• Traject: Vejle – Ringsted
  • Afstand: 200 km
  • Totale afstand: 1240 km

 >> Stop 6.1: Vejle Kunstmuseum

Als je mijn trip doorheen deze noordse contreien analyseert, merk je drie grote thema’s: restaurants, kastelen en musea. En meer bepaald musea voor moderne en hedendaagse kunst. En vandaag is dat mijn ontbijt. Een fris, open en modern gebouw met een leuke collectie, vlak naast het hotel. In een schaarse poging mijn beginselen van het Deens te oefenen bestel ik mijn ticket in voorvernoemde taal (of toch iets wat ik dacht dat zou kunnen doorgaan voor Deens, afgaande op de commentaren van mijn leraar) en krijg prompt een antwoord in het Engels: “you can leave your coat over there”. Tot zover dus mijn poging. Alhoewel ik vanavond in het restaurant misschien op schuchtere wijze nog wat zinnetjes ga proberen te formuleren. Je weet maar nooit.

>> Stop 6.2: Sankt Bendts Kirke, Ringsted

De auto in en op naar het oosten. Vaarwel Jylland, hallo Fyn. Vaarwel Fyn, hallo Sjælland. En daar ligt Ringsted. Een klein stadje centraal in Sjælland, niet echt ver van København, en mijn voorlaatste overnachtingsplaats. De trip loopt dus langzaam op z’n einde, maar niet getreurd. Er is nog een hoop te beleven alvoor ik de terugreis moet aanvangen.

Als ik langs de invalswegen de stad binnenrij, springen de vele verkiezingsaffiches weer in het oog. Het is grappig te zien hoe elke politieke partij geadverteerd wordt door middel van een gekleurde hoofdletter. Een rode A, een oranje V en soms komt eenzelfde letter terug in verschillende kleuren. Ik heb niet echt zin om me te verdiepen in het lokale politieke landschap, maar ik weet dat rechts hier links heet en dat lijkt vreemd, maar voor een Scandinavisch land is dit niet zo ongewoon. Op het ogenblik dat ik dit neerschrijf, zijn de verkiezingen al achter de rug en heeft Denemarken voor het eerst een vrouwelijke premier.

Ondertussen heb ik mijn hotel gevonden, aan de rand van de stad, net naast een supermarkt (altijd leuk – en in tegenstelling tot de andere Scandinavische landen kan je hier gewoon bier en wijn kopen – en overvloedig aanwezig, net zoals bankkantoren in België) en op een kleine vijf wandelminuten van het centrum.

Ik besluit de benen te strekken na mijn redelijk lange autorit en de zon begeleidt me bij mijn tochtje door het centrum. Ik bezoek de kerk en loop wat rond op het grote plein alvorens mijn kamer op te zoeken en wat uit te rusten.

>> Stop 6.3: Kokken og tyren

Voor het avondmaal trek ik naar een restaurantje in de buurt met de klinkende naam “De kok en de stier”. Het restaurant is echter groter dan je op het eerste zicht zou denken. Een kleine gevel verbergt een diep en vikingenkasteel aandoende gelagzaal met halverwege een open haard. De sfeer wordt gemaakt door de spierwitte muren en de donkerzwarte houten balken. De tafels zijn in dezelfde stijl gedekt, zonder tafelkleden, direct op het donkerbruine hout, met broodbordjes in tin. De bediening is snel en correct. Het eten is lekker (gerookte tonijn als voorgerecht – nog nooit gegeten – een mals stuk vlees met een prachtige saus als hoofdgerecht en daarna een selectie fijne kazen. Hier geen extravagantie, maar traditionele doch degelijke producten. Een zalig nagerecht maakt de ervaring compleet. Wijnen worden in ruime porties geserveerd en alles is heel betaalbaar. ‘t Is mijn goedkoopste avondje uit tot nu toe en zeker niet mijn slechtste. Mocht ik ooit nog in Ringsted verzeilen, zal ik niet twijfelen.

Vi ses,

T.

 

  • Traject: Aarhus – Vejle
  • Afstand: 300 km
  • Totale afstand: 1040 km

Vandaag is weer zo’n dag die totaal verkeerd ingeschat was. Dat had ik gelukkig gisteren al gemerkt en dus heb ik wat aanpassingen aan het schema gemaakt. Het oorspronkelijke plan was om naar Ribe, de plaats waar Denemarken ontstaan is, en het eiland Rømø te rijden. Jammer genoeg zou die tocht een omweg van anderhalf uur betekenen en da’s dan zonder de tijd nodig om beide plaatsen te bezoeken. Ik besluit voor mezelf om een keer een hele trip te wijden aan Jylland. En eentje aan het zuiden van Sjælland. En dan misschien nog een paar dagen in Odense, makkelijk via de trein bereikbaar vanuit København.

En eigenlijk bedacht ik me op hetzelfde ogenblik dat er nog grote delen van Zweden volledig onbekend terrein voor mij waren. Ik moest dringend maar een plan maken voor de volgende jaren…

Maar goed, terug naar vandaag, waar ik voor de helft dezelfde weg als gisteren zou nemen, zij het deze keer zuidwaarts en waar ik in de namiddag dezelfde weg oostwaarts zou nemen als diegene die ik ‘s morgens in westelijke richting zou volgen. Inderdaad: gekkenwerk. Maar ik was er nu toch. En ik had me zo verheugd op de standbeelden bij de zee. Dus inpakken, motor starten en wegwezen. Het is redelijk zonnig als ik mijn huurauto door een zacht glooiend landschap stuur richting Esbjerg. Maar voor ik daar zal aankomen, mag ik deelnemen aan een vreemd ritueel aan de bezinepomp. Het is nochtans een doodgewoon ogend Shell-station langs de snelweg. Er zijn een zestal pompen (eigenlijk zijn het er gewoon 6, een bezinepomp laat meestal weinig ruimte voor interpretatie) en ik kies er eentje uit. Overal staat één auto, maar alle bestuurders zijn om één of andere reden weggelokt van hun voertuig. Er is blijkbaar geen mogelijkheid om aan de pomp rechtstreeks met een kaart te betalen, dus ga je na het vullen van de tank binnen betalen. En daar is een gezellig winkeltje met verse koffie en koffiekoeken en dus neemt iedereen rustig de tijd alvorens terug wagenwaarts te keren en de tocht over de snelweg verder te zetten. En dus kan je maar één ding doen: wachten. Voordeel is dat je – eens je het systeem aanvaard hebt – tot rust kan komen, maar het blijft een inefficiënte bedoening.

Een half uur later zit ik weer achter het stuur te luisteren naar de mix die ik de voorbije avonden heb samengesteld uit oude en nieuwe nummers en nu dient als soundtrack van mijn trip.

>> Stop 5.1: Visserij- en zeevaartmuseum, Esbjerg

Rond het middaguur komt Esbjerg, de stad aan de zee, in zicht. De zon schijnt en brengt mijn GPS in verwarring. Ze stuurt me 10 kilometer de verkeerde kant uit. Of beter gezegd, dat probeert ze, maar mijn alerte blik vangt plots de tekens op een straatnaambord en stuurt een signaal naar mijn hersenen. Ik stop de wagen en volg de straat. Dit blijkt een goeie beslissing te zijn en tien minuten later sta ik naast het standbeeld van “De Mens en de Zee”. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat de foto’s in mijn reisgids indrukwekkender over kwamen. Het is een leuk gezicht, maar da’s ook alles. Gelukkig ligt er tegenover het standbeeld het visserij- en zeevaartmuseum met een gevarieerd aanbod aan exposities, waaronder eentje gewijd aan dode walvissen (het klinkt misschien wat morbide, maar het is een zeer interessante en informatieve ervaring).

Ik besluit te lunchen in de cafetaria en krijg een bord gepaneerde en gefrituurde visfilets met enorm gezouten frieten in de beste Duitse traditie. Maar ik heb tenminste geen honger als ik weer oostwaarts wiel.

>> Stop 5.2: Kongernes Jelling

Net voor de brug voor de Kleine Belt ligt Vejle, een kleine stad die zeer modern is ingericht. En 10 kilometer verder ligt Jelling, waar je een unieke site kan bezoeken. Alles draait hier om de vikingen Harald Blauwtand en Gorm de Oude. Je vindt hier stenen met runetekens, grafheuvels en zelfs een kerk. Tegenover de site is een modern bezoekerscentrum gebouwd met een aantal tentoonstellingen die je een beter inzicht geven in hun geschiedenis.

Een markant detail: de bluetooth-technologie ontleende zijn naam aan Harald Blauwtand en het bluetooth-logo is een combinatie van de runetekens voor H en B.

Het begint zachtjes te regenen en ik besluit om mijn overnachtingsplaats voor vannacht op te zoeken. Ik ben net te laat om het kunstmuseum naast het hotel nog even te bezoeken en besluit dit op het programma van morgen te plaatsen. Dat geeft me ook de gelegenheid om eens uit te slapen.

Ik heb gereserveerd in restaurant Vedelsborg, waar op basis van de website eenzelfde stijl gehanteerd wordt als in L’Estragon de avond ervoor, maar het blijkt een kleine tegenvaller te worden. Het is niet slecht, maar het is ook niet super. Gelukkig is het een zeer rustig restaurant en is het dus een plek om eventjes tot rust te komen.

Tot morgen,

T.

  • Traject: Odense – Aarhus
  • Afstand: 170 km
  • Totale afstand: 740 km

Wat me zo opvalt als ik door het Deense landschap rij, is dat de hemel – als het niet regent natuurlijk – dikwijls nogal als op een schilderij overkomt. Een paar keer doen de witte wolken, de felblauwe hemel en het duidelijke contrast tussen beide me denken aan de begingeneriek van The Simpsons. Ik besluit het Simpsonwolken te noemen, bij gebrek aan een betere omschrijving.

Ik zit weer in mijn Nissan en scheur over de E20 westwaards. Odense ligt achter mij zowel letterlijk als figuurlijk. Mijn gedachten zijn al bij mijn volgende bestemming: Aarhus, waar ik de rest van de dag heb uitgetrokken voor een degelijk stadsbezoek. Mijn overnachtingsplaats ligt vlakbij het centraal station dus is er deze keer geen enkele reden om een bezoek aan de stad over te slaan.

Mijn GPS heeft deze keer weinig te zeggen. Bij aanvang van de trip naar de grote studentenstad probeerde ze nog even door een paar keer de route te herberekenen, maar er is nu maar 1 manier om van Odense naar Aarhus te rijden: E20 en dan E45. Het enige nadeel van dit soort ritten is echter dat ik een beetje kramp in mijn geef-gas-been krijg. De beenruimte is een beetje krap in deze wagen (de stoel staat zover mogelijk naar achteren en mijn hoofd raakt het plafond bijna, dus hoger kan ik de stoel niet zitten). Je zou denken dat er op een auto als deze een cruise control zou staan… en inderdaad, dat is zo, maar dat zou ik pas een paar dagen later ontdekken. Laten we het erop houden dat de schikking van de knoppen en toetsen op het dashboard en het stuurwiel niet altijd de meest intuïtieve is.

>> Stop 4.1: Domkirken

Aarhus is een stad met zo’n 40 000 studenten, heeft een haven en een rivier doorkruist de binnenstad. Op het eerste zicht heeft het dus alle ingrediënten om een gezellige stad te zijn. Misschien waren mijn verwachtingen te hoog gespannen, ik weet het niet. Ik had gehoopt eenzelfde ervaring te krijgen als wanneer ik door het Zweedse Uppsala drentel. Niet dus.

Op één of andere manier krijg ik niet hetzelfde gevoel van sfeer hier.

Midden in het centrum ligt de Domkrike. Niet lelijk, maar een zekere kerkmoeheid begint om te treden. Tijdens mijn bezoek werd de kerk trouwens overspoeld door jongeren op klasuitstap. Een markant detail daarbij is dat stilte niet meer tot het inner sanctum van een kerkgebouw behoort. Dat gidsen hun stem verheffen om hun boodschap uit te dragen naar de jonge toehoorders is niet meer dan normaal, maar de groepen zelf maken een kabaal van jewelste en als je dan weet dat er tegelijkertijd vier groepen deze plaats van contemplatie doorkuisten, kan je je inbeelden dat de innerlijke rust geen kans kreeg.

Op naar de andere kant van de straat dus: het vrouwenmuseum.

>> Stop 4.2: Kvindemuseet

Een mooi concept, een museum gewijd aan de geschiedenis van de vrouw. Het blijkt echter een mager beestje waarbij één zaal de positie van de vrouw sinds de middeleeuwen probeert te verbeelden en de andere twee zalen oftewel aan kinderen oftewel aan verdraagzaamheid (een fototentoonstelling) gewijd zijn. Zelfs de cafetaria die een zeer populaire lunchstek blijkt te zijn, zit vol en ik zal mijn hongerige maag elders moeten vullen.

>> Stop 4.3: Aros

Was mijn dag in Aarhus dan verspilling? Op een gegeven ogenblik was dat de overheersende gedachte. Maar toen kwam de verandering, zij het reeds laat in de namiddag.

Vlakbij mijn overnachtingsplaats staat namelijk het kunstmuseum Aros. Je kan er niet naast kijken, want het is een redelijk rechthoekig, vrij hoog gebouw met daarop iets wat op een veelkleurige schijf lijkt te zijn. In die schijf, die de 10de verdieping van het gebouw vormt, kan je rustig rondwandelen en genieten van een gekleurd zicht op Aarhus. Een vreemde, maar interessant belevenis. Het is een kunstwerk van Olafur Eliasson, iemand die verantwoordelijk is voor nog wat zeer vreemde installaties in dit museum en ook in Arken, het museum voor moderne kunst nabij de hoofdstad.

Aros kan je volgens mij het best vergelijken met Tate Modern in Londen, zowel qua fysionomie als qua type kunst. Een echte aanrader. Wat me trouwens opvalt, is hoe kindvriendelijk de musea hier overal zijn. In Aros is er zelfs een volledige verdieping waar de jongsten onder ons zich volledig kunnen uitleven. En in andere musea werden voorwerpen die ze mogen aanraken dicht bij de grond geplaatst. Waarschijnlijk was de bedenking hier ook dat als ze een paar objecten mogen aanraken, ze hopelijk de drang om alles aan te raken zouden kunnen weerstaan.

>> Stop 4.4: L’Estragon

En de dag was nog niet voorbij. Na de geweldige ervaring in het museum was het nu tijd om de Deense keuken eens echt te testen. Ik had een plaatsje in het op Tripadvisor.com aangeprezen restaurant L’Estragon gereserveerd. En het bleek een voltreffer. Het restaurant werkt ecologisch maar er wordt zeker niet ingeboet op vlak van kwaliteit. De gerechten waren verfijnd en lekker, al kon je wel stellen dat de porties een beetje te groot waren voor een vijfgangenmenu. De wijnen werden vakkundig voorgesteld en het waren stuk voor stuk pareltjes. Maar als je meer wil lezen, kan je altijd mijn recentie op Tripadvisor.com lezen ;-)

Maar al bij al toch nog een geslaagde dag (of in elk geval de rit naar Aarhus waard).

T.

  • Traject: Odense – Odense
  • Afstand: 110 km
  • Totale afstand: 570 km

Ah, een nieuwe morgen, een nieuwe dag. Maar wat is dat geluid daarbuiten? Zou dat misschien… oh neen, jawel! Het regent pijpenstelen en dus ziet het er niet goed uit voor mijn stadsbezoek. Gelukkig heb ik nog een alternatief. Gisteren heb ik vooral het zuidelijk gedeelte van het eiland bezocht (da’s niet zo moeilijk want ongeveer 80% van Fyn ligt ten zuiden van Odense), maar een klein stukje noorden had tijdens mijn voorbereiding ook nog mijn aandacht getrokken: een soort zee-centrum in Kerteminde.

>> Stop 3.1: Fjord & Bælt, Margrethes Plads 1, Kerteminde

Kerteminde ligt op minder dan een half uur rijden van Odense en is een kleine stad aan de zee. Wat opvalt, is dat het weer hier totaal anders is. Het is droog, er waait een warme wind en de hemel is open.

Fjord & Bælt blijkt een onderzoekscentrum te zijn waar onder andere het gedrag van walvissen en zeehonden wordt bestudeerd. De bassins staan dan ook in rechtstreeks contact met het zeewater en zijn ook onderhevig aan de getijdenwerking. Het geheel is sterk afgestemd op kinderen, maar ook volwassen komen hier zonder probleem aan hun trekken. Rond het trainen van de zeehonden en walvissen wordt een kleine show opgevoerd al is deze beduidend minder spectaculair dan we gewoon zijn. De aandacht gaat naar het trainen en het publiek krijgt een inzicht in hoe dit gebeurt, niet meer.

Verder is vooral de tunnel onder de zee tussen twee bassins indrukwekkend. Je krijgt een totaal ander beeld van wat er zich op de zeebodem afspeelt.

Als je wil, kan je ook krabben en zeesterren en diens meer aanraken, maar daar pas ik voor.

De toegangsbadge laat je toe het centrum zoveel in en uit te lopen als je wil en ondertussen de stad te verkennen. Ik maak van de gelegenheid gebruik om boodschappen te doen in de supermarkt er recht over en keer dan via de toeristische route terug naar Odense, geniet van een leuk muziekje en de zon.

Maar mooie liedjes duren niet lang. Van zodra ik Odense nader, slaat het weer om. Ik rij terug naar het hotel om mijn lunchslaatje te verorberen en moet zelfs een paar minuten in de auto wachten omdat het te hard regent om uit te stappen.

>> Stop 3.2: Egeskov Slot, Egeskov Gade 18, Kværndrup (revisited)

Het lijkt alsof er een vloek boven de stad hangt, maar ik laat mijn hoofd niet hangen.

Ik besluit Odense te laten voor wat het is en tijdens een latere trip naar Denemarken de stad een volwaardig bezoek te geven (anderhalf uur met de trein vanuit Københaven, dat schept mogelijkheden).

Ik ga gebruik maken van jaarticket voor Egeskov Slot dat ik gisteren verworven had. Hup, weer de auto in en 20 minuten later sta ik weer in een zonovergoten park. Deze keer neem ik rustig de tijd om alle verschillende tuinen te bezoeken alsook de labyrinthen. Zeker de moeite waard en lekker ontspannend.

Omdat het maandag is, ben ik ongeveer de enige bezoeker en dat bevalt me wel.

Een dik uur wandelen later geven de donderslagen in de verte aan dat het tijd is om naar huis te gaan en zo geschiede.

Nog een korte rit via één van de vele autosnelwegen die Denemarken ondertussen rijk is en mits wat ergeren aan de zeer vreemde en dikwijls gevaarlijke rijstijl van mijn mede-europeanen ben ik weer waar ik vanmorgen begonnen was. In Odense. Maar zonder het te bezoeken natuurlijk.

T.

  • Traject: Roskilde – Odense
  • Afstand: 280 km
  • Totale afstand: 460 km

Dag twee begint vroeg en vol goede moed. Ik trek westwaarts naar Odense, een van de grootste steden van Denemarken en de grootste stad op het eiland Funen (Fyn). Maar ik laat natuurlijk niet na om onderweg wat interessante plaatsen te bezoeken.

>> Stop 2.1: Bjernede (ronde kerk)

De allereerste stop is niet zo ver van Roskilde, maar is niet zo makkelijk te vinden. De GPS is een grote hulp, ondanks het onophoudelijke gekwetter. Bjernede is een piepklein plaatsje en ligt eventjes van de hoofdweg af. Als je de zijweg hebt gevonden, word je plots geholpen door wegwijzers, maar die vind je niet op de hoofdwegen…

In Bjernede vind je een ronde kerk en daar zit een heel verhaal aan vast (en dat kan je makkelijk opzoeken op internet). Wat opvalt, is dat de kerk zeer goed onderhouden is én dat het kerkhof dat de kerk omringt ongelooflijk mooi is, zowel qua aanleg als qua versiering. De foto’s spreken voor zich.

>> Stop 2.2: Nyborg Slot, Slotsgade 11

Ik trek verder oostwaarts en rij over de Store Bæltbro, de brug over de Grote Belt, één van de twee tolwegen die Denemarken rijk is. De andere tolweg is de Øresundbrug tussen København en Malmö in Zweden.

Net over de brug die zo’n 26 km lang is, ga ik zuidwaarts om in Nyborg het kasteel te gaan bezoeken. Net zoals Luxemburg is Denemarken vergeven (over mooier gezegd: bezaaid) met kastelen en ruïnes. Elk slot speelde zijn deel in ‘s lands geschiedenis, maar het is allemaal teveel informatie om te onthouden. Ik moet nog een beetje geheugencapaciteit overhouden om de geschiedenis van Rusland op te slaan (kan van pas komen nu ik besloten heb om me ook aan die taal te wagen).

>> Stop 2.3: Valdemar Slot, Troense

Via een omweg die langer uitvalt dan nodig dankzij mijn iets te voorzichtige GPS trek ik verder naar het zuiden van het eiland en kom terecht in Troense, eigenlijk gelegen op een ander, veel kleiner eiland. Daar vind ik Valdemar Slot. Het weer is stukken beter dan de eerste dag, maar korte regenbuien blijven niet uit en dat zal de rest van trip zo blijven. Het is wel een speciaal soort bui: meestal gaat het om een soort poederregen en de meeste buien duren slechts enkele minuten, niet echt de moeite om de paraplu boven te halen.

De honger dwingt me tot het nuttigen van een croque-monsieur die aangenaam betaalbaar en lekker is. Ik wandel rond op het grondgebied van het kasteel, maar neem niet de moeite om de binnenkant te bekijken. Ze beginnen allemaal op elkaar te lijken…

>> Stop 2.4: Faaborgs Museum, Grønnegade 75

Tijd om naar de andere kant van het eiland te trekken. Faaborg is een rustiek dorp waar je de meest vreemde bouwwerken aantreft. Deze zijn trouwens overal in Denemarken terug te vinden, maar hier vind je ze allemaal op een hoopje, wat het makkelijk maakt om ze eens op de gevoelige plaat vast te leggen.

In Faaborg heb je ook een kunstmuseum en dat blijkt een vreemde mengeling tussen rustieke en meer moderne kunst te zijn. Er zijn zelfs beeldhouwwerken te zien die vroeger tot de collectie van de Glyptoteek in København behoorden. Zeker de moeite waard, maar een beetje veel (het helpt als je de rustieke schilderingen niet zo apprecieert, dan kan je die overslaan).

>> Stop 2.5: Egeskov Slot, Egeskov Gade 18, Kværndrup

Tijd om richting Odense, mijn overnachtingsplaats voor de volgende twee dagen, te trekken, maar niet zonder te stoppen aan Egeskov slot. Het slot is in mijn reisgids niet veel meer dan een voetnoot, maar in werkelijkheid is het een groot domein met een aantal (niet altijd even interessante) musea en een veelheid aan tuinen. Het lijkt meer op een pretpark waar je zelfs een wandeling door de boomtoppen kan maken (is er ook niet zoiets in Planckendael vraag ik me af). De toegangsprijs is ook niet van de poes, maar je kan dan de rest van het jaar gratis binnen, iets waar ik de volgende dag dan ook gretig gebruik van maak.

Op het domein vind je ook een aantal doolhoven waaronder eentje geconcipieerd door Piet Hein (en neen, dat is niet die Hollander, maar een Deens dichter). Na anderhalf uur heb ik het slot en de musea bekeken en begint het te regenen. De vermoeidheid begint te wegen, dus stap ik naar de auto en rij richting Odense.

Daar wacht me een leuke hotelkamer, maar geen eten.

Ik ben te moe om naar het centrum van de stad te rijden en besluit iets in de omgeving van het hotel te zoeken. De aanwijzingen van de receptionist blijken nergens toe te leiden, maar uiteindelijk vind ik een soort frituur waar twee ongeïnteresseerde jonge dames, gekleed in door frituurvet besmeurde grijze t-shirts de wacht uitmaken. De cheeseburgers die ik vervolgens geserveerd krijgen stillen de honger, maar echt lekker zijn ze niet. De kaas is volledig verzopen in 3 soorten sauzen en … (ik stop nu, want klagen over fastfood heeft niet echt zin).

Morgen staat een stadsbezoek op het programma, als het niet regent. Zoveel is er echter niet te zien, want het is dan maandag en dan is ongeveer alles dicht. Inderdaad, mijn anders feilloos planningsinstinct heeft gefaald…

Zzzzz.

T.

  • Traject: Mechelen – København – Roskilde
  • Afstand: 180 km (vanaf København wel te verstaan)

Het doet pijn zo vroeg op te moeten staan op een zaterdag. Zeker als je de dag ervoor nog een gezellig onderonsje had met (ex-)collega’s, maar omwille van je trip vroegtijdig naar huis moest keren – geheel tegen je gewoonte in. Maar de vooruitzichten zijn goed: ‘t is immers vakantie.

De vlucht verloopt voorspoedig en de Kastrup is zijn eigen getrouw: eerst een kwartier zwermen door de lange gangen tot aan de bagageband om dan te moeten constateren dat je nog 20 minuten moet wachten. Zaventem is echt wel een geweldige luchthaven.

Nadat de “nog 0 minuten” (maar dan in het Deens) vervangen werden door “bagage delayed”, had ik een paar ademhalingstechnieken nodig om weer tot rust te komen: er lag een land op mij te wachten. Alle belangrijke bezienswaardigheden sloten om 17u, het was ondertussen bijna 12.30 en ik had nog 7 tussenstops te maken.

De eerste en laatste keer dat ik Denemarken deels doorkruist heb, moet zo’n 20 jaar geleden zijn. Toen zijn we in Billund Legoland gaan bezoeken en waren daarna een weekje gelogeerd in een vakantiedorp in Gedser in Zuid-Sjælland (voor zij die naar Forbrydelsen / The Killing hebben gekeken: de plaats waar Lund na reeks 1 gestationeerd werd). Veel weet ik niet meer van dit avontuur, maar volgens mij lag de brug over de Store Bælt er nog niet en moesten we de ferry nemen. Ik herinner me nog wel de tussenstop op het eilandje Møn en de afdaling via een soort trapladder naar het strand. Te vermijden dus. Een mens wordt nu eenmaal ouder en iets minder flexibel.

Bon, bagage eindelijk gevonden, auto gevonden (speciaal model, nog nooit van gehoord, maar lang niet slecht – zie foto) en op weg naar de eerste tussenstop, het museum voor moderne kunst Lousiana net ten noorden van København.

En ja hoor, ik was nog geen minuut onderweg of de hemelsluizen gingen open. En het zou heel de dag blijven regenen. Hopelijk is dat de volgende dagen niet meer het geval.

>> Stop 1.1: Lousiana, Gammel Strandvej 13, Humlebæk

Ik was al eerder in dit bijzondere museum geweest, een absolute must voor elke moderne-kunstliefhebber. Ook deze keer stelde het niet teleur, maar ik had weinig tijd om te blijven hangen. Er wachtten mij nog meerdere stops en het was al na de middag.

Honger had ik niet, want ik had ‘s morgens mijn boterhammen gesmeerd (bokes met eikes, het traditionele roadtrip-voedsel, al van toen ik nog op schoolreis ging). Ondertussen had ik ook wel door dat mijn gevoel voor schaal me lichtjes had bedrogen. Ik had mezelf een paar weken geleden een zeer grote wegenkaart van Denemarken aangeschaft. Deze kaart en de onontbeerlijke Capitool-reisgids waren mijn inspiratiebron voor mijn tocht doorheen het zuidelijkste der Scandinavische landen. Edoch, mijn reis bleek na 2 uur al een beetje te ambitieus voor de door mij voorziene tijd. Aanpassen was dus de boodschap.

Maar niet onmiddellijk natuurlijk. Als je de geografie van Denemarken een beetje kent, zal je al gemerkt hebben dat Roskilde, mijn einddoel van deze dag, slechts enkele tientallen kilometers ten westen van København ligt…

Verder noordwaarts dus, op naar het kasteel van Hamlet.

>> Stop 1.2: Kronborg Slot, Kronborgvej, Helsingør

Indrukwekkend kasteel, Unesco werelderfgoed. Grappig verhaal, daar Hamlet er nooit gewoond heeft, laat staan dat hij ooit heeft bestaan. Er zijn vele theoriën over, maar die kan je best beleven als je het slot bezoekt. En het slot zelf hoef je niet eens binnen te gaan om een tijdje zoet te zijn. Uitleg wordt verschaft via een plaatselijk draadloos netwerk dat je via je smartphone kan oppikken; jammer genoeg moet je dan wel blijven staan tot de uitleg ten einde is.

En natuurlijk is het hier net zoals in Louisiana vergeven van de toeristen. Heel veel Zweden, maar ook de gebruikelijke Chinezen en Japanners kom je hier tegen.

Helsingør in de regen is niet zo aanlokkelijk, dus trek ik snel verder, zuidwaarts deze keer. Er staan vandaag nog 3 kastelen op mijn programma, maar uiteindelijk laat ik Fredensborg, waar de koninklijke familie woont, links liggen en rij ik door naar Frederiksborg.

>> Stop 1.3: Frederiksborg Slot, Slotsgade 1 – Frederiksværkgade, Hillerød

Mijn GPS, die me eigenlijk al vanaf kilometer 1 op de zenuwen werkt omdat ze net iets te vaak zegt hoe ik moet rijden en wat ik moet doen en welke weg ik hoelang moet volgen en mij waarschuwt dat er onderweg werken zijn en dat de route opnieuw berekend wordt met inachtname van de verkeersmeldingen en dat de route berekend is en dat er werken onderweg zijn en dat ik de weg moet blijven volgen en dat ik me moet klaarmaken om over 300 meter links af te slaan en dat ik de volgende afslag links moet nemen en dat ik nu links moet afslaan en dat ik deze weg moet blijven volgen en dat de route herberekend wordt…

Mijn GPS stuurt me dus de verkeerde kant uit en probeert me door wandelstraten te laten rijden, iets wat ik natuurlijk niet laat gebeuren. Hierdoor kom ik aan de verkeerde kant van het kasteel terecht, aan het begin van de tuinen. Mooi, indrukwekkend en vooral uitgebreid. Een wandeling wordt kortgewiekt door regen en tijdsgebrek. Misschien kom ik nog eens terug (de weg naar de hel…).

180 km na mijn vertrekpunt kom ik aan in Roskilde. Mijn programma zegt dat ik de stad nog ga bezoeken, maar ik besluit eventjes rust te nemen. De Deense wegen zijn namelijk even slaapverwekkend als de Zweedse. Is het iets in de lucht, ik weet het niet. Daarenboven had ik niet echt prikkelende muziek in de auto om mij wakker te houden. Gek genoeg was de enige radiozender die min of meer goed doorkwam het Zweedse RIX FM.

Ik ontdekte echter dat ik mijn iPhone kon aansluiten en zou me die avond wijden aan het samenstellen van een geschikte playlist.

Ik besloot om het avondmaal in het hotel te gebruiken. Het eten viel mee, maar het restaurant was onderbemand, een terugkerend thema in Scandinavië blijkbaar. Mensen die een half uur zaten te wachten op het afruimen van hun tafel kregen te horen dat ze geen dessert meer konden bestellen omdat de keuken gesloten was en dat ze hun dessert maar op voorhand hadden moeten doorgegeven hebben. Ach ja, ik heb al erger gezien.

En dat was de eerste dag. Ik ben moe en ga op tijd slapen (da’s ook niet van mijn gewoonte). Morgen gaat het westwaards, naar het eiland Funen (Fyn)…

Vi ses,

T.

Ik weet het. Het lijkt wel een eeuwigheid, maar na drie jaar pauze is mijn reisblog terug. Misschien is het maar voor even, maar aangezien ik niet beschik over een glazen bol zal de toekomst dit moeten uitwijzen. Feit is dat ik op het punt sta naar Denemarken te vertrekken om daar een weekje het land te doorkruisen. Ik probeer dan ook op regelmatige basis verslag uit te brengen van mijn ervaringen.

Om het lezen te vergemakkelijken deel ik de verhalen op per dag. Foto’s van het hele gebeuren kan je terugvinden op http://tom-vandenbroeck.magix.net .

Veel leesplezier.

T.

Ik ben weer terug in Maleisië en na de drukte van de voorbije weken waardoor ik er niet in geslaagd ben om mijn westerse avonturen in Canada en de VS te vervolledigen, dacht ik – gezien de hoeveelheid werk die op de plank ligt – er niet toe te komen ook maar één woord op mijn blog te kunnen schrijven. Maar het lot heeft er anders over beslist. Niet dat het een slechte reis is geworden – ik ben immers maar een paar uur geleden aangekomen in het hotel dus veel meer dan over mijn heenreis kan ik eigenlijk niet schrijven – maar het was niet evident om hier te geraken en dan nog mèt bagage.

Neen, de reis was niet oncomfortabel, toch niet wat het vliegtuig betreft, maar samenloop van omstandigheden hebben toch voor wat – minimale – spanning gezorgd. Maar laat ik beginnen met het begin. De beste verbinding tussen Brussel en Kuala Lumpur wordt nog altijd verzekerd door onze noorderburen en wie weet ooit terug landgenoten van KLM. Er is maar één probleem (een luxeprobleem ik weet het): het vliegtuig dat op Kuala Lumpur vliegt (en daarna doorvliegt naar Jakarta op Indonesië – hoe kan het ook anders) is één van de weinige vliegtuigen in de gehele KLM-vloot dat nog niet is geüpgrade, zoals dat dan heet. Het ziet er allemaal nogal gammel uit en de films worden op een gemeenschappelijk scherm vertoont, net te klein om de ondertitels te kunnen lezen en het eten wordt geserveerd uit een soort plastieken voederbakjes (met de nadruk op –jes) en liefst dan nog soep, waarbij je bij het openen van het doosje onvermijdelijk de helft al over je krijgt en de rest niet kan neerzetten omdat diegene voor je zijn stoel volledig achteruitgeklapt heeft. Business class daarentegen is nog net te pruimen, maar een beetje duur. Tijdens de vakantie zijn er wel goedkopere tarieven, maar waren enkel beschikbaar op data die mij niet uitkwamen (en mijn verblijf met een week zouden verlengen – iets wat niet mogelijk was voor mijn werkschema).

Op zoek dus naar alternatieven. Upgraden met airmiles was ook geen optie, want blijkbaar werkt het frequent flyer programma enkel als men het vliegtuig niet vol krijgt, dus op dezelfde momenten dat business class nog min of meer betaalbaar blijkt voor een klein bedrijfje zoals het onze. En 14 uur in een klein stoeltje met je voorbuur ei-zo-na op je schoot, been there, done that en ik wou het niet opnieuw meemaken. De hulp inroepen van wereldwinkelvriendin Sarah dan maar. Zij werkt bij een reisbureau en kan soms de meest ongelooflijke combinaties uit haar computer toveren. Deze keer viel het ook wel mee, maar uiteindelijk heb ik dan toch gekozen voor een niet evidente oplossing: JetAirways. Ik had een paar weken geleden mijn eerste JetAirways ervaring toen ik naar Toronto vloog en die was hartstikke meegevallen. De stoelen zijn redelijk ruim, het eten is goed en wordt geserveerd op een echt dienblad met echt bestek en je hebt een persoonlijk videoscherm en je kan bekijken wat je wil. En, ze hebben een connectie met Kuala Lumpur over Chennai (Madras) in India. De prijzen zijn redelijk, enkel de terugvlucht heeft een 12-uur wachttijd in Chennai. Maar er zijn ergere dingen, denk ik dan optimistisch.

Inchecken kan volledig online en je print je boarding pass (na keuze van je stoel – nooduitgang is echt aan te raden en in tegenstelling tot KLM hoef je niet extra te betalen en zijn deze stoelen meestal nog vrij omdat de meeste JetAirways passagiers Indiërs zijn die in familieverband reizen) en klaar is kees. Behalve natuurlijk dat het personeel in Brussel (Zaventem) duurder is dan in India, dus er is een onderbezetting en er zijn problemen met het computersysteem, dus de bagage drop werkt niet. Aanschuiven dan maar bij economy. En dat heeft ongeveer een uur geduurd. Ik krijg ook de mededeling dat ik mijn bagage in Chennai moet ophalen en dan opnieuw inchecken – hmm, hoe ga ik dat doen zonder visum? – maar dat zijn zorgen voor later. De boarding verloopt zeer vlotjes, maar dan komt de mededeling dat er vertraging is opgelopen bij het laden van de cargo en daardoor zijn we ons opstijgslot kwijt. We moeten een drie kwartier wachten. Dat betekent dus ook drie kwartier later in Chennai, maar ik heb in totaal anderhalf uur, waarvan er nu nog 45 minuten overblijven, wat meer dan genoeg moet zijn voor een transfer (met boarding pass). Gelukkig wist ik toen niet beter.

De vlucht verliep voorspoedig, op een paar inefficiënties van de uitermate vriendelijke en behulpzame staff na (Indiërs nemen graag de tijd voor een praatje). De toiletten werden minstens één keer per uur gekuist, het eten was goed en de turbulentie minimaal. En toen landden we in Chennai. Mijn naam werd afgeroepen: ik moest de ground staff onmiddellijk contacteren. Ik dacht dat we aan een gate stonden en vroeg me af waar het allemaal over ging, maar voor de eerste keer in mijn leven ben ik uit een grote Airbus gestapt via de trap. Ondanks het nachtelijke uur (1u15) was het 30°C en drukkend. Een verantwoordelijke van JetAirways wachtte me op en vertelde me dat 50 minuten nogal krap was om mij te transferreren en dat ze hun uiterste best gingen doen om mijn bagage mee te krijgen, maar dat het waarschijnlijk niet ging lukken (slechts 10% slaagkans). Ik snapte toen niet waarom. Nu wel.

Chennai International is een kleine luchthaven, maar vergeven van de administratieve processen. Mijn uitstapgate en instapgate lagen welgeteld 10 meter van elkaar. Toch heeft het meer dan 40 minuten geduurd om mij van de ene kant naar de andere kant te brengen. Officiële papieren, stempels, veel overtuigingskracht en telefoongesprekken waren nodig om mij door de chaos te leiden (en reken maar dat de luchthaven even druk is ‘s nachts als overdag – geen nachtvluchtenverbod hier!). Daarbij kwam nog het feit dat een web-boarding pass in Chennai niet geldt voor internationale vluchten, dus moest er een nieuwe gemaakt worden – manueel – ingevuld met balpen!! Hoe het gelukt is, weet ik nog altijd niet, maar ik ben blij dat ik bij de terugvlucht 12 uur heb. Niettemin vind ik het enorm knap van JetAirways dat ze zoveel moeite gedaan hebben om mij doorheen alle formaliteiten te loodsen. In business kan je zoiets misschien nog verwachten, maar zeker niet in economy.

Daarenboven zijn ze er ook in geslaagd om mijn koffer te vinden en op mijn vlucht naar KL te zetten! Joepie! Al had ik al een voorgevoel en de nodige reservekledij in mijn handbagage gestoken. Het rare is dat voor passagiers er dus enorm veel administratieve procedures zijn, maar iedereen kan gewoon de bagageruimte in en een koffer verplaatsen… Benieuwd hoe het op de terugreis zal verlopen.

Eén van de mensen die mij door de chaos begeleidde, vroeg me of er geen betere connecties waren naar Kuala Lumpur uit Brussel. Moeilijk te beantwoorden vraag. In theorie wel. In praktijk is de service van JetAirways wel een stuk beter, maar ik denk toch dat een transfer in India geen aanrader is. ‘t Is maar dat je het weet. Je kan niet alles hebben. There’s no such thing as a free lunch.

Eens in KL aangekomen, merkte ik ook dat ik de verkeerde rij bij de paspoortcontrole had genomen. Slechts 2 mensen voor mij, maar allebei met een probleem. Maar mijn bagage was er toch nog niet, dus nog snel tijd om een sanitaire stop te maken. Daarna naar buiten en op zoek naar de taxi-counter die plots verdwenen was. Er was er wel eentje net voordat je buiten komt, maar die was ik gewoontegetrouw voorbij gelopen. Dan maar een alternatief gevonden dat een stuk duurder was. Benzineprijzen zijn één ding, maar afzetterij een ander. Alhoewel. Het was de eerste keer dat ik daadwerkelijk op 35 minuten in het hotel was – iets wat in de hotelbrochure staat, maar wat de meeste taxi-chauffeurs niet kunnen wegens redelijk onbekend (en vooral nieuw).

In het hotel voelde ik me onmiddellijk thuis. Ook al was het een 5-tal maanden geleden dat ik hier nog was geweest, werd ik herkend. Dat geeft altijd een goed gevoel.

En na een paar uur slaap is het nu tijd om wat te werken.

Tot de volgende,

Tom

Hoi allen,

Mijn weblog is niet echt up to date wegens niet al te optimale schrijfcondities tijdens mijn vakantie. Maar ondertussen ben ik terug thuis en zal er de komende dagen werk van proberen te maken om de gaten in te vullen. Eentje heb ik alvast kunnen dichten. Ik heb al mijn foto’s (meer dan 800) opgeladen op mijn fotosite. Surf dus naar http://tom-vandenbroeck.magix.net en bekijk wat ik niet kon beschrijven.

Groeten

Tom

Wow, het heeft eventjes geduurt, dat geef ik grif toe. Ik heb eventjes mijn laatste schrijfsels op mijn blog gelezen en die blijken toch meer dan een week oud te zijn. Het was dan ook niet makkelijk om iets op internet te plaatsen de voorbije dagen. Ten eerste zaten we in Denali National Park waar we niet echt in een hotel gehuisvest waren maar eerder in een soort cabines of chalets. Zeer gezellig, maar enkel het minimale comfort was voorzien, er was zelfs geen tv, iets wat mij voor de VS zeer vreemd lijkt. Daarenboven had ook mijn gsm geen dekking meer, alhoewel dat de voorbije dagen wel het geval is geweest. Blijkbaar roamt mijn toestel slechts op enkele VS-providers en is er in Alaska zo maar een vertegenwoordigd.

Het was anderzijds wel een aangename ervaring – ik was een beetje bang in het begin, zo zonder communicatielijnen, maar het went nogal snel, meer nog, eens je het beet hebt, kan je volledig zonder en negeer je zelfs berichten die je doorkrijgt op die zeldzame momenten dat je toch dekking hebt.

Na de laatste dagen in Alaska, waarbij we onder andere een 160 km lange highway hebben bereden die enkel uit gravel bestond en die op sommige plaatsen zo smal was dat er slechts eenrichtingsverkeer mogelijk was; ik een prachtige vlucht over de Alaska range gemaakt heb – een enorm lange bergketen in Zuid-Alaska – met inbegrip van een landing op de grootste gletjser van die bergketen waar ook het basiskamp voor de durfallen die een van de bergtoppen willen beklimmen is opgezet (foto’s volgen later); we een ongelooflijke grote hoeveelheid wilde beesten gezien hebben zoals beren, kariboes, uilen, hazen en nog veel meer; we kennis gemaakt hebben met het nachtleven in Alaska – licht tot 2 uur ‘s morgens en veel zatlappen; we vele leuke, lekkere en soms ook  minder goede restaurants gevonden hebben en gezien hebben dat Anchorage ook een aangename stad kan zijn waar we ons afscheidsmaal gehouden hebben ( bij Ginger, al was het niet mijn keuze – heb wel wat aangedrongen – en iedereen was laaiend enthousiast) mocht ik de ochtend na erna om 4 uur mijn bed uit om dan een 6-uur durende trip te maken met de slechtste luchtvaartmaatschappij allertijden: United Airlines. Het vliegtuig was oud en vuil, de resten van de vorige reizigers waren nog duidelijk merkbaar, de entertainment-apparatuur was zo mogelijks nog slechter dan bij KLM en de beschikbare ruimte was hyperkrap. De stewardessen waren echter niet op hun mondje gevallen en zeer bekwaam. Daarenboven kregen we wel een kussen en een deken, iets waar je bij Air Canada, waar voor de rest niets op aan te merken is, extra voor moet betalen (al is het maar 2 dollar). Het is duidelijk dat United een luchtvaartmaatschappij in moeilijkheden is, maar ik weet niet of wat ze nu aan het doen zijn hen echt zal helpen. Ach ja, ik heb me voorgenomen de VS-luchtvaartmaatschappijen zoveel mogelijk links te laten liggen. Ik kijk al uit naar mijn vlucht naar Brussel met JetAirways, waar ik echt eten krijg zonder extra te moeten betalen en waar dat op een groot bord ligt en waar mijn bestek niet van plastiek is. Maar ik mag niet te hoopvol worden, want dan kan het enkel maar tegenvallen.

Kort samengevat: een slechte trip en een verspilde dag wegens nog eens drie uur-tijdsverschil, maar wat een mooie stad. En voor een keer had ik het juiste hotel gekozen, recht op de Magnificent Mile, de straat in Chicago waarrond het allemaal draait. Alles leek perfect. Behalve het weer. Zo’n 28 graden celcius en supervochtig.

Maar da’s voor de volgende keer, want ik moet nu mijn was gaan drogen.

Groetjes en tot gauw,

Tom

 

Feit: de hoofdstad van Alaska heet Juneau en is niet via weg te bereiken, enkel via vliegtuig of ferry.

Feit: Alaska heeft niet zoveel wegen en heeft meer vliegbrevetten dan rijbewijzen.

We zijn ondertussen in het dorpje Valdez aangekomen. De juiste uitspraak is Veldies. Alhoewel oorspronkelijk genoemd naar de spanjaard Valdez, wou het gemeentebestuur op een gegeven ogenblik afstand nemen van de Spaanse connectie en veranderde de uitspraak van de dorpsnaam.

Het is ook een klein dorpje dat vooral bekend werd door de raffinaderij en het eindpunt van de 800-mijl lange oliepijpleiding en de scheepsramp met de Exxon Valdez. 

Het is een rustige dag voor ongeveer de helft van ons gezelschap. 4 – met inbegrip van onze gids – gaan kayakken op zee en nemen een wandeling op een of andere gletsjer. De drie overgeblevenen die kunnen wandelen, doen een tochtje rond het dorp en nemen enkele adembenemende foto’s. De zon schijnt en het regent niet echt. Het is waarlijk een prachtige dag. De laatste in ons gezelschap – Elaine – heeft last van een verstuikte enkel en belt een taxi die haar in staat stelt een nabijgelegen canyon te bezoeken.

Zelf zit ik na onze wandeling met Elise – de Ierse - op een bankje te genieten van een koffie verkeerd (hier latte genoemd) en het zachte weer. Daarna gaan we een hapje eten (heilbot met cajun-kruiden) en daarna trekken we voor het eerst met z’n allen naar een bar. Dit keer wordt het de Pipeline Inn Lounge en het is een voltreffer. Een leuk interieur, geweldige bediening en live muziek van de hoogste klasse. De man voelt zich thuis op gitaar, akoestische gitaar, dwarsfluit en nog een aantal andere instrumenten en speelt prachtig. Je zou er de hele nacht kunnen zitten, maar da’s niet echt aangewezen. Morgen hebben we immers onze langste trip te verwerken, zo’n 550 km naar het Denali National Park, waarvan de laatste 160 km over de Denali Highway die volledig uit gravel bestaat. Dat wordt dus een interessant tripje.

De laatste dagen van onze reis door dit klein stukje Alaska gaan we op tocht door het nationale park, met de bus en ook te voet – met het risico om kariboes en beren tegen te komen – en misschien maken we zelfs een vlucht naar en op Mount McKinley (6194 m), de hoogste berg van de Verenigde Staten. En dat betekent leuke foto’s, maar die zal je pas kunnen zien als ik terug in het thuisland ben. En dat duurt nog meer dan een week.

Groetjes en tot binnenkort,

Tom 

Ons bootavontuur van gisteren was nog niet voorbij. Vandaag zouden we immers een ferry nemen van Whittier naar Valdez – herinner je de Exxon Valdez olieramp nog? – een boottrip van een dikke 3 uur. Er was ons gezegd dat de boot een stuk groter zou zijn, de tocht een beetje korter en de wateren iets rustiger. Niettemin namen we toch een pil tegen zeeziekte. Het resultaat was prachtig: geen last, of het nu aan de pillen te danken was of aan de rimpelloze boottocht, wie zal het zeggen, maar het resultaat was er naar.

Whittier is een vreemd dorpje. Het is slechts sinds 2000 te bereiken met de auto. Daarvoor moest je de trein nemen of de boot. De trein gaat door een smalle tunnel die aangelegd werd met behulp van dynamiet. De trein en de auto delen dezelfde tunnel en dit in beide richtingen. De tunnel is jammer genoeg maar een rijstrook breed. Dit betekent dat er een heel complex schema bestaat wanneer je naar het dorp kan rijden en wanneer je van het dorp weg kan rijden (niet vergeten dat de trein er ook nog langs moet).

De tunnel is ongeveer 6 km lang en is heel smal. Je rijdt ook letterlijk over de treinsporen. Het dorpje kent slechts een honderdvijftigtal inwoners die voor 80% gehuisvest zijn in het enige flatgebouw dat er staat. Vroeger was het een militaire uitvalsbasis, vooral omdat het zo ontoegankelijk was en omdat het het grootste aantal bewolkte dagen per jaar heeft in heel Alaska. En dat hebben we aan den lijve ondervonden.

‘s Avonds zijn we allemaal samen een hapje gaan eten en in de late avond zijn enkelen onder ons nog het lokale nachtleven gaan verkennen. Ondertussen is het hier half twee ‘s nachts en is het dus meer dan tijd voor bed. Morgen gaan er een aantal – ongeveer de helft – kajakken en gletsjerwandelen, de rest doet het rustig aan en gaat in de buurt op verkenning. Maar da’s voor later.

Dag,

Tom

 

De tweede dag van onze trip bestond volledig uit een 8-uur durende boottocht in en rond Seward. We zouden de kans krijgen om allerhande vogels en zeedieren te bekijken alsook een mooi zicht op een gletsjer die tot aan de zee komt. We zouden een stukje door de baai van Alaska varen, de toegangspoort tot de Stille Oceaan.

En zo gebeurde. Jammer genoeg zat het weer niet echt mee, dus werd het een hobbelige tocht en een aantal mensen kregen last van zeeziekte. Ik kon me nog net goed houden op de heenweg, dus op de terugweg heb ik een paar anti-zeeziektepillen geslikt en die bleken te helpen.

De dingen die we onderweg te zien krijgen, zijn eigenlijk onbeschrijflijk. Zelfs met een fototoestel als het mijne is het moeilijk om de realiteit goed weer te geven. Er is eigenlijk maar een manier en dat is het zelf meemaken. Gelukkig hebben we een paar mensen in onze groep die over zeer gesofisticeerd materiaal beschikken, dus ik ben er zeker van dat we een paar mooie plaatjes te zien gaan krijgen.

We hadden geluk en zagen alle dieren die op ons lijstje stonden: berggeiten, arenden, zeemeeuwen, dolfijnen, zwarte beren, orka’s, walvissen en nog een paar dingen waar ik de nederlandse benaming niet van ken. We zagen ook tot tweemaal toe een aantal stukken ijs van de gletsjer afbrokkelen. Het is eigenlijk vreemd om dit fenomeen gade te slaan: enerzijds kijk je naar een stuk geschiedenis en de wilde krachten van de natuur, anderzijds ben je wel een toerist die het niet echt moeilijk heeft om dit stuk natuurwonder te komen aanschouwen. Vroeger zou het echt een avontuur geweest zijn.

Te lang kan je er niet bij stilstaan. Tijd voor het volgende, niet…

 

Dinsdag moest ik al vroeg uit de veren. Om 7u30 werden we in de lobby van het hotel verwacht om kennis te maken met onze reisleider en onze reisgezellen voor de volgende acht dagen. Het hotel beloofde ook een deluxe ontbijt, maar ik vond er niks aan, in tegenstelling tot mijn medereizigers die allemaal – met een uitzondering – Amerikaanse staatsburgers bleken te zijn. De uitzondering kwam uit Ierland. In totaal zijn we met zeven, plus Emiko, onze reisleidster. Het is een bond allegaartje van personen, allemaal om ter uitbundigst. Er is maar een man buiten mezelf die aan de trip deelneemt, Randy genaamd. Da’s dus ook mijn kamergenoot voor de volgende week.

Het programma lijkt nogal rustig dus dat stelt mij gerust. Mijn reisgenoten lijken ook leuke, openhartige mensen dus dat zit wel snor – al zal later blijken dat sommigen hun mond net iets te veel opendoen, maar dat is moeilijk te vermijden.

Het reisdoel voor vandaag is Seward, een klein dorp ten zuiden van Anchorage. Halverwege stoppen we bij een wildreservaat, waar we zwarte en bruine beren te zien krijgen, alsook elanden, rendieren, kariboes, vossen, muskusossen en nog een paar soorten wild waarvan mij nu de naam even ontsnapt.

We houden halt voor lunch in een dorpje (of beter nederzetting) met de illustere naam ‘Hope’, ooit het centrum voor de goudzoekers, zelfs in die mate dat het gedurende een aantal jaren groter was dan Anchorage. We spreken in de hoogdagen over zo’n 3000 inwoners. Nu zijn er nog een kleine 300 overgebleven. We eten onze lunch op een bankje voor de toeristische dienst en daarna drinken we nog een warme chocomelk in het Seaview Cafe.

Daarna rijden we naar Exit Glacier, de enige gletsjer in de buurt die je vanop land kan bereiken. We wandelen tot vlakbij de gletsjer en nemen adembenemende foto’s. Je kan er jammer genoeg niet op.

Onze volgende en laatste stop is Seward, genoemd naar de Amerikaanse onderhandelaar die de verkoop van Alaska van Rusland aan de Verenigde Staten in goede banen moest leiden – waarin hij ook grandioos geslaagd is.

In dit dorpje, dat een paar straten groot is, maar wel een mooie haven heeft en een groots Sealife Centre, verblijven we twee nachten. Morgen gaan we op een excursie op het water, heel de dag lang.

Het was een lange dag en dus vallen we snel in slaap, alhoewel het licht blijft tot ongeveer middernacht…

 

Maar in het westen en niet in het oosten (of het midden) zoals gewoonlijk. Ik ben goed in Alaska aangekomen en mijn gsm werkt hier tot mijn grote verbazing perfect. Morgen is de grote dag en dus ga ik op tijd slapen. Het is hier tien uur later dan in Belgie dus als ik dit schrijf, is het voor mij de late avond en voor jullie al de vroege morgen.

Ik heb niet veel uitgestoken vandaag, behalve kennisgemaakt met de Amerikaanse border control… veel gedoe, maar of het veel uithaalt?

Heb hier in Anchorage een leuk restaurantje gevonden met lekkere fusion gerechten en heb gemerkt dat de taks op voeding hier 0 % bedraagt. Er is blijkbaar ook geen alcoholtax. Dat maakt het allemaal wat betaalbaarder.

Wat er mij de volgende dagen staat te wachten: ik heb er geen idee van, maar ik heb de indruk dat het vermoeiend zal worden (zeker omdat de dagen hier ook een stuk langer zijn, het is nu half elf en het is buiten nog volop dag). Daarenboven werkt het internet hier ook niet zo goed en kost het stukken van mensen.

Tot de volgende keer dus.

Groeten

Tom

Vandaag is mijn laatste dag in Vancouver. Alhoewel mijn eerste indruk niet geweldig was, heb ik ondertussen gemerkt dat de stad wel wat te bieden heeft. Het is daarenboven ook een grote bouwwerf, vermoedelijk in aanloop naar de olympische winterspelen van 2010.

Gisteren was het schitterend weer en alhoewel ik mij ingesmeerd had, is mijn rechteroor toch redelijk verbrand (zelfs in die mate dat ik er niet kon op slapen). Ik had de hotelshuttle genomen totaan Stanley Park, ten noordwesten van het centrum. Ik heb de volledige ronde van het park gedaan (ongeveer 9 km) en een heleboel foto’s genomen. Daarna heb ik me met behulp van de hop-on hop-off bus laten voeren tot op Grandville Eiland en vandaar hotelwaarts gestrompeld. Mijn lichaam was totaal leeg. ‘s Avonds ben ik gaan eten in the Banana Leaf, een maleis restaurant schuin tegenover mijn hotel. Niet slecht en niet duur, het enige nadeel was dat mijn voorgerecht na mijn hoofdgerecht op mijn tafel terecht kwam. Na een leuke avond in de bar – veel stamgasten die allemaal deelnamen aan een soort barspel op tv – kroop ik vrij vroeg in mijn bed. Rondwandelen in een stad eist nu eenmaal zijn tol.

De dag erna had ik opnieuw de hotelshuttle geboekt, ditmaal tot Waterfront Station, vanwaar ik naar het kunstmuseum wandelde. Er was een tijdelijke tentoonstelling over Japanse en Amerikaanse stripboeken en bijhorende films en ook een permanente tentoonstelling over een vrouwelijke Canadese kunstenares, maar al bij al was het veel geld voor weinig wol. Na een beperkte lunch in de cafetaria wandelde ik terug naar het hotel (toch een dik uur). Tijd om de was te doen. Dat viel reuzemee, maar de rest van de namiddag lag ik op mijn bed. Te moe.

Iets na zessen trok ik naar de Cactus Club, een restaurant een paar straten verder dan het hotel. Dat was mij aangeraden door de barvrouw in het hotel. Het eten was heel lekker en de omgeving vrij aangenaam. Het enige jammere was dat mijn steak aan mijn tafel arriveerde ongeveer drie minuten nadat ik mijn voorgerecht gekregen had. Ik heb de steak dan maar teruggestuurd met de vrees dat ik nadien slechts opgewarmde kost zou krijgen. Gelukkig bleek mijn vrees ongegrond – of ik heb het toch niet gemerkt – en verliep de rest van de avond zeer goed (buiten het feit dat de Irish Coffee heel weinig Irish in zich had). Nog een paar drankjes in de bar en we kunnen er weer tegen.

Nu spendeer ik mijn laatste internetminuten aan het schrijven van dit verhaal en dan ga ik inpakken. Morgen vlieg ik naar Anchorage, Alaska. Daar begint het grote avontuur en zal ik waarschijnlijk geen toegang meer hebben tot internet tot en met de woensdag van de week daarop. Alhoewel, je weet maar nooit. Daarenboven is het daar een stuk kouder en zit ik nog een uur dichter bij de datumgrens, dus zo’n 10 uur tijdsverschil met Belgie.

Groeten en tot de volgende,

Tom

 

Het is hier nog vrijdag, terwijl het in Belgenland al lang zaterdag is. De bar in het hotel is net gesloten – om half twaalf op een vrijdagavond notabene – wegens te weinig volk. Ik ben nu twee dagen in Vancouver en ik moet zeggen dat het tijd vraagt om aan deze stad te wennen. Gisteren begon al goed. De taxi die ik in Toronto gereserveerd had – dezelfde maatschappij als waarmee ik de dag ervoor het tripje naar Niagara had gemaakt en dat zeer goed was meegevallen – kwam niet opdagen. Gelukkig vonden we – een oudere heer die ook richting luchthaven moest – snel een vervanger en was ik ruim op tijd voor de vlucht naar Vancouver – een tripje van zo’n 6 uur waarbij frisdrank en koffie gratis waren, maar al de rest betaald moest worden, zelfs als je een kussen en een deken wilde. Het entertainment was wel gratis (of moet ik zeggen inbegrepen) en bestond uit een individueel video on demand systeem dat na een keer herstarten feilloos werkte.

Dankzij mijn taxi-tripje kreeg ik nog wat extra info over Toronto en Canada in het algemeen, met inbegrip van de politieke situatie en het feit dat ze ooit een NGO hebben opgericht met federale staten. Zodoende was mijn medetaxigenoot al een paar keer in Belgie geweest, alhoewel ons land geen volwaardig lid is van deze organisatie. Het is wel grappig te merken dat ongeveer alle personen die ik tot nu toe ben tegengekomen en met wie ik gesproken heb over mijn land van afkomst ten eerste weten over welk land ik het heb en ten tweede de politieke situatie kennen. Meer nog, in Canada lijken ze onze problematiek zelfs te begrijpen. Ze hebben namelijk zelf een talen-probleem en Quebec wil zich al een tijdje onafhankelijk verklaren. Daarenboven heb je nog het gegeven van de eerste inwoners, de aboriginals van Canada worden ze genoemd, die zich nog steeds verdrukt en ondergewaardeerd voelen.

Maar goed. Na een vlucht van zes uur en een tijdsverschil van 3 uur kwam ik dus in Vancouver terecht. De foto’s waren veelbelovend, maar het eerste aanzicht viel tegen. Mijn hotel – niet het goedkoopste – werd geadverteerd als liggende in het centrum, maar dat is te nemen met een korreltje zout en een wandeling van minstens drie kwartier alvorens je in echt downtown bent. Ook was mijn kamer nog niet klaar, iets wat kan gebeuren als je wat vroeger bent, maar 4 uur later – zelfs na de officiele check-in tijd – was het nog altijd wachten geblazen. In tussentijd had ik al geluncht (afschuwelijk) in de aanpalende restaurant en was ik de straat al eens op en neer gewandeld (ik bedoel hiermee West Broadway, wat maar een kwart van de straat is, maar wat me toch ongeveer anderhalf uur heeft beziggehouden).

Pff, eindelijk rust. Genoeg gezien voor vandaag. Eten doe ik dus maar in het restaurant van het hote. Het voorgerecht valt reuzemee, het hoofdgerecht is wat flauw – maar wel lekkere vis. De rekening krijg ik onmiddellijk als ik zeg dat ik niet onmiddellijk een blik wil werpen op de dessertenkaart. Da’s blijkbaar de gewoonte hier. Op naar de bar dus waar Judy mij leert Canadian Club te drinken en dat valt qua smaak best mee. Daarna nog wat TV kijken en een voornemen om op tijd op te staan om de hop-on hop-off bus te vinden en downtown te verkennen. Hopelijk valt die buurt iets beter mee dan waar ik nu ben, want da’s eigenlijk wel een beetje een buurt die zijn glorie verloren heeft…

Maar de volgende dag (vrijdag) zou blijken dat dit niet echt het geval is. Vancouver is een vreemde stad en zeker niet van hetzelfde kaliber als Toronto. Het aantal inwoners is ook een pak lager, maar toch lijkt de stad een stuk groter en meer op een buitenwijk – en een bouwwerf in de aanloop naar de olympische spelen van 2010 die economisch veel voor de stad betekenen.

Ik wandel een heel eind, tot aan de overkant van het centrum (anderhalf uur – ik ben trots op mezelf en mijn voeten) om daar de hop-on hop-off bus te nemen en ik zit heel de rit uit (weer eens anderhalf uur). Eerst wilde ik het kunstmuseum bezoeken, maar ik ben te moe en te hongerig en dus ga ik een paar haltes verder, op Granville eiland, de stop het dichtste bij mijn hotel (nog steeds een twintigtal minuten wandelen). Deze keer neem ik een van de parallelstraten van Broadway en deze ziet er veel residentieler en beter onderhouden uit. Daarna vind ik zelfs een aangename gelegenheid (Earl’s) om te eten en eindig de avond met een whiskey in de bar. Judy zegt me dat er veel betere eetgelegenheden zijn dan Earl’s en ik heb nog twee avonden om die uit te proberen. Ondertussen ben ik er in geslaagd om Innan Frosten, waarin ik begonnen was tijdens mijn laatste bezoek aan Maleisie eindelijk uit te lezen en ben ondertussen ook bijna klaar met mijn volgende boek, iets wat altijd leuk is.

Morgen moet ik er vroeg uit. Dan ga ik Stanley Park verkennen. Maar dat relaas kan ik nu nog niet doen. Tot later dus.

Groeten,

Tom

Mijn laatste dag in Toronto, nu toch. Over een paar weken kom ik nog een dagje terug, om mijn vliegtuig naar Brussel te kunnen nemen. Maar voorlopig is het dus mijn laatste dag. Morgen vlieg ik naar Vancouver, een binnenlandse vlucht van 5 uur die me van het oosten naar het westen van Canada brengt. Ik ga ook drie uur terug in de tijd. Waar nu het tijdsverschil met Belgie 6 uur bedraagt (en met Maleisie 12 uur) wordt dat vanaf morgen 9 uur (en met Maleisie 15 uur). Ik zal dus moeten leren om mijn gsm af te zetten ‘s nachts, daar de kans dat iemand mij belt tijdens voor mij aanvaarbare tijden, zeer klein zal worden…

Maar goed, terug naar vandaag. In plaats van rond te lopen in het centrum had ik mij een tripje geboekt naar een van die natuurwonderen die onze wereld rijk is: de Niagara watervallen. Het was een zeer interessant tripje (met een tourbusje). Eerst kregen we nog wat uitleg over Toronto (de naam Toronto komt van een indiaans woord en betekent ‘ontmoetingsplaats’, de plaats aan de rivier waar verschillende indianenstammen samen kwamen om handel te drijven) en enkele interessante gebouwen: naast de CN toren, waar ik het al over gehad heb, ook vb het gebouw van de nationale bank waarvan de vensters allemaal bedekt zijn met goudstof (1 ons per glas). In het gehele gebouw zit meer dan 50 kg goud. De ramen zijn dus ook goudkleurig en reflecteren vrolijk het zonlicht. Bij de bouw maakte men het grapje dat dit proces goedkoper was dan gordijnen. Maar hedentendage lacht men iets minder. De buren spannen aan de lopende band rechtszaken aan, want zij hebben last van de reflectie en dit zorgt voor hogere electriciteitsrekeningen wegens een intenser airco-gebruik.

En dan op weg naar de watervallen, zo’n 120 km van de stad verwijderd. Eerste stop: Niagara Airport. Hier kregen we de kans om de omgeving vanuit de lucht te bekijken, een kans die ik niet liet liggen ondanks mijn niet al te grote voorliefde voor hoogtes. De foto’s die ik gemaakt heb, zien er adembenemend uit en ik moet zeggen dat het een mooi contrast bood ten aanzien van de ervaring die ik later op de dag zou hebben als we de enorme douche vanop het water konden aanschouwen.

Tussen deze twee hoogtepunten kregen we ook nog de kans om een chocoladefabriek te bezoeken en niet te versmaden: een wijnproeverij te doen. Ontario en zeker het Niagara-gebied is een onderkend wijngebied. Nochtans is deze streek (met zijn eigen appelation controlee – VQA) goed voor 80% van de wereldproductie van ijswijn. Deze wijn wordt gemaakt van druiven die bevroren zijn geweest. Daarvoor moet het minstens 8 graden vriezen. Duitsland en Oostenrijk zijn traditioneel gekend voor dit soort wijnen, maar hier kunnen ze maar af en toe gemaakt worden omwille van de wisselende weersomstandigheden. In Niagara kan er elk jaar in januari/februari geoogst worden. Uit een enkele druif komt een druppel ijswijn. Niet te verwonderen dat deze wijnen vrij duur zijn. De wijn die wij geproefd hebben was een chardonnay en smaakte verrassend veel zoals een goede muscat. Jammer genoeg waren de rode ijswijnen – uniek in de wereld – niet te proeven. Da’s voor een volgende keer.

Nadien trokken we naar Niagara-on-the-Lake, in de 18de eeuw de hoofdstad van de provincie Ontario, een rustig en rustiek dorpje, en vandaar ging het langs het bloemenuurwerk en de maalstroom naar de eigenlijk watervallen. Het mooie weer zorgde voor een goed humeur en een leuke herinnering.

Het was al na zevenen toen ik terug in mijn hotel was. Ik had amper gegeten en dus ging ik op zoek naar een leuk restaurant op wandelafstand. Dat werd Olive & Lemon, Italiaans, lekker, maar niet zo goed als in de hotelbrochure stond aangegeven. Een beetje flauw af en toe, maar toch goed genoeg.

Nu is het tijd om onder de wol te kruipen, want op een of andere manier ben ik er in geslaagd om een veel te vroege vlucht te boeken…

Groeten en tot de volgende,

Tom

 

Laat ik meteen dan ook maar een lijstje maken van wat ik allemaal op Noord-Amerikaanse bodem gegeten heb en wat ik er van vond.

20080526 – Diner - Horizons@CN Tower

  • Bruschetta
  • Steak sandwich
  • Creme brulee
  • Oordeel: lekker, niet te duur, leuke Ontario-wijnen

20080527 – Lunch – C5@ROM

  • Artisjok salade met een gepocheerd eitje
  • Zalm: eerst gerookt en dan gekook en plein vide
  • 2 leuke wijntjes, waarvan de rode jammer genoeg chileens was (maar goed bij de zalm paste)
  • Oordeel: iets prijziger, maar wel heel lekker, de schotels hadden wel iets gevulder mogen zijn

20080527 – Dinner – Fox and Fiddle@Holiday Inn Midtown

  • Bruschetta met tzazika en feta
  • Thaise wokschotel met kip
  • Leuke Ontario-wijnen van het huis
  • Oordeel: deftig pub-eten, maar ook niet meer

 20080528 – Dinner – Olive&Lemon@Toronto

  • Polenta e Funghi
  • Risotto con Fontina e Noci
  • Tiramisu met anglaise saus
  • Een glas Sangiovese
  • Oordeel: lekker, maar het kan iets pittiger

 20080529 – Dinner – Stages@Holiday Inn on Broadway

  • Slaatje met lokale zalm en appelschijfjes
  • Lokale heilbot met een speciaal sausje
  • Huiswijn
  • Oordeel: voorgerecht heel lekker, hoofdgerecht een beetje flauw, wijn ook

20080530 – Dinner – Earl’s@West Broadway & Laurel

  • Sushi van lokale Tonijn en Zalm
  • Lokale Zalm met Mango, groene asperges en look-aardappelpuree
  • Taartje met cocospuree
  • Mojito met komkommer,  BC Rode Zinfandel
  • Oordeel: goede bediening, lekker eten, had soms iets warmer gemogen (wel gaar), lekkere lokale wijn

 20080531 – Dinner – Banana Leaf@West Broadway

  • Roti Canai
  • Satay van kip
  • Zwarte kabeljauw met een gembersaus
  • Een Chardonnay uit BC
  • Oordeel: lekkere, Maleise keuken, wel vrij snel

20080601 – Dinner – Cactus Club@West Broadway

  • Yam frieten
  • Filet steak met pepersaus en aardappelpuree
  • Irish coffee
  • Oordeel: heel lekker, maar de bediening liet een beetje te wensen over:ik kreeg mijn hoofdgerecht ongeveer gelijktijdig met mijn voorgerecht

 20080602 – Ginger@West 5th Avenue@Anchorage

  • Soepje van banaan en citroengras
  • Alaska heilbot bereid op Thaise wijze met cocosrijst, gewokte groenten en huisbereide calamari met eigen deeg van broodkruim
  • Broodpudding met banaan, caramelsaus en gemberijs
  • Toscaanse rode wijn en ijscider
  • Oordeel: schitterend zowel qua omgeving, bediening als eten. Een aanrader.

 

wordt vervolgd

Dat is het zeker. Aangezien ik maar drie dagen in elke stad ben, wou ik zeker geen tijd verspillen. Daarom heb ik mijn programma min of meer voorbereid. Maar niet zo goed als anders. Dus kwam ik op het geniale idee om een soort citypass te kopen. Elke keer als ik zoiets doe, vind ik achteraf dat ik beter gewoon de ingang betaald had, aangezien ik nooit alle mogelijkheden benut – een uitzondering is de Stockholm a la carte, omdat die min of meer gratis is en ook het openbaar vervoer in groter Stockholm bevat. En deze keer was niet anders.

Je moet mijn uitspraak wel met een korreltje zout nemen. Zonder de pas zou ik nooit een aantal dingen bezocht hebben en het is net omdat je in elk van de bezienswaardigheden zo lang kan rondhangen dat het moeilijk wordt om alle locaties te bezoeken.

Gisteren had ik de CN toren al met mijn aanwezigheid vereert, vandaag begon ik met het ROM (Royal Ontario Museum) (Toronto ligt in de provincie Ontario). Dat is zowel het natuurhistorisch museum als dat voor volksheemkunde (wereldwijd wel te verstaan). Het heeft een hele geschiedenis die ik nu niet uit de doeken ga doen, maar het is moeilijk om het hele museum zelfs op 1 dag te zien. Het is de trots van Toronto, zeker na het openen van de nieuwe vleugel (het kristal – niet van het glas maar van een of ander mineraal) waarvoor een internationale architectenwedstrijd voor is uitgeschreven.

Ik heb er dan ook ten volle gebruik van gemaakt. Om 11 u was er een algemene rondleiding, daarna ben ik gaan lunchen in een van de twee restaurants (het meest chique van de twee – C5) en daarna heb ik nog een rondleiding gedaan in de tijdelijke Darwin tentoonstelling, zeer de moeite waard. Er waren nog drie andere rondleidingen, maar ik vond dat ik de andere trots van Toronto – het Casa Loma – ook moest bezoeken. Da’s een kasteel dat ooit gebouwd is door een van Canada’s grootste weldoeners en businesslui (de naam ontsnapt mij nu even). Zeer mooi – je zal nog een paar weken moeten wachten op de foto’s, maar ze komen er aan – met prachtige tuinen. De binnenkant heb ik ook gefotografeerd, maar het gevoel begint mij langzamerhand te bekruipen dat ik al veel te veel van dat soort gebouwen gezien heb, in alle hoeken van de wereld. Maar toch een leuke wandeling in aangenaam weer.

Morgen ga ik naar de Niagara watervallen. Ben eens benieuwd wat dat gaat worden. Maar eerst nog eens goed slapen.

Tot de volgende

Tom

 

Interessante boeken:

Nu in bezig:
”Flaskepost fra P” door Jussi Adler-Olsen

Net gelezen:

  • ”Paganinikontraktet” door Lars Kepler
  • ”Prime Time” door Liza Marklund

Blog Stats

  • 1,345 hits
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.