Ik ben weer terug in Maleisië en na de drukte van de voorbije weken waardoor ik er niet in geslaagd ben om mijn westerse avonturen in Canada en de VS te vervolledigen, dacht ik – gezien de hoeveelheid werk die op de plank ligt – er niet toe te komen ook maar één woord op mijn blog te kunnen schrijven. Maar het lot heeft er anders over beslist. Niet dat het een slechte reis is geworden – ik ben immers maar een paar uur geleden aangekomen in het hotel dus veel meer dan over mijn heenreis kan ik eigenlijk niet schrijven – maar het was niet evident om hier te geraken en dan nog mèt bagage.
Neen, de reis was niet oncomfortabel, toch niet wat het vliegtuig betreft, maar samenloop van omstandigheden hebben toch voor wat – minimale – spanning gezorgd. Maar laat ik beginnen met het begin. De beste verbinding tussen Brussel en Kuala Lumpur wordt nog altijd verzekerd door onze noorderburen en wie weet ooit terug landgenoten van KLM. Er is maar één probleem (een luxeprobleem ik weet het): het vliegtuig dat op Kuala Lumpur vliegt (en daarna doorvliegt naar Jakarta op Indonesië – hoe kan het ook anders) is één van de weinige vliegtuigen in de gehele KLM-vloot dat nog niet is geüpgrade, zoals dat dan heet. Het ziet er allemaal nogal gammel uit en de films worden op een gemeenschappelijk scherm vertoont, net te klein om de ondertitels te kunnen lezen en het eten wordt geserveerd uit een soort plastieken voederbakjes (met de nadruk op –jes) en liefst dan nog soep, waarbij je bij het openen van het doosje onvermijdelijk de helft al over je krijgt en de rest niet kan neerzetten omdat diegene voor je zijn stoel volledig achteruitgeklapt heeft. Business class daarentegen is nog net te pruimen, maar een beetje duur. Tijdens de vakantie zijn er wel goedkopere tarieven, maar waren enkel beschikbaar op data die mij niet uitkwamen (en mijn verblijf met een week zouden verlengen – iets wat niet mogelijk was voor mijn werkschema).
Op zoek dus naar alternatieven. Upgraden met airmiles was ook geen optie, want blijkbaar werkt het frequent flyer programma enkel als men het vliegtuig niet vol krijgt, dus op dezelfde momenten dat business class nog min of meer betaalbaar blijkt voor een klein bedrijfje zoals het onze. En 14 uur in een klein stoeltje met je voorbuur ei-zo-na op je schoot, been there, done that en ik wou het niet opnieuw meemaken. De hulp inroepen van wereldwinkelvriendin Sarah dan maar. Zij werkt bij een reisbureau en kan soms de meest ongelooflijke combinaties uit haar computer toveren. Deze keer viel het ook wel mee, maar uiteindelijk heb ik dan toch gekozen voor een niet evidente oplossing: JetAirways. Ik had een paar weken geleden mijn eerste JetAirways ervaring toen ik naar Toronto vloog en die was hartstikke meegevallen. De stoelen zijn redelijk ruim, het eten is goed en wordt geserveerd op een echt dienblad met echt bestek en je hebt een persoonlijk videoscherm en je kan bekijken wat je wil. En, ze hebben een connectie met Kuala Lumpur over Chennai (Madras) in India. De prijzen zijn redelijk, enkel de terugvlucht heeft een 12-uur wachttijd in Chennai. Maar er zijn ergere dingen, denk ik dan optimistisch.
Inchecken kan volledig online en je print je boarding pass (na keuze van je stoel – nooduitgang is echt aan te raden en in tegenstelling tot KLM hoef je niet extra te betalen en zijn deze stoelen meestal nog vrij omdat de meeste JetAirways passagiers Indiërs zijn die in familieverband reizen) en klaar is kees. Behalve natuurlijk dat het personeel in Brussel (Zaventem) duurder is dan in India, dus er is een onderbezetting en er zijn problemen met het computersysteem, dus de bagage drop werkt niet. Aanschuiven dan maar bij economy. En dat heeft ongeveer een uur geduurd. Ik krijg ook de mededeling dat ik mijn bagage in Chennai moet ophalen en dan opnieuw inchecken – hmm, hoe ga ik dat doen zonder visum? – maar dat zijn zorgen voor later. De boarding verloopt zeer vlotjes, maar dan komt de mededeling dat er vertraging is opgelopen bij het laden van de cargo en daardoor zijn we ons opstijgslot kwijt. We moeten een drie kwartier wachten. Dat betekent dus ook drie kwartier later in Chennai, maar ik heb in totaal anderhalf uur, waarvan er nu nog 45 minuten overblijven, wat meer dan genoeg moet zijn voor een transfer (met boarding pass). Gelukkig wist ik toen niet beter.
De vlucht verliep voorspoedig, op een paar inefficiënties van de uitermate vriendelijke en behulpzame staff na (Indiërs nemen graag de tijd voor een praatje). De toiletten werden minstens één keer per uur gekuist, het eten was goed en de turbulentie minimaal. En toen landden we in Chennai. Mijn naam werd afgeroepen: ik moest de ground staff onmiddellijk contacteren. Ik dacht dat we aan een gate stonden en vroeg me af waar het allemaal over ging, maar voor de eerste keer in mijn leven ben ik uit een grote Airbus gestapt via de trap. Ondanks het nachtelijke uur (1u15) was het 30°C en drukkend. Een verantwoordelijke van JetAirways wachtte me op en vertelde me dat 50 minuten nogal krap was om mij te transferreren en dat ze hun uiterste best gingen doen om mijn bagage mee te krijgen, maar dat het waarschijnlijk niet ging lukken (slechts 10% slaagkans). Ik snapte toen niet waarom. Nu wel.
Chennai International is een kleine luchthaven, maar vergeven van de administratieve processen. Mijn uitstapgate en instapgate lagen welgeteld 10 meter van elkaar. Toch heeft het meer dan 40 minuten geduurd om mij van de ene kant naar de andere kant te brengen. Officiële papieren, stempels, veel overtuigingskracht en telefoongesprekken waren nodig om mij door de chaos te leiden (en reken maar dat de luchthaven even druk is ’s nachts als overdag – geen nachtvluchtenverbod hier!). Daarbij kwam nog het feit dat een web-boarding pass in Chennai niet geldt voor internationale vluchten, dus moest er een nieuwe gemaakt worden – manueel – ingevuld met balpen!! Hoe het gelukt is, weet ik nog altijd niet, maar ik ben blij dat ik bij de terugvlucht 12 uur heb. Niettemin vind ik het enorm knap van JetAirways dat ze zoveel moeite gedaan hebben om mij doorheen alle formaliteiten te loodsen. In business kan je zoiets misschien nog verwachten, maar zeker niet in economy.
Daarenboven zijn ze er ook in geslaagd om mijn koffer te vinden en op mijn vlucht naar KL te zetten! Joepie! Al had ik al een voorgevoel en de nodige reservekledij in mijn handbagage gestoken. Het rare is dat voor passagiers er dus enorm veel administratieve procedures zijn, maar iedereen kan gewoon de bagageruimte in en een koffer verplaatsen… Benieuwd hoe het op de terugreis zal verlopen.
Eén van de mensen die mij door de chaos begeleidde, vroeg me of er geen betere connecties waren naar Kuala Lumpur uit Brussel. Moeilijk te beantwoorden vraag. In theorie wel. In praktijk is de service van JetAirways wel een stuk beter, maar ik denk toch dat een transfer in India geen aanrader is. ‘t Is maar dat je het weet. Je kan niet alles hebben. There’s no such thing as a free lunch.
Eens in KL aangekomen, merkte ik ook dat ik de verkeerde rij bij de paspoortcontrole had genomen. Slechts 2 mensen voor mij, maar allebei met een probleem. Maar mijn bagage was er toch nog niet, dus nog snel tijd om een sanitaire stop te maken. Daarna naar buiten en op zoek naar de taxi-counter die plots verdwenen was. Er was er wel eentje net voordat je buiten komt, maar die was ik gewoontegetrouw voorbij gelopen. Dan maar een alternatief gevonden dat een stuk duurder was. Benzineprijzen zijn één ding, maar afzetterij een ander. Alhoewel. Het was de eerste keer dat ik daadwerkelijk op 35 minuten in het hotel was – iets wat in de hotelbrochure staat, maar wat de meeste taxi-chauffeurs niet kunnen wegens redelijk onbekend (en vooral nieuw).
In het hotel voelde ik me onmiddellijk thuis. Ook al was het een 5-tal maanden geleden dat ik hier nog was geweest, werd ik herkend. Dat geeft altijd een goed gevoel.
En na een paar uur slaap is het nu tijd om wat te werken.
Tot de volgende,
Tom
hadden gesleept. Meer nog, ze zijn zelfs één staat meer aan de islamitische oppositie kwijtgespeeld. Het volk mocht namelijk zijn stem uitbrengen voor 2 zaken: het parlement dat ook de regering aanduidt en per staat ook het plaatselijke bestuur, misschien bij ons te vergelijken met de provinciale overheid (al heeft Maleisië 26 miljoen inwoners, dus een beetje meer dan België). Er was al één staat in handen van de PAS, de islamitische partij, maar nu is er een tweede bijgekomen. Ik heb hun programma gelezen en alhoewel het redelijk lijkt, laten ze er geen twijfel over bestaan dat de Islam-wetgeving in de bovenste lade ligt. Getuige hiervan een aantal hotels die de gevolgen van de machtswissel niet afgewacht hebben en preventieve maatregelen genomen hebben zoals het verwijderen van alcohol van de bartoog (het wordt nog wel verkocht, maar niet meer geadverteert) en het aanpassen van het uniform van het personeel (geen korte rokjes meer, maar zedige lange klederen). Anderen zijn er meer gerust in en zien geen reden voor blinde paniek. Ik vind het vooral frapant dat een islamitisch zelf niet goed weet hoe het met zijn eigen godsdienst moet omgaan…
Ondertussen heb ik ook vernomen dat het laatste lid van ons gezin eindelijk de weg naar Zweden gevonden heeft. Mijn broer was er al eens geweest, maar deelde niet de passie die de rest van ons heeft voor dit noordse land, het is te zeggen tot voor kort. De prijzen voor een huis op den buiten zijn daar veel schappelijker dan hier en er is daar heel veel buiten. Toegegeven, je mist dan wel bepaalde zaken die wij hier gewoon zijn, maar dat weegt niet op tegen de rust en de ruimte die je ervoor in de plaats krijgt. Als je daar van houdt natuurlijk. Hij en zijn vrouw hadden na veel overleg toch besloten contact op te nemen met een organisatie in Nederland die de emigratie naar Zweden begeleidt en ze waren overtuigd. Ze waren reeds in contact met een makelaar en hadden een potentieel huis gevonden. Ze boekten een reis naar Zweden en toen sloeg het lot toe: het huis waar zij hun zinnen op gezet hadden, werd 7 dagen voor de afreis verkocht. Jammer maar helaas. Maar niet getreurd, de reis was betaald, dus gingen ze toch en ze kwamen terug met ander en beter (of zo heb ik mij toch laten vertellen). Vrijdagnacht keer ik huiswaarts en een week later zie ik ze, dan zal ik het verhaal live kunnen horen. Het zou wel interessant zijn om mensen te kennen met een groot huis in Zweden, dat geeft je een reden om af en toe die kanten uit te trekken. Niet dat ik behoefte heb aan redenen om naar Zweden te reizen, anders dan dat het weer lang geleden was, maar toch, het is altijd leuker om je te kunnen integreren in een plaatselijke gemeenschap. Trouwens, als je naar de prijzen van de huizen kijkt, vraag ik me af of ik niet beter daar een woonst koop om ze tijdens de periodes dat ik er niet ben te verhuren of zo. Ach ja, dat zijn dromen en zorgen voor later.
alvorens ik het papier uit zijn plastieken omhulsel haal. Weet je, die beesten komen hier natuurlijk wel meer voor, maar tot voor kort – bij mijn vorige bezoek – werden de kranten netjes opgerold en in een krantenzak van het hotel zelf gestoken. Toegegeven, ik heb me meermaals afgevraagd tot welk nut deze extra handeling diende, te meer omdat de zak nogal aan de kleine kant was en het dus geen sinecure moest zijn geweest om die oversized krant in dat kleine zakje te wurmen. Nu weet ik echter beter en apprecieer ik het werk van de hotelbedienden des te meer. Je weet pas wat je had als je het kwijt bent. Het is nu jammer genoeg niet anders.
deze lange reis voor de eerste keer in economy heb gedaan (we moeten het nu als bedrijf zelf allemaal betalen en dan is de kostprijs van business voorlopig echt niet te rechtvaardigen) en daarna een hardnekkige hoest en een sluimerende koorts die meer als anderhalve week nodig had om weg te gaan en een kleine depressie – het leven is niet allemaal rozengeur en manenschijn en ver weg zijn van huis is niet leuk, toch niet als het geen vakantie is en aan je sociale leven vreet. Ik had één troost: 7 Harry Potter boeken om te lezen. Die waren er dus na een dikke week allemaal door (de eerste drie – dwergen qua volume in vergelijking met de andere vier – waren in België al verteerd). 3300 bladzijden in het Engels (nu kan ik eindelijk de films volgen, want de Nederlandse vertaling wijkt toch sterk af van de originele teksten) over de meest onwaarschijnlijke en tragische gebeurtenissen. Gelukkig zijn het maar kinderboeken en weet je ergens dat er een happy end moet volgen. Al moet ik zeggen dat J.K. Rowling in het laatste deel tot het uiterste is gegaan. Het lijkt alsof ze alle remmen heeft losgegooit en alles wat ze niet durfde schrijven in de eerste 6 delen er toch uitgegooid heeft in het laatste boek. Het werd dan ook een vrij emotioneel gebeuren. Maar ik ben toch blij dat ik het gelezen heb. Ik had al een aantal van de films bekeken, maar eigenlijk snap je maar de helft – of nog niet – als je niet eerst de boeken gelezen hebt. De achtergrond van de hoofdpersonages gaat volledig teloor op het witte doek en zodoende zie je bepaalde connecties niet. Ik heb één vriend die beweert dat er verschillende subverhalen zijn. Ik heb de boeken gelezen en kan dat ten dele beamen, maar je mag niet overdrijven. Het is in de eerste plaats een spannend verhaal en ten tweede een coming-of-age gebeuren voor verschillende personen, maar zo zijn er wel meerdere boeken en reeksen, nietwaar?
De hemel is helder ook al is het nacht. Helder is misschien niet helemaal het juiste woord, want de nacht is eerder inktzwart, maar de sterren zijn prominent aanwezig. Er zijn dus geen wolken die optreden als spelbederver. Het is en blijft dus een heldere nacht. Een beter woord heb ik er niet voor. En ik bevind me buiten. Het is koud – althans, dat beweert iedereen want de weerman heeft het gezegd (misschien was het de weervrouw, dat heb ik eigenlijk niet gecheckt) – maar het voelt niet echt koud aan. Voor de zekerheid heb ik mijn winterjas aangetrokken en die kan wel tegen een stootje. Ik heb hem mij een jaar geleden aangeschaft toen ik de verschrikkelijke ontberingen van Noord-Zweden in putje winter te lijf ging. -30°C en zo van die dingen en zelfs toen viel het goed mee. En vandaag was niet anders. Ik had het warm, zweette zelfs. Ik hou van de kou, meer dan van de warmte en de zon. En zeker op een heldere nacht, in het uur van de wolf, als alles verlaten lijkt, voel ik me het beste.
vragen of ik ondanks mijn fysieke inspanningen geen last met Korsakov begin te krijgen… En binnenkort (na 1/2) mag ik mijn derde Hepatitis A/B inspuiting laten zetten en dan ben ik levenslang immuun (als mijn lichaam genoeg antilichamen aangemaakt heeft wel te verstaan).
multicultureel, Europees geïnspireerd en belangrijkste van al: wij hebben geen geld
(drie maal zoveel dan in de winkel 50 meter verder), maar het geeft een bepaald cachet aan de avond. De business lounge sluit zo rond tienen (het uur, niet de stad) en dan is er ofwel het geblère van de filippijnse zangsensatie “5 seven” of de rust van wat zuidamerikaanse muziek en de foto’s van Che Chevara van de Havana Club, waar trouwens nooit meer dan 4 mensen tegelijkertijd plaats nemen. Vanavond zit ik hier trouwens alleen, net zoals gisteren, Chris is ondertussen terug veilig op Belgische bodem belandt, en proef voor de tweede avond op rij van de koffie. Het lijkt meer op warm water. De koffie in de lounge is veel beter. Daar staat een ultramodern Nespresso machine met de keuze uit 6 soorten koffie. En dat verschil proef je meteen. Ik lijk wel een koffieyup geworden. Tot een half jaar geleden dronk ik enkel nog koffie op restaurant en voorzien van een goeie scheut whiskey en een ruime roomkraag, maar sinds mijn aankomst in Maleisië is dat lichtjes veranderd. Gelukkig ben ik er de laatste maand in geslaagd de trent om te keren en beperkt ik mij tot 2 koppen per dag (af en toe drie) bij het ontbijt. Chris dronk tot een paar weken geleden ook enorme hoeveelheden van dit zwarte goedje, getuige hiervan de koffiefilters die nog op kantoor staan, maar sinds zijn verblijf in India, dat niet tot zijn beste herinneringen kan gerekend worden, niet in het minst door de confrontatie met de grote armoede in een miljoenenstad zoals Mumbai (of Bombay voor de kenners), heeft hij een echte afkeer gekregen van het goedje. Waarschijnlijk doet het hem te veel aan de kleur van het water van de Ganges denken.