You are currently browsing the monthly archive for december, 2007.
Alweer een woord met historische betekenis, deze keer vooral geassocieerd het Amerika van begin vorige eeuw, alhoewel dat zoiets ook bijvoorbeeld in Zweden deel uitmaakt van het geschiedkundig erfgoed. Maar aangezien ik me op dit moment – al is dit weer een ambigu gegeven, op het moment dat ik dit ervaar, ben ik nog ter plaatse, maar op het moment dat ik dit aan het electronische blad toevertrouw, ben ik alweer terug thuis – in Thailand bevind, heeft het dus weinig met het verleden – en ook niet met het heden – van de linkerkant van de aardbol te maken. Feit is dat er op zondag parlementsverkiezingen zijn in Thailand – Thailand is een koninkrijk – en dat heeft in die zin belang dat het de eerste vrije verkiezingen zijn sinds de geweldloze militaire coup van anderhalf jaar geleden. Het fijne weet ik er niet echt van. Behalve wat de gevolgen zijn voor de plaatselijke bevolking en de toeristen als het aankomt om het gebruiken van alcoholische dranken. Het is namelijk de wet voorschrijft – en dit is geen nieuwe wet, maar ik kom er nu voor het eerst mee in aanraking – dat er vanaf de vooravond voor de verkiezing 18u tot het einde van de verkiezingsdag geen alcohol mag verkocht worden, noch in winkels, noch in cafés, bars, pubs en ook niet in restaurants. Niet erg handig dus want de verkiezing is op een zondag en dus leg je heel het uitgangsleven op zaterdagavond plat. En net nu ik van plan was om een stapje in het veelbesproken Bangkokse uitgangsleven te zetten.
Niet dus, misschien was het ook een welkom excuus om gewoon lekker binnen te blijven in het hotel dat alles heeft en waar het eten lekker is en de bediening goed. De dame die me uitlegde dat het drankverbod niet ingevoerd was omdat er door overdadig drankmisbruik relletjes zouden ontstaan, maar omdat in vroeger tijden de politici drank kochten om de stemmen van de kiezers te ronselen – drank is in Thailand ook vrij duur, alhoewel het vrij inconsequent is, zo is een amaretto goedkoper dan een glas wijn – vertelde me ook dat ik in het hotel via room service wel aan drank kon geraken, mocht ik dat willen. Andere alternatieven waren ook de minibar of op voorhand zelf drank gaan kopen. Ook tijdens het cocktailuurtje (van 18u tot 20u) in de executive lounge op de 22ste verdieping zou het mogelijk zijn om onder de toonbank intoxicerende dranken te verkrijgen en dat bleek ook zo te zijn, zelfs minder verhuld dan ik vermoed had. Ook het inschenken van de drankjes gebeurde op een weinig verhullende manier. Het enige verschil met de dag ervoor was dat de flessen niet op een rijtje stonden uitgestald. Blijkbaar werd er geen controle verwacht in de lounge
In elk geval een geruststelling dat ik niet de nacht slapeloos zou moeten doorbrengen omwille van allerhande ontwenningsverschijnselen! Maar echt sfeer was er niet in de bar, dus heb ik me nadien teruggetrokken in mijn kamer, alwaar ik eventjes mijn broertje gebeld heb die kerst in de provence doorbrengt. We beginnen echt een internationale familie te worden.
Maar ik zal dus kerst met het overblijvende deel van de familie in de ouderlijke woonst doorbrengen, als mijn terugvluchten allemaal voorspoedig verlopen. En aangezien ik dit schrijf vanuit het ouderlijk huis kan ik bevestigen dat alles redelijk goed verlopen is. Er zijn steeds zaken voor verbetering vatbaar, maar door de band genomen viel alles nog mee. Wat wel opvalt, is het grote verschil tussen Aziatische en Europese luchtvaartmaatschappijen en luchthavens. De terugvlucht, alhoewel geboekt onder Lufthansa, werd uitgevoerd door Thai Airways International en dat was echt wel goed. Daar krijg je echt eten en goed – zelfs als je een speciale maaltijd besteld zoals ik, calorie- en vetarm. Het gewone menu zag er ook verleidelijk uit, zelfs in die mate dat ik eventjes begon te overwegen om toch een gewone maaltijd te vragen, maar ook de speciale maaltijd was lekker en uitgebreid met veel gezonde groentjes en fruit en in olie gebakken aardappeltjes en witte vis die niet te veel gegaard was. Ik heb zelfs mijn eerste ervaring met een black russian achter de rug en ik moet toegeven, het smaakt naar meer. Er was wel eventjes een vreemde situatie omdat de stewardess moest toegeven dat ze niet meer wist hoe dit gemaakt werd… en ik wist het ook niet, want ik had maar op goed geluk iets van de aperitieflijst gekozen. Blijkbaar is het een mengeling van vodka en khalua, een vrij stevige cocktail, maar met genoeg ijs echt wel verslavend. Ik heb me wel beperkt door eentje. Er waren immers nog een aantal wijnen en cognacjes te proeven en uiteindelijk mag je op zo’n vlucht niet te veel drinken, da’s niet goed voor je gestel – wanneer eigenlijk wel? – waar deze raad slaan we voor een keertje niet in de wind.
Ondertussen ben ik dus thuis – in mijn geboortestreek – en het is hier koud. Fijn! Hopelijk ben ik snel over mijn jetlag over en dan kunnen we bijna 2 weken genieten van België, alhoewel ik het reilen en zeilen in Maleisië moet opvolgen en ondertussen ook moet proberen mijn huis in Tienen op te ruimen en leeg te maken, zodat het te koop gezet kan worden. Maar we zien wel.
Zalig kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar.
Ik vertrek terug oostwaarts op 4 januari, dus vanaf dan krijg je zeker nieuwe berichtjes.
Groeten
Tom
Neen, dit is geen vies Aziatisch scheldwoord en het is ook niet de naam van nog eens een bedrijfje dat ik zou opgericht hebben. Het is wel de naam van een stad zo’n 85 km van Bangkok. Inderdaad, ik zit weer in die contreien. De vlucht naar huis met Lufthansa stopt in Bangkok en ik dacht van de gelegenheid gebruik te maken om deze grootstad een tweede kans te geven. En ik moet zeggen dat het best meevalt. Ik heb het dit keer ook een beetje anders aangepakt en mijn verwachtingen waren ook anders. Dat helpt.
Ik heb hetzelfde hotel genomen als vorige keer en het viel nog beter mee dan vorige keer. De kwaliteit van het eten is constant en goed en zo ook de kwaliteit van de service. Die is er op bepaalde punten op vooruit gegaan. Je kan nu het transport van en naar de luchthaven op je kamer laten boeken, iets wat vorige keer nog niet kon. Daarenboven is de service beduidend goedkoper geworden: van 1500 Baht naar 1100 Baht, toch zo’n 8 euro.
Maar terug naar het onderwerp van mijn verhaal. Een goede vriend had me al een paar keer gezegd dat ik Ayutthaya moest bezoeken en dat me dat zeker zou bevallen. Helemaal anders dan de grootstad en veel rustiger. Alleen had ik geen zin om dit op mijn eentje te doen. Mijn vriend raadde me aan de trein te nemen en dan plaatselijk een gids te vinden, maar ik hou van iets meer structuur in mijn vakantie en zeker in een land waar je geen enkel bord kan lezen, waar de bevolking een soort Engels spreekt dat een onophoudelijke inspanning vraagt om het te begrijpen en waar de temperaturen elke dag de pan uit swingen, zeker ten opzichte van mijn geprefereerde omgevingsfactoren. Daarenboven wou ik een ervaring als vorige keer vermijden. Toen werd ik constant door mijn chauffeur gevraagd of ik niet geïnteresseerd was in een kleermaker, in juwelen, in andere prullaria en zelfs massages. Maar goed, het internet was mij gunstig gezind en ik vond één touroperator die mij een dagtocht naar bovenvermelde stad kon aanbieden. De weinige recensies die ik over het tripje vond, waren positief, dus ik waagde mijn kans. Het reisbureau in kwestie werd uitgebaat door een aantal Nederlanders, dus dat geeft een zekere vorm van vertrouwen – in Azië toch.
Tochtje geboekt en afwachten maar. Om 7 uur ’s morgens zou ik worden opgehaald. Gelukkig begint het ontbijtbuffet in het hotel om 6 uur, ook tijdens het weekend en blijkbaar was ik niet de enige die op pad ging. De ontbijtzaal zat volledig vol. Snel een kommetje cornflakes en een glaasje guave-sap gedronken (groen guavesap, wat veel lekkerder is dan paars guavesap, maar toegegeven, geen van beide ziet er echt smakelijk uit op het eerste zicht) en daar stond de gids al klaar. Ik werd opgehaald door een minibusje en dat bleek ook het vehikel te zijn waarmee we ons tripje zouden maken. We waren met 7 toeristen en we vertrokken om 7 uur. Volgens onze gids was dat dus dubbel geluk, want 7 is ‘a lucky number in your country’. In Thailand is dat het nummer 9 en in China het nummer 8. Ik heb trouwens het antwoord gevonden op een vraag die ik me tijdens mijn vorig bezoek stelde. Toen viel het op dat zeer veel mensen geel droegen. Blijkbaar heeft elke dag hier zijn eigen kleur en de kleur van maandag is geel. Het was ook op een maandag dat deze overvloed aan één kleur mij opviel. Daarbij komt nog dat de huidige koning van Thailand geboren is op een maandag, vandaar dat geel ook het respect voor de koning uitdrukt. Maar dit geheel terzijde.
We zouden 6 bezienswaardigheden aandoen tijdens onze tocht waarna we een Thaise lunch zouden aangeboden krijgen – die eigenlijk niets zou blijken voor te stellen, maar goed, we hadden honger en het was eetbaar en inbegrepen in de prijs (1050 Baht is echt een spotprijs) – en dan nog een laatste stop zouden maken in Bangkok – inderdaad één of andere zijde-markt – maar uiteindelijk zou ik hieraan ontsnappen omdat mijn medereizigers op andere markten afgezet wilden worden en de gids mij dus kwam vragen of ik geïnteresseerd was, een vraag die ik met een duidelijke neen beantwoordde. Ik heb hier geleerd dat je geen nuances mag gebruiken in het Engels. De tocht werd een onverhoopt succes, ook al omdat we door het lage aantal deelnemers sneller dan gemiddeld konden vertrekken waardoor we de grote stroom van toeristen voor waren. We kwamen namelijk om 8 uur toe op onze eerste bestemming, 1 minuut na openingstijd. Toen we een dik uur later vertrokken, trokken de horden toeristen vrolijk rond door het zomerpaleis dat we net met een golfwagentje bezocht hadden. Het zomerpaleis (Bang Pa-In) is een goed onderhouden park, niet al te groot en bevat een 6-tal gebouwen of bouwwerken in evenveel stijlen. Er is een Italiaanse brug, een Thais pavillioen, een Chinese tempel, een Zwitsers chalet, een Europese woning (waar de koning soms verblijft en gevuld met dure authentieke meubels die mij nogal art nouveau overkwamen, maar ik ben absoluut geen kenner) en een Cambodjaans bouwwerk. Ik dacht het tripje eerst te voet te doen, maar kreeg een lift aangeboden door 2 van mijn medetoeristen, een koppel Koreanen, IT en telecommunicatie proffen, die genoten van een lange grote vakantie (2,5 maanden). En uiteindelijk was dat een goed idee, want alhoewel het nog maar kwart voor negen was, begon de zon al behoorlijk te branden.
Iedereen terug het busje in en op naar de volgende stop: Ayutthaya, 19 km verder. Ayutthaya is een moderne stad en een oude stad. Gedurende 400 jaar was het de hoofdstad van Siam / Thailand totdat het verwoest werd door het Birmaanse leger, die daar wel een paar pogingen verspreid over vele tientallen jaren voor nodig hadden. Tijdens de verovering van de stad zijn heel veel oude tempels en paleizen verwoest. Ook de boeddha’s werden onthoofd. De stad staat op de lijst van het UNESCO werelderfgoed en de Thaise regering doet onophoudelijk inspanningen om de site te restaureren. Maar eens je de plek bezocht hebt, snap je dat dit een werk van zeer lange adem is. Maar het levert wel mooie plaatjes op (die je op mijn fotosite kan bekijken zoals gewoonlijk).
We bezochten de voornaamste plaatsen en keken naar de liggende boeddha, de boeddha in de boom, het koninklijk paleis en de olifantenschow. We bezochten ook nog een grote tempel. De namen van al deze plaatsen kan ik niet onthouden, de Thaise taal zit nog niet in mijn geheugen. Het kost me al moeite genoeg om de naam van de stad te onthouden. De Thaise taal is trouwens niet makkelijk om te leren. Het begint al met een moeilijk te ontcijferen alfabet en daarbij komt nog dat het een speciaal type van taal is waarbij klinkers impliciet zijn en afwijkingen van deze standaardklinker op meerdere manieren worden aangegeven. Ik heb nog niet de tijd genomen om er mij echt in te verdiepen, misschien komt dat ooit nog. Vooruitziend als ik ben, heb ik wel foto’s genomen van alle naambordjes, dus hier komen wat namen die je eens kan googlen mocht je meer informatie willen: Wat Yai Chaya Mongkhol, Wat Mahathat, Royal Elephant Kraal, The Royal Palace (met de ruïnes van Wat Phra Si San Phet) en Phra Mongkhon Bophit.
Bij het bezoek aan de ruines van het koninklijk paleis werd ik ook nog aangesproken door twee Thaise studentes die voor het vak Engels als practische opdracht het interviewen van toeristen hadden gekregen. Alles was goed voorbereid en het hele gesprek werd op band – of wat daar tegenwoordig voor gebruikt wordt – opgenomen en maar goed ook, want ik denk dat de meisjes niet alles begrepen hebben wat ik te vertellen had. Na een tijdje vroegen ze me ook om trager te spreken, alhoewel ik volgens mijn eigen mening niet zo snel sprak en veel moeite deed om geen moeilijke woorden te gebruiken, iets wat bij 35°C niet zo moeilijk was. Ik heb een vermoeden dat de meisjes nog een lange weg af te leggen hebben, want de helft van de vragen snapte ik pas na 3 keer herhalen en herformuleren (door mij dan), maar ik vind het goed dat zo’n opdrachten gegeven worden en dat ze de durf hebben om wildvreemden – farang dan nog – zo aan te spreken. Ik zou het niet kunnen (taalkundig gezien is het woord ‘durven’ waarschijnlijk beter op zijn plaats).
Acht uur en anderhalve liter water later sta ik weer op mijn hotelkamer. Ik ga liggen. Ik moet eventjes uitrusten. Ik luister ondertussen naar Music For Life op stubru.be en kijk naar wat Thai Boxing op tv. Daarna neem ik een douche en ga ik iets eten. Dat moet voor 18u gebeuren, maar da’s een ander verhaal.
Sawadee,
Tom
Of toch wel. Altijd positief blijven is mij verteld
Al begint de vermoeidheid te wegen. We hebben het hele weekend doorgewerkt, maar waaraan is niet altijd duidelijk. Integenstelling tot het feit dat we allebei dringend nood hebben aan een portie Europa en bij uitbreiding een goeie hoeveelheid thuis (familie zelfs inbegrepen, zo erg is het
). Chris is vandaag eventjes over en weer naar Seoel en dat zal ook niet in zijn koude kleren gekropen zijn. Zijn vlucht is vannacht om half twee vertrokken om rond 9 uur des morgens op Incheon aan te komen – het sneeuwt trouwens in Zuid-Korea, een groot verschil met de eeuwige tweeëndertig graden van West-Maleisië – en om 18u zat hij alweer op het vliegtuig richting hierheen waar hij ergens rond middernacht verwacht wordt. En morgennacht zit hij opnieuw op het vliegtuig, dit keer huiswaarts. Van zijn laatste 3 dagen in Azië al hij er dus 0 nachten geslapen hebben, maar dit geheel terzijde.
Ons kantoor is af en er staan foto’s op de fotosite. We zijn er best wel trots op. Helemaal af is het natuurlijk nog niet, maar het is bewoonbaar en met één dag vertraging zijn we sinds vandaag officieel operationeel. Al is dat maar hoe je het bekijkt. Telecom Maleisië was vergeten onze internetlijnen te verhuizen, alhoewel 2 weken geleden aangevraagd en aangezien het hier over ADSL verbindingen van nog slechtere kwaliteit dan die van Belgacom gaat, betekent dat dat je eerst je telefoonlijn moet verhuizen en dan pas kan je de aanvraag doen om ook je internet te verhuizen. We spreken hier ook over een maximale snelheid van 2Mbs, iets wat in het thuisland gelijk staat met het te voet de informatie gaan ophalen bij de databoer. Maar dat hebben we gelukkig kunnen omzeilen doormiddel van een 4G internetverbinding van weliswaar slechts 1Mbs, maar het werkt en we hebben er vandaag heel de dag met 4 computers op gesurft en dat ging prima ook al gebeurt onze volledige verwerking via dit medium (onze programma’s draaien dus niet lokaal). Tijdens de middag heeft het beestje wel 45 minuten uit gelegen, maar dat nemen we er dan maar bij. 4G is nog altijd een nieuwe technologie en je kan daar niet van verwachten dat ze altijd perfect werkt; integenstelling tot een ISDN PRI lijn die al jaar en dag verschillende call centres doet draaien. Behalve hier dus klaarblijkelijk.
Nadat onze leverancier van het call centre systeem zaterdag en zondag een tijdelijk systeem had geïnstalleerd en geconfigureerd (ons uiteindelijk systeem staat al twee weken bij de douane in Singapore te schilderen) en we zelfs een paar gesprekken hebben kunnen voeren, viel het ding volledig uit. En neen, het was niet te wijten aan het call centre systeem. De ISDN lijn was klaarblijkelijk niet stabiel. Gisteren ging het beter, maar vandaag rond 15u15 weer hetzelfde liedje. De helpdesk kon ons niet helpen, toch niet binnen de vier uur (en om eerlijk te zijn heb ik nog altijd geen antwoord ontvangen alhoewel hun eigen deadline al 2 keer overschreden is) en onze commerciële contactpersoon gaf helemaal niet thuis. Wel ambetant als je je klanten moet te woord staan en je hen ’s morgens net verteld hebt dat je een nieuw telefoonnummer hebt, waar je nu gewoon een overbezettoon krijgt als je er naar belt.
Rond 17u werkte alles plots terug; al is plots veel gezegd; ik heb wat zitten spelen met wat draden en een paar dingen proberen te resetten en dat leverde uiteindelijk resultaat op, of zo wens ik toch te denken. We hadden ondertussen onze klant laten weten dat we enkel via gsm bereikbaar waren, maar het is een opluchting terug gewoon te kunnen werken. Hoe lang het duurt, zullen we moeten afwachten en we mogen ondertussen – hoe moe we ook zijn – beginnen denken aan alternatieven en fall back systemen al dan niet bij andere leveranciers.
Maar dat zijn dingen voor morgen. Nu ga ik eens goed slapen, ttz tot Chris binnenkomt en dan zal het weer babbelen worden, of net niet, hangt er van af hoe zwaar de oogleden op dat ogenblik zijn en hoe uitgeblust de hersenen. In elk geval wordt morgen onze laatste echte werkdag in Maleisië, toch voor dit jaar. Dit betekent niet dat we in Europa niets meer te doen hebben, we moeten alles hier goed opvolgen, maar het zal toch anders zijn. 10 000 km afstand helpt wel om alles vanuit een ander perspectief te bekijken
.
Slaapwel en tot de volgende,
Groeten
Tom
Hmm, misschien een vreemde titel en lichtjes sarcastisch als je weet dat een aantal delen van Maleisië te kampen hebben met overstromingen te wijten aan de moesson. Anderzijds voelen we ons op dit ogenblik op het werk ook als vissen in een bokaal. Letterlijk en figuurlijk. We zitten daar nu zichtbaar voor jan en alleman en hebben geen privacy meer. Maar dat zal snel veranderen. Hopen we toch. Ons kantoor is bijna klaar, ik hoop morgen foto’s op de site te kunne plaatsen, maar alles is nog niet operationeel. Wat had je gedacht!
Op het laatste ogenblik blijkt dat we een aantal belangrijke dingen ontbreken en na een beetje aandringen lijkt het dan weer geen probleem te zijn. In elk geval is er genoeg twijfel en verwarring om ons te waarschuwen de huid van de beer niet te verkopen alvoren hij geschoten is. Lijken vallen er met hopen uit de kast, maar een beer is er dus vooralsnog niet bij.
We kunnen enkel maar hopen en druk zetten op onze leveranciers. En die hebben soms wat aanmoediging nodig, ook al werken ze het hele weekend door. Ondertussen leren we weer wat bij over telecommunicatie en installeren we onze nieuwe pc’s. Jammer genoeg kunnen we niet op internet – of misschien toch een beetje via een 4G-internet oplossing die we ons eventjes hebben aangeschaft. En die redelijk lijkt te werken, behalve als je naar de site van de Standaard wil surfen. Met Telenet had ik eerst ook problemen, maar dat lijkt voornamelijk aan Windows te liggen. Onze nieuwe pc’s hebben Vista en daar lukt het niet mee. Ikzelf draai nog op XP en dat werkt prima. Ik mag dus niet klagen…
Gisteren zijn we bij wijze van experiment eens naar Ikea gereden, dat trouwens maar een paar kilometer van ons hotel verwijderd ligt. Köttbullar met lingonsylt en potatismos… neen, het waren fritten. Voor de rest alles authentiek, met als voorgerecht gravlax en als nagerecht een echte mazerin en een stukje daim-taart (die overigens niet echt in mijn smaak viel). Ach, the world is flat – af en toe toch. Je kan nu je huis waar ook ter wereld identiek inrichten, als je maar naar Ikea gaat. Grappig is wel te zien dat het zelfafruimconcept dat zo ingeburgerd is in Zweden hier totaal genegeerd wordt. De mensen worden wel aangespoord om hun dienblad in de trolleys achter te laten, maar ik denk dat we gisteravond de enigen waren die het daadwerkelijk gedaan hebben… en we werden nog vreemd bekeken ook. Daarna zijn we nog eventjes langsgelopen in de Ikea voedingswinkel, maar het assortiment was beduidend kleiner dan in België. Zo is er geen alcohol te verkrijgen en ook rendiervlees en de honderden soorten ABBA-haring staan niet in de rekken. Jammer. Wel vonden we de engelstalige versie van het IKEA-kookboek en dat hebben we dan meteen maar gekocht als kerstgeschenk voor onze drie werkneemsters. Ze houden alledrie van koken en wij houden van Zweden, dus dat komt goed uit. Verder hebben we in het IKANO-Powerstation (wat een vreemde naam voor een shoppingcentre) nog kunnen genieten van een heuse Maleise kerstshow (met dansende kerstmannen en kerstelfen van beider kunnen) en hebben we nog eventjes rondgewandeld in The Curve, alweer een winkelcomplex, aan de overkant van de straat, maar verbonden met een bovengrondse brug. Wat daar vooral opvalt, zijn de open plekken in het winkelcentrum. Je wandelt als het ware langs de buitenkant van de gebouwen waarin de winkels en restaurants gehuisvest zijn.
In Kuala Lumpur hebben ze trouwens na de laatste grote overstroming een nieuw systeem van tunnels aangelegd, met de weinig bescheiden naam SMART. Het is een tunnelcomplex dat in gewone omstandigheden gebruikt wordt door het autoverkeer om snel van A naar B te geraken, het is dan ook een tolweg. Maar eens er overstromingsgevaar is, wordt de tunnel gebruikt als afwateringskanaal om te verhinderen dat de hoofdstad onder water komt te staan. SMART staat voor Stormwater Management And Road Tunnel en wordt ingezet op drie manieren. De eerste manier, bij droog weer, is als autotunnel. In een tweede fase, bij gemiddeld stormweer, wordt de onderste laag gebruikt als afwateringskanaal, maar de tunnel kan nog altijd door het autoverkeer gebruikt worden. Bij hevige storm wordt de tunnel afgesloten voor alle verkeer en in zijn geheel ingezet om het overtollige water op te vangen en af te voeren. Het is de tweede grootste tunnel in zijn soort in Azië en de grootste in Zuidoost Azië. De tunnel is in mei van dit jaar in gebruik genomen.
Ondertussen kijken we met argusogen naar wat er gebeurt op politiek vlak in België, maar we moeten met lede ogen aanschouwen dat er weinig vooruitgang geboekt wordt, zo lijkt het ons althans. Er wordt veel geruzied en een oplossing lijkt nog niet echt in de maak. Daarenboven wordt het steeds moeilijk om in het buitenland uit te leggen wat er aan de hand is en waarom. En er worden een heleboel grapjes over gemaakt. Naar ik vernomen heb, zei Bob Geldof (u kent hem nog van allerlei liefdadigheidsconcerten in de jaren tachtig of van zijn liedjes over zijn haat-liefde verhouding met maandagen) recentelijk op een evenement in de Antwerpse diamantwijk dat België een goed voorbeeld kon zijn voor veel Afrikaanse landen en dat het niet hebben van een regering geen belet kon zijn om een land toch te doen draaien. Rowena, onze contactpersoon bij de UNHCR, waar ik het de vorige keer al over had, schertste met de situatie en zei dat ze ons dat misschien binnenkort als vluchteling zou terugzien… Maar we blijven hoopvol. Misschien zijn nieuwe verkiezingen toch geen slecht idee.
Maar genoeg geschreven. Tijd om te gaan slapen en morgen er weer op tijd uit om verder computers te installeren en nog zo van die zaken. Misschien vinden we zelfs tijd om te gaan shoppen, kerstshoppen heet dat dan, ook hier. Kerst behoort bij de meesten hier niet tot het religieuze leven, maar de commerciële invullen ervan is honderden malen groter dan bij ons. Maar wij houden dan weer meer van Sinterklaas.
Slaapwel,
Tom
Het kan soms vreemd lopen. Werelden die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, vinden elkaar op vreemde plaatsen en soms leiden deze ontmoetingen tot interessante businessaangelegenheden. Zo ook onze uitnodiging op een cocktailparty vorige week. De belangrijkste reden waarom we uitgenodigd waren, was de ontmoeting die ik had met de country sales manager van Manpower, dit na herhaalde klachten van onzentweege over hun dienstverlening. Na ons constructief gesprek viel de uitnodiging in de bus. Officieel was de inschrijvingstermijn reeds verstreken, maar we konden ons nog steeds aanmelden, wat we ook deden. Het geheel was in een humanitair kleedje gestoken, maar de nadruk lag op netwerken, wat we ook deden. Jammer genoeg vond het evemenent plaats in het centrum van KL en was de aftrap reeds om 18u30, een tijdstip dat redelijk onmogelijk ligt bij taxi-chauffeurs die zich buiten het centrum bevinden. Wij hebben dus noodgedwongen de taxi genomen naar KL Central Stesen en daar de monorail naar Bukit Bintang (Starhill in het Engels). Het weer was zeer aangenaam. Een heldere hemel, niet al te veel vervuiling en een temperatuur van rond de 25°C. Een korte wandeling was dus welkom. De rit met de monorail was ook interessant. Het was de eerste keer dat we dit vervoersmiddel bezigden en ik moet zeggen dat het een stuk duurder uitvalt dan de LRT, die ik eigenlijk prefereer.
Om kort door de bocht de gaan: de cocktailparty was eigenlijk een liefdadigheidsgebeuren voor Ninemillion.org – opgezet door Nike & Microsoft ter ondersteuning van de UNHCR. Deze laatste is de United Nations High Commission for Refugees, een onderafdeling van de Verenigde Naties dus. De negen millioen staat niet voor het aantal vluchtelingen in de wereld, dit aantal ligt verschillende malen hoger, maar voor het aantal – geschat wel te verstaan – kinderen onder deze vluchtelingen. Een nobel doel dus en laat vooral niet na de website te bezoeken en een gift te doen.
Maar terug naar vandaag. We hebben op die cocktailparty de lokale IT-verantwoordelijke van de UNHCR in Maleisië leren kennen en aangezien zij met een soortgelijke problematiek zit als wij – namelijk het bedienen van de hele wereld via een beperkt aantal servicecentra – moet zij ook het probleem van telecommunicatie tussen verschillende landen oplossen. Aangezien wij onze hub in Maleisië willen uitbouwen tot een servicecentrum voor heel Zuid-Oost Azië kampen wij met een gelijklopende uitdaging. Meer dan reden genoeg om eens met haar rond de tafel te gaan zitten. En wij dus naar het UNHCR in KL…
Het was niet moeilijk te vinden en ligt vlak achter het koninklijk paleis. Een stevige stalen poort markeert de toegang die bewaakt wordt door een schare wachters. Het is eigenlijk niet zo moeilijk om toegang te krijgen en eens binnen krijgen we zicht op een vrij vreemd schouwspel. Het terrein, voor 80% drassig en uit zand bestaande, heeft één hoofdgebouw dat zeer koloniaal aandoet. Rondom allemaal barakken alsof het gaat om een te snel gegroeide school die containerklassen heeft moeten plaatsen.
We melden ons aan bij de receptie en enkele minuten later komt Rowena – van oorsprong Fillipijnse – ons ophalen en leidt ons naar haar IT-barak. Op weg daarnaartoe toont ze ons dat een tiental meter verder een soort vluchtelingenkamp is opgetrokken, afgespannen door een rudimentair hek. De vluchtelingen in Azië zijn vrij rustig, zeker in vergelijking met die in Afrika, weet ze ons te vertellen. Zij hebben echt niets meer te verliezen en hier valt het in vergelijking nog mee. Ze verwerken hier 300 aanvragen per dag en verwijzen ze daarna door. Het is daarenboven niet gebruikelijk dat het hoofdkwartier samen gehuisvest is met de vluchtelingen, maar hier is dat nu wel het geval. Dit is ook de reden waarom ze in verplaatsbare barakken zitten. De bedoeling was om extra gebouwen op te trekken, maar de kans bestaat dat ze op een dag moeten opkramen en elders een centrum moeten oprichten. Maleisië heeft immers de vluchtelingenconventie uit 1952 nooit ondertekend en zodoende mogen zij enkel bij wijze van gunst op de Maleise bodem verblijven; verandert de regering morgen of verandert zij van mening dan zullen ze moeten vertrekken – of misschien vinden ze dat hun locatie niet optimaal is – net achter het koninklijke paleis – en worden ze verzocht elders in Maleisië onderdak te zoeken.
Ook hier merk je de vreemde situatie waarin dit land verkeert. Willen, maar niet de doortastendheid hebben om verregaande beslissingen te nemen. Toch niet op dit vlak. Anderzijds is het wel interessant om eens een bezoek aan deze site te brengen. Het ligt mijlenver verwijderd van de business waarin wij ons bevinden, maar anderzijds zijn er veel raakvlakken en kunnen we van elkaar leren, wat we ook doen. Daarenboven krijg je niet elke dag de kans om in een UN vluchtelingencentrum binnen te wandelen en aan den levende lijve te ondervinden hoe deze organisatie zelfs al zijn ze deel van een mondiaal gegeven toch een beetje worden beschouwd als het zwarte schaap.
Een reden te meer om hen te gedenken wanneer je de volgende keer een gift wil doen.
Groeten
Tom
Iedereen heeft zijn beperkingen. Dat wissen we al langer. Soms kiezen we er echter voor om dit eventjes te negeren. Maar loontje komt altijd om zijn boontje. Of was het net andersom?
Het gaat hier redelijk goed. Het weer is nog altijd hetzelfde en ik denk dat dat nog wel een paar jaar zo zal blijven. Er is wat meer regen – alhoewel – en het lijkt ook in grotere hoeveelheden naar beneden te komen. Het vochtige klimaat is blijkbaar een broeihaard voor allerhande bacteriën en da’s natuurlijk minder tof.
Ons kantoor is bijna klaar of dat hopen we toch. Vorige week is de aannemer begonnen en zij heeft ons beloofd dat het tegen zaterdag klaar zou zijn. Tot nu toe verloopt alles volgens planning – toch de zaken waarvoor zij verantwoordelijk is. Er zijn nog een paar onduidelijkheden als het gaat over het verplaatsen van onze contactdoos voor de electriciteit, de aansluiting van telefoon en internet en het installeren van onze call centre server en bijhorende software. Niks al te belangrijks dus… behalve als we maandag operationeel willen zijn. We zijn namelijk onze nieuwe tijdelijke locatie een beetje beu, alhoewel de temperatuur er aangenamer is, de ruimte groter is en de draadloze internetverbinding beter werkt in vergelijking met onze vorige verblijfplaats. Het grootste probleem is dat één van de lange wanden volledig uit glas bestaat en iedereen ons komt bekijken als apen in een kooi. Anderzijds levert dat ook wel vermakelijke taferelen op, want wij kunnen hen immers ook gadeslaan. Every cloud has a silver lining beweren ze in het Engels.
Alhoewel, veel tijd om te kijken hebben we niet. Het is immers pokkedruk geworden want we bedienen nu ongeveer de hele commerciële structuur, zo’n 28 mensen met 2 werknemers. En die mogen na een lange periode van rust en het redelijk makkelijk hebben, plots de handen uit de mouwen steken voor meer dan 150% en dat vraagt wat aanpassingsvermogen. Daarenboven leggen we lat hoog. Maandag hebben we ze een nieuw contract laten tekenen; totnutoe werkten ze via Manpower voor ons, maar nu we een eigen Maleis bedrijf hebben, was de tijd gekomen om ze over te hevelen en hen voor onbepaalde duur in dienst te nemen. Maar dat betekent weer een hele papierwinkel, niet in het minste om de loonadministratie te doen en ervoor te zorgen dat ze correct en op tijd uitbetaald worden. En natuurlijk hebben we voor versterking gezorgd, maar dat vraagt de eerste weken extra inspanningen, zeker als het de eerste keer is dat iemand opgeleid moet worden.
Tel hierbij het feit dat we gaan verhuizen en ervoor moeten zorgen dat dat ook piekfijn in orde is en dat we ondertussen ook nog proberen de toekomst van het bedrijf te verzekeren door te verschijnen op allerhande feestjes (al dan niet op eigen uitnodiging) en contacten te leggen met eenderwie we tegenkomen. Wat zijn vruchten afwerpt, maar het leven niet altijd makkelijk maakt. Vrijdag is India aan de beurt en dinsdag vliegt Chris eventjes heen en weer naar Seoul om daar ons project uit te leggen. Taiwan proberen we ondertussen ook te overtuigen en zijn we ergens ook niet de Filippijnen tegengekomen? Ik kan het niet altijd bijhouden… en Chris ook niet. Althans, zijn lichaam niet. De combinatie van stress, lange werkdagen, airco en ongezonde voeding eisen zijn tol. Ergens zaten er een paar bacteriën te veel en die zijn nu lelijk aan het huishouden. Niet dat hij er zo slecht aan toe is, maar hij moet toch een paar dagen het bed houden. Daarenboven kan hij niet eten wat het genezingsproces niet bevordert. Hopelijk voelt hij zich morgen beter, want dan hebben we een auto gehuurd zodat we wat vrijer kunnen rondbewegen.
Feit is namelijk dat taxichauffeurs over het algemeen eerlijk zijn behalve als je echt de toerist wil uithangen. Dan wordt het moeilijk om eentje te vinden die op de meter wil werken. Al kan je soms een betere deal doen zonder het te beseffen, maar die gelegenheden zijn zeer uitzonderlijk. Afin soit, hopelijk krijgen we dan de gelegenheid om nog een beetje de toerist uit te hangen, niet te veel, maar net genoeg… en om naar Ikea te rijden om nog wat extra kantoormateriaal te kopen. Jaja, ook om köttbullar te eten, wat had je gedacht! Na 6 maanden snak ik naar degelijk Europees eten. En dan bedoel ik echt wel Europees, niet te vet, niet te veel saus, maar gewoon degelijke kost op een propere manier gepresenteerd. Niet van dat Amerikaans gedoe of overdreven Italiaans, want dat begint op den duur ook te vervelen. Fingers crossed dus dat Chris zich morgen beter zal voelen. Want ik heb absoluut geen zin om me hier in het verkeer te storten. Iedereen rijdt hier aan de verkeerde kant van de weg en de motorrijders dubbel (rechts ipv links, liefst nog tegen de rijrichting in).
Ik las hier trouwens in de krant dat in Japan één van de opkomende doodsoorzaken bij werkende bevolking overwerk is. Mensen kennen hun grenzen niet en blijven maar doorwerken zonder genoeg ontspanning te nemen, want presteren is het belangrijkste. Het is ondertussen een algemeen gekend fenomeen geworden en heeft zelfs zijn eigen woord gekregen: Karoshi, dood door te hard te werken. We doen er alles aan om het niet zo ver te laten komen bij ons.
Tot de volgende,
Tom
De meer bekende naam van deze organisatie is HSBC en is een samenvoeging van de Hong Kong Bank en de… inderdaad, een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. De bank is wereldwijd gekend en heeft een hoge reputatie. Blijkbaar slaagt men er in Maleisië er toch in om elke goede naam door het slijk te halen. Neen, we hebben het hier niet over flagrante fouten in betalingsverkeer, zo ver zijn we nog niet eens geraakt. Waar het wel over gaat is een gebrek aan proacitiviteit en uitleg als je een bankrekening gaat openen en het aantal stappen dat er nodig is om vb je kaarten te krijgen en je internetbanking gebruiksklaar te krijgen.
Vreemd is ook, alhoewel deze bank door Chinezen gerund wordt, ze toch een typisch Maleise houding aannemen en blijkbaar niet doorhebben wat van hen verwacht wordt. Ik heb waarschijnlijk het verhaal al eens verteld dat je voor het openen van een bankrekening een bankrekening nodig hebt. Blijkbaar is het hier de gewoonte dat je een bankrekening alleen maar kan openen als je er onmiddellijk geld op stort. Ik vermoed dat dit is om te voorkomen dat iedereen zomaar rekeningen opent en hier is er nog wel wat manueel werk dat ermee gepaard gaat. Maar je kan dit geld niet cash meebrengen, het moet een cheque zijn. Maar natuurlijk kan je geen cheque uitschrijven – zeker niet in MYR – als je geen bankrekening hebt; probleem dus. Ondertussen zijn we er na veel vijven en zessen en heel wat geduld en doorzettingsvermogen van mijn collega Chris in geslaagd om toch 1 set bancontact kaarten te bemachtigen en te activeren, iets wat volgens een zeer ondoorgrondelijk process verloopt. Het is bovendien ook niet mogelijk om aan de kaart te zien aan welke bankrekening ze gekoppeld is, laat staan op wiens naam de rekening staat. Aangezien we 2 rekeningen hebben, wordt dit dus wel een beetje verwarrend. Daarenboven heb je één kaart nodig om geld af te halen, en één kaart om geld te storten. En omdat we een business rekening hebben, is de functionaliteit van onze bancontactkaart beperkt en kunnen we dus bijvoorbeeld niet onze rekeningstand raadplegen.
Het vreemde van de hele zaak is dat we bij het aanvragen van onze rekeningen ook een aanvraag gedaan hebben voor al deze kaarten, maar dat we dus niks ontvangen hebben. We zijn dus meerdere keren moeten terug gaan en alles opnieuw gaan aanvragen. Een internationale naam is dus geenszins een garantie voor kwaliteit.
We waren er ook in geslaagd om onze internetbanking te activeren. Ook dit verliep niet van een leien dakje, maar we hadden onze tokens vrij snel. Nu nog een wachtwoord, dat ons per post zou worden opgestuurd. Na drie weken hadden we nog niks ontvangen, maar omdat we een paar keer van adres veranderd zijn, dachten we dat het daaraan zou kunnen liggen. Echter na alle mogelijke adressen en brievenbussen gecontroleerd te hebben, bleef het resultaat nul en besloten we om de helpdesk te bellen. Deze leidde ons naar een formulier op de website dat we moesten downloaden en invullen en dan persoonlijk in het kantoor moesten gaan afgeven – nu moet je ook weten dat je in Maleisië enkel naar het kantoor waar je je rekening hebt geopend kan gaan als je dit soort dingen wil regelen – en dan zou je onmiddellijk een nieuwe code krijgen. Zo gezegd zo gedaan. Het duurde wel eventjes want het personeel in het kantoor was niet vertrouwd met deze procedures, maar een half uurtje later hadden we onze codes en had Chris zijn account kunnen activeren. Alles in kannen en kruiken dachten we dus, totdat we later op de avond onze eerste overschrijvingen via dit ingenieuze systeem wilden uitvoeren. Het lukte niet en we kregen een zeer vreemde foutboodschap. Terug naar de helpdesk bellen dus en daar wisten ze ons te vertellen dat – na een half uur zoeken en doorschakelen wel te verstaan – dat onze account enkel geactiveerd was om de rekeningstand te bekijken. Om ook overschrijvingen en andere transacties te mogen doen, moesten we het formulier dat bij ons token zat en waar niet op vermeld staat wat je er moet mee doen, ondertekenen en terugbrengen naar het kantoor. Dan zou onze account geactiveerd worden voor het uitvoeren van transacties en dit zou ongeveer 10 werkdagen in beslag nemen!!! Dit was een beetje teveel van het goede en een lichte irritatie begon zich te ontwikkelen. Terug naar het kantoor dus, alwaar ons verteld werd dat ze het zouden doorfaxen naar het hoofdkantoor, maar dit kon niet meer geregeld worden aangezien het al na 14u was op vrijdag. Het zou moeten wachten tot maandag, niks aan te doen.
Ondertussen wilden we wel onze overschrijvingen doen want onze leveranciers zitten te wachten op hun geld. Toen vertelde de dame in het kantoor ons dat we dat via internetbanking moesten doen, terwijl we haar net gedurende een half uur bezig hadden gehouden met het proberen te activeren van deze functionaliteit. Na nog een kwartier had ze het problematische van de hele situatie begrepen en nog enkele minuten later kwam ze op het idee om een manueel overschrijvingsformulier in te vullen, wat in totaal ook weer een half uur in beslag nam. Ook dit formulier moest naar het hoofdkwartier doorgestuurd worden en ook hiervoor was het te laat. Maar maandag zou alles in orde komen. We zijn in blijde verwachting!
Ik heb gemerkt dat er ondertussen in België klachten zijn over de geplande invoer van transactiekosten gekoppeld aan het afhalen van geld bij andere banken. Als je het systeem hier in Maleisië gezien hebt, dan zijn banken in België spotgoedkoop en supergebruiksvriendelijk. Alles gebeurt hier meestal via cheques en anders via overschrijving, maar voor elke transactie moet je hier extra betalen. Als voorbeeld: het uitschrijven van een cheque kost 5 MYR, da’s meer dan 1 Belgische euro! En dan moet je daarenboven nog weten dat je voor dat bedrag een hele maaltijd kan kopen! We vergeten soms dat we hier nog altijd met een ontwikkelingsland te maken hebben.
Groeten
Tom
Zondag was een speciale dag. Ik had niet zoveel geslapen, want dat had ik de dag ervoor al gedaan. Niet dat ik vond overdreven te hebben, ik had namelijk het grootste deel van de dag besteed aan het uitlezen van mijn Zweedse detective. Ik zat aan blz 190 toen ik begon en aan het einde van de dag was het boek uit, blz 529 was omgeslagen. Alhoewel ik het vorige boek dat ik van deze schrijver – Håkan Nesser voor de geïnteresseerden, wiens boeken over Van Vleeteren verfilmd zijn en als ik mij niet vergis op een Nederlandse zender worden uitgezonden – gelezen had niet zo interessant vond, moest ik toegeven dat dit boek me in zijn greep hield tot het einde. Vandaar dat het me maar een tweetal weken gekost heeft om het boek uit te lezen. Ondertussen ben ik in alweer een ander zweeds misdaadavontuur beland, dit keer geschreven in 1967. Zeer interessant om te zien hoe de taal sindsdien veranderd is. Het maakt het natuurlijk een stukje moeilijker om het kleinnood (amper 200 blz) vlot te lezen. Maar we komen er wel.
Maar terug naar zondag dus. Alhoewel mijn spannend verhaal me bezig hield tot diep in de nacht – jetlag kan je dan niet echt meer noemen aangezien ik al een week in Maleisië was –moest ik er ’s ochtends vroeg uit – toch naar zondagse normen. Om 10 uur werd ik immers verwacht in een officiële ceremoniezaal ergens in het midden van KL. Ik zou de gelegenheid krijgen een Maleis huwelijk bij te wonen. Gelukkig wist ik dat de plechtigheid pas om 11 uur zou beginnen en aangezien ik daar toch niemand zou kennen, besloot ik mij niet te druk te maken in het feit dat het opstaan toch iets moeilijker verliep dan normaal en dat het dus uitgesloten zou zijn dat ik om 10 uur ten tonele zou verschijnen. Rond 10u10 had het hotel een taxi gevonden die mij wilde voeren en een half uurtje later kwam ik in een totaal verlaten buurt niet ver van het centrum van KL aan. Niemand van mijn collega’s herkenden het adres dat mij was opgegeven, maar het bleek het hoofdkwartier van het Felda te zijn, een belangenorganisatie die zich het lot van de Maleise boeren ter harte neemt. Het hoofdgebouw wordt blijkbaar regelmatig gebruikt voor huwelijken en ook vandaag waren er minstens drie trouwpartijen gepland. Bij het binnengaan moest ik eventjes de weg vragen aan een groepje Maleiers in traditionele klederdracht – of was het ceremoniële klederdracht, ik ben er niet zeker van. Het bleek de vader van de bruid te zijn die mij in de goede richting wees. Eventjes was ik verbaasd, daar de vrouw die mij op deze gebeurtenis uitgenodigd had de moeder van de bruid was en het de hele tijd had over haar man – een niet-Maleier (Europeaan kan ik moeilijk gebruiken omdat het evengoed een Amerikaan of een Australiër kon geweest zijn) – die een paar maanden geleden overleden was.
Ik ging natuurlijk in mijn denken volledig voorbij aan het feit dat ook in deze samenlevingen scheidingen en hertrouwen mogelijk zijn, al is dit niet altijd zo zichtbaar. Daarenboven is het voor een moslim toegelaten om met drie vrouwen tegelijkertijd getrouwd te zijn. Voor een vrouw geldt dit natuurlijk niet. Dat zou het geheel nogal onoverzichtelijk maken. Wat er ook van zij, ik heb niet gedurfd om navraag te doen over hoe het nu allemaal echt in elkaar zat. Dit stukje nieuwsgierigheid zal op zijn honger moeten blijven zitten.
Na een beetje dwalen door de vrij grote inkomhal vond ik de juiste plek en onmiddellijk ontwaarde ik Shima, die mij uitgenodigd had. Ik ken haar amper, maar ben een paar keer bij haar naar de kookles geweest en daar wordt over koetjes en kalfjes gepraat, maar ook over hoe wij als buitenlander Maleisië ervaren en hoe lang we hier blijven en of we al de kans hebben gekregen om de lokale tradities en ceremonies bij te wonen en van het één kwam het ander en nu zat ik hier in een zaal vol Maleiers in kleermakerszit, de mannen aan de linkerkant, de vrouwen aan de rechterkant, de schoenen netjes buiten achtergelaten, te wachten op wat komen zou. Shima was zo attentvol geweest een stoel voor mij te voorzien om op te zitten en ik was haar hiervoor dankbaar. Kleermakerszit is nooit echt mijn ding geweest in tegenstelling tot hier waar dit een houding is die meermaals per dag voor een langere periode wordt aangenomen – naargelang de noodzaak wel te verstaan. Een van Shima’s nichtjes, van oorsprong Maleis, maar opgegroeid in Australië hetgeen in de verf gezet werd door haar zware tongval, kwam mij in het kort uitleggen wat er op het programma stond: ceremonie, eten en dan zien we wel. Timing: als het gebeurt. We waren dus goed voorbereid!
De officiële ceremonie duurde ongeveer een uur en was voornamelijk in het Bahasa Malaysia, afgewisseld met een aantal liederen en gebeden in het Arabisch. Ik had dus absoluut geen idee wat er gezegd werd, maar vond het toch interessant. Het geheel ademde een gemoedelijke sfeer uit en was een zaak onder mannen. De bruid zat op een kussen vanvoor rechts uitgestald en had voor de rest weinig inbreng in het gebeuren. Alles werd afgehandeld door de vaders en een aantal ambtenaren en ik vermoed ook een geestelijke alsook een ceremoniemeester wiens belangrijkste taak het was de aankondigingen van de volgende stappen te doen. Op de grond stonden een aantal geschenken uitgestald: juwelen, schoenen, maar ook hemden en andere nuttige gebruiksvoorwerpen. Dit was ook een deel van de ceremonie en vindt zijn oorsprong in de bruidschat. Interessant is dat beide partijen geschenken moeten voorzien, maar de vrouw moet één geschenk meer geven. De reden hiervoor heb ik niet kunnen achterhalen.
Daarna was het plots gedaan. De vader van de bruidegom – één van de velen (mannen alleen) die mij de hand kwamen schudden – legde me uit dat het bruidspaar nu een andere outfit ging aantrekken en dat daarna het zegeningsritueel zou plaatsvinden. Ik werd aangeraden om intussentijd wat rond te wandelen, wat ik ook deed. Schoenen terug aan en daar tussen de tafels die al van voor de aanvang van het plechtige gedeelte gedekt stonden met uitgeschonken glazen met iets geels-fluoriscerend, vermoedelijk limonade of een soort citrusdrankje, alsook het buffet – voor nadien? – vond ik Ana en haar man terug. Ana is de eigenares van de kookschool waar ik af en toe mijn zaterdagvoormiddag doorbreng en dankzij wie – zij het onrechtstreeks – hier dus mijn zondag aan het doorbrengen was.
Ook voor haar was het onduidelijk hoe de rest van de dag zou verlopen. Rondom ons zagen we mensen al aanschuiven aan tafels en aan het buffet, maar zelf durfden we niet zo goed. Na een uurtje was het bruidspaar terug en klaar voor de volgende ceremonie. Ik ging eventjes binnen om te kijken, maar had al snel door dat het hele opzet was dat elk familielid om beurten naar voor kwam om het bruidspaar te besprenkelen met bloemenblaadjes en iets wat katholieken zouden vergelijken met wijwater, waarna er duchtig handen geschud werd alsmede enige kussen uitgewisseld – voornamelijk met de bruid dan. Weer buiten merkte ik dat een aantal mensen al afscheid begonnen te nemen en toen de ceremonie volledig klaar was en het officiële startsein van het buffet gegeven werd, was een kwart al terug weg. Nog een uur later bleven er nog een 20-tal personen over, waarvan de meesten de directe familie van de bruid uitmaakten en waar ik dan ook uitgebreid aan werd voorgesteld. Shima legde mij ook uit dat de bruidegom uit Singapore kwam en dat ze daar de week nadien nog een receptie gingen houden. De officiële ceremonie moet maar één keer worden uitgevoerd en dat is altijd in de plaats van herkomst van de bruid.
Rond half vier ’s namiddags was ik terug in het hotel. Het heeft zo zijn voordelen, trouwfeesten die ’s morgen beginnen en waarbij absoluut geen druppel alcohol wordt geserveerd; het zorgt voor een vlotte en efficiënte afhandeling van het gebeuren, je krijgt wat eten en je kan wat praten en dan ga je nog rustig van je avond – of voor zij die iets vroeger waren weggegaan ook nog de namiddag – genieten en je staat de volgende dag weer fris op je werk.
Het buffet was een verzameling van traditionele Maleise gerechten, interessant om te zien, minder interessant om te eten. Daarbij kwam nog dat de helft van het eten koud was omdat het buffet er al zo lang stond, maar dat deert enkel westerlingen – of misschien moet ik enkel voor mezelf spreken. Ik hou ervan gerechten die warm worden geserveerd, warm op te eten en andersom. Hier in het oosten heb ik gemerkt dat dat allemaal niet zo’n grote rol speelt.
Nu ja, het was een zeer leuke ervaring en ik kijk er naar uit om begin maart de chinese versie van dit gebeuren eens gade te slaan, want dan trouwt één van onze werkneemsters volgens de chinese traditie. Maar dat is dus nog 3 maanden wachten.
Groeten,
Tom
Blijkbaar zijn er een aantal onder jullie die niet goed kunnen volgen. Nu is het ook zo dat in de maand waarin ik geen enkele blogpost gemaakt heb, er wel het één en ander veranderd is. Een aantal dingen heb je al vernomen in mijn vorige schrijfsels.
Maar ik ben ook van woonst veranderd. Niet dat dat zo spectaculair is, maar toch. We waren ons oude stekje in het centrum van KL een beetje beu, niet alleen omdat we er nu al een tijdje gehuisvest waren, maar ook omdat de kwaliteit van de geleverde service te wensen overliet. Zo waren er altijd problemen met de betalingen en ook het eten was ronduit gezegd slecht. Beneden was wel een goeie bar waar je ook goed kon eten, maar het was meer een soort discotheek en dat is niet altijd de omgeving waarin je je avond wil doorbrengen, zeker niet als je je bij wijze van ontspanning in een goed – Zweeds welteverstaan – boek wil verdiepen. Een bijkomende reden was dat onze locatie – middenin KLCC en dus vanuit het standpunt van de toerist en de bourgondiër en shopverslaafde meer dan perfect gelegen, met alle belangrijke zaken in voorvermelde categoriën binnen wandelafstand – vooral ’s avonds een probleem bleek te zijn: geen enkele taxi wou ons terugbrengen – dit al in de veronderstelling dat je vlot een taxi kon vinden die je überhaupt eenderwaar naartoe wilde brengen. Om een lang verhaal niet nog langer te maken: verhuizen zouden we en dat hebben we dus gedaan. Onze eerste keuze viel op het Royale Bintang hotel aan The Curve (shoppingcenter), rechttegenover Ikea (köttbullar!) en naast Tesco’s, maar uiteindelijk hebben we gekozen voor het nagelnieuwe OneWorldHotel, aangrenzend aan het 1Utama Shopping Complex en… maar dat zou later pas blijken, vlak naast ons nieuw kantoor in het IBM/KPMG gebouw.
Begin november was het zo ver: gepakt en gezakt zijn we dan richting Bandar Utama, een deel van Petaling Jaya, getrokken. En ja, tot nu toe valt alles goed mee. De kwaliteit is stukken hoger en we betalen minder. Natuurlijk is de kamer kleiner en hebben we niet hetzelfde TV-aanbod als in de Ascott, maar we hebben toch geen tijd om TV te kijken – al begin ik House MD, Numbers, Desperate Housewifes en Ugly Betty eigenlijk wel een beetje te missen – en ook een keuken ontbreekt. Al is dat maar een kleine opoffering in vergelijking met de kwaliteit van het eten en de service en het feit dat je rechtstreeks toegang hebt tot het winkelcentrum zonder dat je zelfs een voet buiten hoeft te zetten. Vanuit de bar in de lobby heb je een adembenemend zicht op de omgeving doorheen de glazen muur – het staat op mijn takenlijstje om eens een fotoronde te maken doorheen het hotel – en in het hoekje is er zelfs een havana-bar waar je allerhande wiskeys kan nuttigen en kan kiezen uit een keure sigaren – mocht ik roken zou ik dat zeker appreciëren. De muren zijn behangen met foto’s van Che Chevara en er weerklinkt altijd een Zuid-Amerikaans geluid door de luidsprekers, wat een aangename verpozing is van de 3 Filippijnse dames die in de lobby bar staan te kwelen. Er zijn dus duidelijk ook nog een aantal zaken voor verbetering vatbaar
.
Maar goed, bij deze een korte beschrijving van onze nieuwe woonst waar we nu al een maand verblijven. We hadden natuurlijk kunnen opteren om een huisje te huren, maar tot nu toe zijn de plannen niet van die aard dat er iemand permanent in Maleisië zal verblijven. Misschien verandert dat in de nabije toekomst nog, maar dat zullen we dan wel zien.
Tot de volgende,
Tom
Het kan niemand natuurlijk nog verbazen als ik zeg dat ik vorig weekend nog eventjes snel een uitstapje gemaakt heb naar de stad der steden, de rustigste en leukste hoofdstad ter wereld – tot nu toe toch – Stockholm. Het was mijn derde keer dit jaar (als je mijn korte stop in februari toen ik op weg was naar de trein richting Jokkmokk meetelt) en ook mijn laatste. Het begint langzamerhand traditie te worden dat ik deze schitterende stad minstens twee keer per jaar aandoe, een keer in het warmere seizoen en een keertje op de overgang tussen herfst en winter.
Het was immers het derde jaar op rij dat ik het laatste weekend van november of het eerste weekend van december in deze omgeving doorbracht. En weerom was ik niet teleurgesteld. Tijdens mijn zomertripje – met de fiets, jawel – had ik een aantal kanten van de stad leren kennen die mij totdantoe onbekend waren. Ze waren dan ook net buiten het centrum gelegen en niet altijd vlot met het openbaar vervoer te bereiken, al bleek dat naderhand wel mee te vallen. We hebben het dan over Hagaparken, toeristisch bekend omwille van zijn uitgestrektheid en zijn vlindertuin, krantmatig ook gekend omwille van de moordenaar die naar dit park genoemd is. Een beetje verder vind je de botanische tuinen en alweer een eiland verder Millesgården.
De eerste twee hebben we – ik mocht genieten van het gezelschap van mijn zus – deze keer links laten liggen en we zijn rechtsreeks op de beeldentuin afgestevend. Rechtstreeks is misschien veel gezegd. We zijn op vrijdagochtend op Bromma geland en tien minuten later (jawel, dat bestaat, ook in een Europese hoofdstad) zaten we in de taxi die ons naar ons hotel zou brengen. Deze keer was onz keuze gevallen op het Rica Hotel in Gamla Stan. Ik heb in mijn tochten naar Stockholm al verschillende hotels aangedaan. Reden hiervoor is het feit dat ik zoveel mogelijk probeer te boeken via destination-stockholm.com . Zij bieden het Stockholm-à-la-Carte arrangement aan, waarbij je naast je hotelkamer (met ingebrip van ontbijt – meestal toch) ook een kaartje krijgt dat gedurende je hele verblijf in Stockholm geldig is en waarmee je – naast toegang tot een 70-tal musea in en om de stad – ook gratis het openbaar vervoer kan gebruiken (T-bana en SL-bussen) waardoor het echt zijn geld waard is. De reden waarom ik telkens in een ander hotel terechtkom, heeft dan weer te maken met het feit dat er altijd een ander hotel als beste koop uit de bus valt. Dat zorgt dan weer voor de nodige afwisseling. Het is ook zo dat de prijs voor een tweepersoonskamer normaal gezien het dubbele is dan die van een éénpersoonskamer, wat het voor de eenzame reiziger (of de eenzame reiziger en zijn zus) weer makkelijker en betaalbaarder maakt om een eigen kamer te nemen.
Dit keer namen we dus onze intrek in het Rica hotel op Lilla Nygatan in Gamla Stan (of beter gezegd: op Gamla Stan, want het is een eiland – of werkt dat zo niet in het Nederlands? Met al die vreemde talen en al dat gereis rond de wereld begin je de basisregels van je moedertaal op den duur te vergeten). Rustiek en zeker gezellig en leuk gelegen vlakbij de metro. Alleen een beetje klein uitgevallen. De kamer van mijn zus had iets van een ingebouwde kast en het toilet moest je telkens opnieuw opvouwen en terug opbergen als je de douche in wou. Eén voordeel: je kon vlot tv-kijken vanop je wc-zitje. Over overmatig gebruik van de minibar moest ze zich ook geen zorgen maken, daar de sleutel al van het eerste moment afbrak en de deur dus niet voor haar openging. Niet dat het nodig was, want er was een systembolaget aan de andere kant van de straat. Maar daar hadden we allemaal geen tijd voor. We waren hier om te city-trippen en dat deden we dan ook.
Het weer was echter zo druilerig dat we besloten onze plannen om Millesgården te bezoeken uit te stellen tot zaterdag in de hoop op beter weer – en ja, de foto’s kunnen het getuigen – dus trokken we maar naar het centrum alwaar we Åhléns en NK bezochten op zoek naar nieuw leesmateriaal – en we vonden het ook – en dan hop, de bus op naar Djurgården. Deze zat ondanks het gure weer volgepropt met ouderen en ouders met kinderwagens. We zochten eerst ons heil in Blå Porten, één van die vaste plekken die we op de agenda hebben staan als het aankomt op het vullen van onze maag. Daarna eventjes binnenwippen in de kunstgalerij die er net naast ligt. Gelukkig moesten we niet betalen, want de tentoonstelling was niet echt onze smaak. Maar je kan het maar weten door er naar te gaan kijken… Dan weer de bus op – al liet die op zich wachten – en op naar de eindhalte. Daar vonden we Waldermars Udde, een kunstmuseum gelegen in het paleis van prins Eugene. Deze kunstenaar binnen de koninklijke familie heeft ooit de privilège gehad om een muurschildering te mogen maken voor het nieuwe stadhuis en is berucht geworden omdat hij daarna een factuur aan de gemeente presenteerde – niet om zijn uren vergoed te zien, maar om een bevestiging te krijgen dat de mensen zijn kunst mooi vonden en hem niet louter gevraagd hadden omwille van zijn afkomst en titel. Naast de vaste tentoonstelling waarbij ook een aantal werken van de voorgenoemde prins te bekijken zijn, waren er ook een aantal tijdelijke tentoonstellingen. De omgeving is sprookjesachtig en de tuin moet zeer mooi zijn in de zomer – iets om voor terug te komen.
De bus terug was iets makkelijker te vinden en eens terug in het hotel was het tijd om wat te rusten. Maar veel tijd was er niet, want om 19u werden we alweer verwacht in het Folkshuset alwaar het Skånes Dansteater een voorstelling zou geven. Het werd een zeer pijnlijke ervaring. Het eerste deel leek een eeuwigheid te duren, ook al waren het in werkelijkheid maar 30 minuten. Saai en traag en vooral niet vernieuwend. Met heimwee dacht ik terug aan de leuke optredens van Wim Vandekeybus en Ultima Vez. Het publiek leek echter vooral uit familie en vrienden te bestaan en er kwam zowaar een halfstaande ovatie. Daarna volgde een pauze waarin het zelfs niet mogelijk was om iets te drinken te bemachtigen louter en alleen omdat er geen drankstandjes voorzien waren. Er was maar één bar en die kon de toevloed van mensen niet aan. Eventjes overviel ons de gedachte om weg te gaan, maar het tweede deel zou ook maar een half uur duren en onze restaurantreservatie was tenslotte maar tegen 20u45 (en ervaring had ons geleerd dat te vroeg komen in Zweden absoluut geen enkele zin heeft), dus besloten we het tweede stuk een kans te geven. En ja, het was stukken beter, maar nog altijd niet je dat. Afin, we vonden makkelijk onze weg naar het T-bana station op Hötorget en namen de metro richting Södermalm. In Slussen eruit en dan een zeer korte wandeling naar één van onze favoriete restaurants annex bars: Akkurat.
We hebben deze afspanning ooit eens bij toeval ontdekt (wel vanuit België) en sindsdien kom ik er bij elk bezoek aan Stockholm minstens 1 keer. Ze hebben mij daar nog nooit ongoocheld. Het is er altijd zeer druk en op voorhand reserveren is noodzakelijk, zeker in de winter als de eetcapaciteit beperkt is en ook als je om 17u gaat. Onze tafel stond ons op te wachten, we waren dan ook prachtig op tijd. Rondom ons stonden een aantal buitenlanders die tevergeefs wachtten op een plekje. Enkele uren later – na wat wijn en wat Belgische speciale bieren en een heerlijke maaltijd – keerden we richting ons hotel en namen we nog een afzakkertje in een Ierse pub 2 straten verder. Morgen zou het vroeg dag zijn – toch voor een vakantiedag.
Zaterdag was het stralend weer. Koud, maar de zon scheen en dus stond alles klaar voor een bezoek aan Millesgården. Daarna was het tijd om nog wat rond te wandelen en ons naar het hotel te begeven om wat te rusten alvorens het evenement van de dag aan te vangen: een optreden van Nanne Grönvall in de Hamburgs Börs. ’s Voormiddags waren we de omgeving al gaan verkennen aan de Jakobsgatan, net naast de Jakobskerk – die we ook van binnen hebben gezien – vlakbij Kungsträgården. We zouden daar ook het avondmaal gebruiken – niet in de prijs begrepen wel te verstaan. Het werd een schitterende avond met vrij goed eten, goeie wijn en een bediening van de oude stempel: correct en betrouwbaar. De tafeltjes stonden nogal dicht op elkaar waardoor onze buurvrouw ons glas champagne op de tafel deed belanden, maar dat werd onmiddellijk rechtgezet en opnieuw gevuld. Nanne was ongelofelijk. Energetisch, charismatisch en vol zelf-ironie, iets wat volgens mijn zus zeer zelden voorkomt in Zweden. Het was lachen geblazen met de teksten en de overtuiging waarmee ze de nummers bracht. Ze nam haar eigen carrière onder de loep met de nodige vaten zout. Het was natuurlijk niet zo makkelijk om alle bindteksten te verstaan – ze gaat tekeer als een orkaan – maar de hoofdlijnen begrepen we.
Na het optreden kocht ik nog haar nieuwste CD die door haar zelf live werd gesigneerd. Jammer genoeg had ik mijn fototoestel niet bij – en ik heb ook geen gsm met ingebouwde camera; met die van mij kan je gewoon telefoneren. Nadien gingen we nog een laatste drankje nuttigen in de Ierse pub, alwaar we kennis maakten met het eenzame leven van een Ijslandse gynecoloog wiens vrouw in Amerika woonde en die geen ander tijdsverdrijf vond dan de avonden in bars door te brengen en zo veel mogelijk te drinken.
Zondagochtend deden we het rustig aan. We ontbeten lang en daarna namen we ruim de tijd om onze valiezen in te pakken. Mijn zus moest naar Bromma en dan naar Brussel, ik zou naar Arlanda gaan en vandaar via Frankfurt en Bangkok naar Kuala Lumpur. Op het middaguur checkten we uit maar lieten onze bagage achter in het hotel om nog een laatste tocht door de stad te maken. Plan was om een museum dat ik nog nooit had bezocht te bezoeken: een privéwoning met de klinkende naam Hallwylska Museet. Ongelooflijk prachtig en volledig intact! Op zolder hebben ze een hele verzameling Vlaamse schilders – de schilderijen bedoel ik wel – en alle kamers zijn volledig ingericht. Het huis is enkel te bezoeken met een gids (met uitzondering van de eerste verdieping en de kelderverdieping) en alhoewel we nooit de behoefte hebben gevoeld om dit huis te bezoeken bleek het zeer populair. In de bezoekersgroep waren meer dan 30 mensen aanwezig – en dit was al de twee rondleiding van de dag. We besloten ons Zweeds te oefenen en aan te sluiten bij de zweedstalige gids, Svante, een jongeman die in traditionele klederdracht ons gedurende een uur wegwijs maakte in de geschiedenis van het huis en van de familie. Verbazingwekkend hoe vlot hij sprak en op dezelfde manier eender welke vraag uit het publiek beantwoordde. Jammer genoeg voor ons articuleerde hij – zoals nogal eens voorkomt bij Zweden – niet duidelijk en sprak hij supersnel zodat een heel deel van de uitleg en de grapjes of lollige anekdotes verloren gingen. Ik vraag me af hoe iemand zo jong zijn tijd kan besteden aan het leren van heel deze geschiedenis. Maar soit, dat is zijn keuze. In elk geval een plek waar ik nog eens naar terug zal gaan, al was het maar om langzamerhand te begrijpen wat alle verhalen zijn (in het Zweeds wel te verstaan).
De uitleg duurde langer dan voorzien, dus restte ons eigenlijk geen tijd meer om te lunchen. Terug naar het hotel en dan naar de metro. Mijn zusje moest iets vroeger het vliegtuig halen dan ik, maar ik moest iets verder (Arlanda ligt 40 km buiten Stockholm – voor zij die niet bekend zijn met deze omgeving). Maar we slaagden er allebei in om tijdig onze respectievelijke vliegtuigen te bereiken en uiteindelijk kwamen we daar waar we moesten zijn. Een leuk weekend was voorbij. Kan niet wachten om terug te gaan. Ook al omdat ik vol ideeën zit voor de volgende Stockholmreis van OKRA. Jammer genoeg is die pas gepland voor de zomer van 2009. En voor het zover is, zal er nog veel water naar de zee vloeien…
Tot de volgende,
Tom
Hier ben ik weer. Het is inderdaad bijna een maand geleden. Maar er is dan ook veel gebeurd. Veel te veel om allemaal in één keer te vertellen. Of misschien niet, het valt een beetje af te wachten.
Feit is dat ik niet heb stilgezeten. Ik ben ondertussen ook al een weekje terug in België geweest – met de nadruk op dit laatste woord – en heb een korte omweg (een 3-tal dagen slechts) gemaakt langs Stockholm, maar nu zit ik toch alweer een week in mijn hotel in Kuala Lumpur (Petaling Jaya om exact te zijn – ligt net buiten Kuala Lumpur en in een andere staat met de prachtige naam Selangor – doet me altijd denken aan een beroemd en berucht Zweeds drankliedje).
De zaken gaan goed – al is het soms een beetje hectisch. Ons bedrijf is volledig opgestart en we hebben eindelijk ons eigen kantoor. We hadden er al eentje een dikke maand geleden, maar daar bleken ratten en kakkerlakken onder te huren en bovendien vond telecom malaysia het te moeilijk om een isdn-telefoonlijn tot op het derde verdiep te trekken (dat trekken was geen probleem, maar de data kon zo hoog niet klimmen – iets wat volgens ons simpelweg op te lossen is door het plaatsen van een versterker, maar blijkbaar is de data in Maleisië van een ander type, eentje zonder klimschoenen). Probleem dus – meer dan één – waarschijnlijk te wijten aan het feit dat we het te goedkoop wilden oplossen. Nu was het op het ogenblik dat we het huurcontract aangingen ook niet onze bedoeling een multinational uit de grond te stampen – ‘t was een hobby.
Ondertussen zijn mijn business partner en ik van mening veranderd en moeten we de zaken dus op een andere schaal aanpakken. Op zoek dus naar een nieuw kantoor. Dat hadden we na ongeveer een tiental minuten gevonden; onmiddellijk een afspraak maken met het immokantoor (dit leverde ook een paar surrealistische gesprekken op – nee, de verantwoordelijke voor dat pand is op vakantie en nee, er is niemand anders die u kan helpen, want zij alleen beheert dit dossier) en de volgende ochtend een kijkje nemen. Toegegeven, het is een stuk duurder, maar nagelnieuw en in hetzelfde gebouw als IBM en KPMG. We kunnen ons slechtere omgevingen voorstellen. Daarenboven is er overal 24-uur bewaking, een ondergrondse parking én… het ligt vlak naast ons hotel en aangrensend shopping center. Over een ideale locatie gesproken. Maar zoals gezegd, het is ietsje duurder. En het moet volledig ingericht worden.
Gelukkig kennen we via onze klant een goede aannemer die alles voor ons kan regelen. Ook hier hangt een prijskaartje aan vast. Het duurt eventjes voor we knoop kunnen doorhakken, maar uiteindelijk moet het maar. We hebben immers geen tijd om ook nog eens verschillende partijen te gaan benaderen en dan werfleider te gaan spelen. Onze aannemer heeft ook als voordeel dat we zonder meer kunnen uitbreiden (het kantoor is voorzien voor een 28-tal personen, al zullen er in het begin maar 3 personen gevestigd zijn). Zij weten welk meubilair aan te kopen en hoe het te plaatsen. Foto’s van ons kantoor zet ik op de fotosite zodra de werken klaar zijn. Hopelijk is dat tegen 15 december. Tegen dan zouden ook alle telefonie- en internetaansluitingen klaar moeten zijn en zou ook ons callcentersysteem geïnstalleerd moeten zijn. Inderdaad, grootse plannen. Vandaar ook het feit dat we al onze tijd moeten besteden aan het doen groeien van ons bedrijf. Op het eerste zicht lijkt dit goed te lukken, maar we mogen niet op onze lauweren gaan rusten. In Maleisië zijn er nog verschillende opportuniteiten, maar ook bij onze klant proberen we nieuwe markten aan te boren. Er zijn nu al contacten met Korea, India en Australië en we hopen daar snel concrete contracten van te kunnen maken.
Dat betekent ook dat we op zoek zijn naar nieuwe medewerkers. We hebben daarvoor een samenwerkingsverband met Manpower, maar dat verloopt niet echt van een leien dakje. Veel beloftes, maar er komt weinig van in huis. Vooral communicatie is een groot probleem, maar dat is volgens mij een globaal gegeven, al lijkt het in Maleisië toch nog een snee erger te zijn dan in het thuisland – maar daar hebben we dan weer geen regering. Zelfs na een gesprek met de country manager en een aantal duidelijke afspraken, lijkt het dat ze maandag hun eerste belofte weer gaan breken (eigenlijk hebben ze ze al gebroken op vrijdag, maar we denken positief). Anderzijds hebben we zelf een aanwervingsprocedure in gang gezet via één van de populairste jobsite hier (jobstreet.com.my) en daar krijgen we heel veel reacties op. Jammer genoeg komen de weinigen die kwalitatief geschikt zijn meestal niet opdagen voor een interview, alhoewel we de dag voordien nog een herinnering sturen. De Maleise jobmarkt werkt via haar eigen regeltjes. Het ziet er echer naar uit dat we via Manpower toch een geschikte persoon gevonden hebben. Blijft nu nog het onderhandelen over de voorwaarden en hopelijk kan ze over een week starten.
Dat zal nodig zijn, want vanaf maandag beginnen we daadwerkelijk met onze uitrol. Dat betekent dat we vanaf nu elke halve week een groot aantal medische vertegenwoordigers extra gaan ondersteunen en dat onze twee werkneemsters het zeer druk zullen krijgen. Daarenboven moeten we ook nog eens verhuizen, want het lokaal waar we nu gehuisvest zijn (in de gebouwen van onze klant wel te verstaan) moet gerenoveerd en klaargemaakt worden voor de komst van de nieuwe general manager maleisië die er tegen 1 januari zijn intrek zal nemen. We verhuizen dus van één lokaal naar een ander, maar ook al gaat het maar om drie computers en drie telefoontoestellen, lijkt dat niet zo eenvoudig te zijn en moeten we zelfs de hulp van Siemens inroepen om de telefoonlijnen op een voor ons werkbare manier opnieuw in te stellen.
Mag ik daar nog eventjes aan toevoegen dat ik 2 dagen in mijn bed heb gelegen met koorts (het gaat nu beter en het ziet er niet naar uit dat het dengue fever is – maar het blijft afwachten de volgende paar dagen) en dat helpt dus niet echt. Maar we zijn hoopvol. Maandagavond komt Chris terug uit België en zijn we weer met twee om de boel te runnen.
Dit om maar aan te geven dat ik jullie niet vergeten ben en probeer vanaf nu terug regelmatig een woordje op het internet te placeren. Jullie reacties zijn ook meer dan welkom, want bloggen heeft soms hetzelfde gevoel als tegen een muur praten
Je hebt ondertussen gemerkt dat mijn blog ook verhuisd is. Het Digs.be gebeuren bleek niet zo stabiel, dus nu is mijn hoop gevestigd op wordpress.com . Mijn foto’s staan nog altijd op dezelfde plek (tom-vandenbroeck.magix.net) en er staat een nieuwe lading (een kleintje wel te verstaan) met foto’s van mijn laatste bezoek aan stockholm (en een beetje opbeurende muziek van Nanne).
Tot gauw,
Tom
