oversteken. Alhoewel het marktgebeuren op zich van weinig betekenis is voor mij, kon ik niet anders dan toegeven dat het uitzicht en de geuren mij duidelijk deden beseffen dat ik thuis was. De geur van vers gebakken wafels, witte pensen en hamburgers, vermengd met de aroma’s van verse vis en authentiek snoep maakten het moeilijk om aan de verleiding deze ongezondheden te kopen en te nuttigen, maar gelukkig fietste ik sneller dan de tijd om mij over te geven aan mijn verlangens (iets wat mij niet altijd lukt).

En zo werd het zaterdagavond en tijd voor de jaarlijkse spaghetti-avond van de chiro. Traditiegetrouw had ik een groep vrienden uit Leuven uitgenodigd en dat bleek een groot succes. Het was wel een beetje chaos aangezien er meer dan 500 voorinschrijvingen waren genoteerd, maar dat kan de chirokas enkel maar ten goede komen. Nadien ben ik nog eventjes blijven plakken bij wat verderfelijke oud-leiding en nadat we op een vriendelijke doch dwingende manier verzocht waren andere oorden op te zoeken, hebben we nog een dichtbijzijnd Mechels cafeetje aangedaan om uiteindelijk net na 4 uur ’s morgens terug thuis aan te komen. Het was zeker een geslaagde avond.

Nu restte mij nog een zondag waarop ik zowel wat werk zou moeten verzetten, recupereren van mijn zware voorbije twee avonden (inclusief het nuttigen van meer dan genoeg Belgische bieren om mij een paar maanden te laten toekomen), als het vieren van een uitgesteld kerstfeestje met mijn familie waarbij we meteen van de gelegenheid gebruik maakten om de verjaardagen van mijn broer, zijn vrouw en mijn moeder te vieren. Kwestie van de schaarse momenten dat we allemaal op hetzelfde ogenblik een gaatje in onze agenda hebben tot het uiterste te benutten. Wie weet wanneer is de volgende keer, zeker door de vele reizen van mijn ouders, de wens van mijn broer om naar Zweden te verhuizen en mijn aanhoudende tripjes naar Azië. En dat verliep allemaal goed. Alleen moet ik morgen vroeg opstaan om mijn auto naar de garage te brengen. Na 21 000 km mag dat ook wel eens. En dan ga ik naar Tienen om daar wat op te ruimen en hopelijk een paar gasten te ontvangen. Maar dat zijn zorgen voor morgen…

En ondertussen weet ik ook al wie Eurosong 2008 zal winnen.

Vi ses,

Tom

Hoe snel een mens toch dingen vergeet! Ik wou het voor een keer eens hebben over iets leuks, maar ik kan me begod niet herinneren waarover het zou moeten gaan. Ik weet dat ik morgen naar huis mag – da’s een zeer heuglijk feit, dat staat buiten kijf, maar toch is het niet waarover ik wenste te berichten – daarnaast heb ik net in de bar van het hotel een mandarijn gekregen ter gelegenheid van Chinees Nieuwjaar (volgende week) en die smaakte prima, maar zelfs dat stukje fruit vol vitamine C is niet de reden van mijn optimisme. Ook ben ik erin geslaagd om de volledige hotelrekening na te kijken, te merken dat men de verkeerde kortingen had toegekend en een nieuwe rekening te krijgen met de juiste kortingen en dit zonder 5 uur te moeten wachten in een van airconditioning ontdaan kantoor; ik begin me toch af te vragen of ik ondanks mijn fysieke inspanningen geen last met Korsakov begin te krijgen… En binnenkort (na 1/2) mag ik mijn derde Hepatitis A/B inspuiting laten zetten en dan ben ik levenslang immuun (als mijn lichaam genoeg antilichamen aangemaakt heeft wel te verstaan).

Meer vitamine B dus, maar da’s voor in België. Zoals gewoonlijk mis ik België meer dan het mij mist, maar daar beginnen we aan gewoon te worden. Al mis ik in België ook het hotelleven: elke dag rustig ontbijten, en je kamer wordt gekuist wanneer jij het wilt. Nooit meer een douche uitkuisen of een toilet ontstoppen… Tja, de voordelen wegen toch niet op ten opzichte van de nadelen, tenzij misschien het feit dat je hier alles per taxi kan doen… het wordt weer de fiets van mijn vader vrees ik, da’s goed voor de conditie, als het weer een beetje meezit.

Maar terug naar het Chinees Nieuwjaar. Da’s volgende week donderdag en vrijdag. Da’s dus een enorm lang weekend en alhoewel de Chinezen hier niet echt in de meerderheid zijn, legt dit het land economisch ongeveer plat. Het gaat ook gepaard met een heel aantal tradities, zoals het sturen van nieuwjaarskaarten en het ontvangen van de jaarlijkse bonus (ang pow – gekenmerkt door de rode envelopjes). En de Chinezen kennen maar één manier van appreciatie en dat is ‘cash’. Jammer genoeg voor hen doen wij hier niet aan mee; wij zijn multicultureel, Europees geïnspireerd en belangrijkste van al: wij hebben geen geld ;-) . Onze werknemers krijgen een zeer deftig loon maar schijnen nog altijd niet te beseffen dat wij – lees: vooral Chris – enorm veel eigen kapitaal in deze onderneming hebben geïnvesteerd. Anderzijds is dat ook niet verwonderlijk aangezien het over getallen gaat die hun voorstellingsvermogen te boven gaat. Al staan ze hier dichter bij de Europese realiteit dan in bijvoorbeeld India. Maar da’s andere koek die ik zelf niet heb mogen ervaren (of liever gezegd: moeten) en voor de verhalen moet je dus bij Chris zijn.

Maar terug naar het Chinees Nieuwjaar. In Maleisië is het dan de gewoonte om te genieten van iets dat Yee Sang heet in het Maleis Chinees, in het Mandarijn wordt dat Yu Sheng, wat letterlijk ‘rauwe vis’ betekent. Het is een slaatje van groenten, kruiden en hoe kan het anders… rauwe vis, in strips gesneden. Meestal gebruikt men zalm, maar er bestaan varianten. Ik ga me er niet aan wagen, al ziet het er lekker uit (en ik heb nog een dag voor ik naar huis mag, dus wie weet).

Verder wordt dit land hier nogal geteisterd door één of ander politiek schandaal dat ik probeer te volgen maar waarin ik niet echt slaag. In de echte interessante artikels gebruiken zelfs de engelstalige kranten Maleise woorden en da’s dus moeilijk om snappen. Sommige lezersbrieven zijn zelfs in de lokale variant van het Engels en dat komt de leesbaarheid echt niet ten goed. Gelukkig heb ik nog www.standaard.be en www.gva.be om op de hoogte te blijven. Zoals ik reeds een paar keer eerder heb moeten ervaren, is het vreemd te merken dat de wereld elke dag kleiner wordt, en dat dezelfde berichten overal ter wereld dezelfde zijn. Misschien is het tijd voor een tripje naar Mars… of naar Toronto, Vancouver, Anchorage en Chicago. Ik heb eindelijk door waarover het liedje YYZ van de Canadese groep Rush over gaat… al heb ik het nog niet gecontroleerd.

Maar nu is het tijd om de evaluaties van onze meisjes voor te bereiden. Goeienacht en tot binnenkort… in België

Tom

Het mag officieel geweten zijn. Cubaanse koffie behoort tot de slechtste ter wereld. Geen idee waarom, het enige dat ik kan zeggen is dat ik er niet van hou. En bij de wereldwinkel zit er ook één cubaanse koffie in het gamma en daarvan wordt ook door iedereen gezegd dat dit voor de liefhebbers is, niet meer dan een marketingterm om aan te geven dat dit ofwel moet getuigen van een acquired taste (iets wat je moet gewoon worden), of van een zeer speciale smaak (niet zelden met een pejoratieve conotatie).

Ik zit hier in de Havana Club van het hotel alwaar we ons af en toe wel eens laten verleiden tot een glaasje whiskey aan veel te hoge prijs (drie maal zoveel dan in de winkel 50 meter verder), maar het geeft een bepaald cachet aan de avond. De business lounge sluit zo rond tienen (het uur, niet de stad) en dan is er ofwel het geblère van de filippijnse zangsensatie “5 seven” of de rust van wat zuidamerikaanse muziek en de foto’s van Che Chevara van de Havana Club, waar trouwens nooit meer dan 4 mensen tegelijkertijd plaats nemen. Vanavond zit ik hier trouwens alleen, net zoals gisteren, Chris is ondertussen terug veilig op Belgische bodem belandt, en proef voor de tweede avond op rij van de koffie. Het lijkt meer op warm water. De koffie in de lounge is veel beter. Daar staat een ultramodern Nespresso machine met de keuze uit 6 soorten koffie. En dat verschil proef je meteen. Ik lijk wel een koffieyup geworden. Tot een half jaar geleden dronk ik enkel nog koffie op restaurant en voorzien van een goeie scheut whiskey en een ruime roomkraag, maar sinds mijn aankomst in Maleisië is dat lichtjes veranderd. Gelukkig ben ik er de laatste maand in geslaagd de trent om te keren en beperkt ik mij tot 2 koppen per dag (af en toe drie) bij het ontbijt. Chris dronk tot een paar weken geleden ook enorme hoeveelheden van dit zwarte goedje, getuige hiervan de koffiefilters die nog op kantoor staan, maar sinds zijn verblijf in India, dat niet tot zijn beste herinneringen kan gerekend worden, niet in het minst door de confrontatie met de grote armoede in een miljoenenstad zoals Mumbai (of Bombay voor de kenners), heeft hij een echte afkeer gekregen van het goedje. Waarschijnlijk doet het hem te veel aan de kleur van het water van de Ganges denken.

Maar goed. Daar gaat het eigenlijk niet over. Het was een rotdag. Eigenlijk was het de bedoeling om deze laatste vier werkdagen in Maleisië rustig een aantal lopende zaken af te handelen (ook al zaten daar een paar hete hangijzers tussen, maar dat zou geen probleem mogen vormen), maar het lot besliste er anders over. In plaats van onze maandagochtend teammeeting heb ik mij bezig gehouden met het herstellen van één van onze pc’s die het plots had opgegeven (nadat onze call centre software specialist een programmaatje had geïnstalleerd, maar we zoeken geen oorzakelijk verband). Daarenboven leek onze call centre software & server de geest gegeven te hebben (net zoals vrijdag) en tegen de middag viel heel onze telefonie uit (een probleem bij Telekom Malaysia, over wie ik niks dan goeds zou willen zeggen, jammer genoeg ontbreken de woorden en de redenen om het te doen). Ondertussen hebben we dan maar heel het netwerk geherconfigureerd en achter een fysische firewall gestoken (de eerste keer dat ik zo’n ding zie) en we zijn er zelfs in geslaagd om heel ons netwerk aan te sluiten op internetverbindingen van 2 verschillende operatoren, één via ADSL (zoals Belgacom in België) en eentje via 4G (niet echt een tegenhanger in België als je het mij vraagt, maar wel heel efficiënt) en onze kantoorcamera werkt nu ook via het internet (kan je leuk volgen wat er op kantoor gebeurt, of vooral niet gebeurt als je niet in de buurt bent). Verder vroeg onze call centre mens bij elke stap mijn mening en goedkeuring, wat bij mij het vermoeden deed groeien dat hij er zelf niet al te zeer vertrouwd mee was, ofwel was het een stille revanche op het feit dat ik hem een week geleden niet geloofde toen hij ons meldde dat het benodigde besturingssysteem niet op één van onze pc’s kon geïnstalleerd worden. Uiteindelijk bleek dat we beiden gelijk hadden, maar we hebben toch een nieuwe (of een oude) pc moeten kopen om de boel draaiende te krijgen. Maar dat al dat gedoe was het 17u voor ik er erg in had – behalve mijn maag, die had het al uren door en die beïnvloedde ook mijn hersenen die plots dachten dat 17u 18u was, maar dat was na een paar minuten verwarring weer uitgeklaard.

Maar we moeten het positief bekijken, we staan weer een stap verder naar de volledige uitrol van ons kantoor, we hebben weer een paar stommiteiten ontdekt en opgelost, maar er staat nog een heleboel te wachten… en slechts 3 dagen om het te doen. Maar we weten dat we het kunnen… we hebben immers geen keuze.

Tot de volgende,

Tom

Interessante boeken:

Nu in bezig:
”Sprängaren” door Liza Marklund

Net gelezen:

  • ”Det slutna rummet” door Sjöwall & Wahlöö
  • ”Brandbilen som forsvann” door Sjöwall & Wahlöö
  • "Den skrattande polisen" door Sjöwall & Wahlöö
  • "Innan Frosten" door Henning Mankell
  • ”Harry Potter (7 boeken in het Engels)” door J.K. Rowling
  • ”Mannen som log” door Henning Mankell
  • ”Nobels Testamente” door Liza Marklund
  • ”Polismördaren” door Sjöwall & Wahlöö
  • ”Svalan, Katten, Rosen, Döden” door Håkan Nesser
  • ”Roseanna” door Sjöwall & Wahlöö

Categorieën

Blog Stats

  • 1,115 hits