You are currently browsing the monthly archive for februari 2008.
De hemel is helder ook al is het nacht. Helder is misschien niet helemaal het juiste woord, want de nacht is eerder inktzwart, maar de sterren zijn prominent aanwezig. Er zijn dus geen wolken die optreden als spelbederver. Het is en blijft dus een heldere nacht. Een beter woord heb ik er niet voor. En ik bevind me buiten. Het is koud – althans, dat beweert iedereen want de weerman heeft het gezegd (misschien was het de weervrouw, dat heb ik eigenlijk niet gecheckt) – maar het voelt niet echt koud aan. Voor de zekerheid heb ik mijn winterjas aangetrokken en die kan wel tegen een stootje. Ik heb hem mij een jaar geleden aangeschaft toen ik de verschrikkelijke ontberingen van Noord-Zweden in putje winter te lijf ging. -30°C en zo van die dingen en zelfs toen viel het goed mee. En vandaag was niet anders. Ik had het warm, zweette zelfs. Ik hou van de kou, meer dan van de warmte en de zon. En zeker op een heldere nacht, in het uur van de wolf, als alles verlaten lijkt, voel ik me het beste.
En zeker toen mijn oog viel op het sterrenbeeld Orion (makkelijk te herkennen aan zijn gordel en bijhorend zwaard) overviel mij een gevoel van diepe melancholie. Ik herinner me nog goed de nacht waarop mij wegwijs werd gemaakt in de wereld der sterrenconstellaties door een vriend uit een naburige studierichting. Orion was naast de Grote en de Kleine Beer het enige sterrenbeeld dat ik me kon herinneren. Als me niet vergis staat het in een hoek van 90° ten opzichte van de Grote Beer en is het enkel in de winter te bewonderen. Tijdens mijn avonden in Kuala Lumpur heb me al een paar keer afgevraagd of je dit sterrenbeeld het hele jaar door kan bewonderen op deze breedtegraad, maar ik ben er nooit in geslaagd om het te controleren. Mijn kennis van sterrenbeelden en sterrenkunde in het algemeen is vrij beperkt en de moed ontbreekt me dikwijls om het uur van de wolf af te wachten om het te checken. Ik moet er immers vroeg uit om te sporten en te werken. Neen, het leven in Kuala Lumpur is geen vakantie. Die zal ik elders moeten zoeken. En dat zal ook wel gebeuren, wees niet bevreesd.
Ondertussen zit ik terug binnen, op mijn studentenkamertje, zoals mijn zus het vrij adequaat beschreef, ook al was het ooit haar kamer. Ik luister naar een live-cd van Pink Floyd, dus het melancholisch gevoel is nog steeds nadrukkelijk aanwezig. Ach, zo’n muziek maken ze nu niet meer, zou een makkelijke uitspraak zijn. Maar dat klinkt allemaal zo gelaten. We moeten verder, op naar de toekomst, waar verandering nu eenmaal deel van uitmaakt. En zo komt het dat mijn huis te koop staat. Vorige donderdag heb ik het tweemaal laten schatten en dat geeft inzicht in hoe het huis er ooit moet hebben uitgezien. De bovenverdieping is namelijk nogal vreemd ingedeeld, maar na het oordeelkundig inzicht van een schatter snap ik plots hoe het allemaal ooit in elkaar gepast moet hebben. Jammer genoeg is het ondertussen door het toevoegen van de o zo typische Belgische koterijen verworden tot een onoverzichtelijk geheel waarin een kat zijn jongen amper in zou kunnen terugvinden. Spinnen daarentegen hebben geen enkele moeite om de binnenkant van mijn woning te verkennen, al sterven ze soms een onverwachte dood naast de stofzuiger (zonder dat deze enige vijandige bewegingen heeft gemaakt). Ach ja, dat zijn de mysteries des levens. Maar in elke geval bracht op z’n minst één van de makelaars goed nieuws, het pand is redelijk wat waard en hopelijk komt het snel tot een verkoop. De tweede makelaar zal maandag zijn inzichten kenbaar maken en ik heb ondertussen ook nog een derde gecontacteerd. Daarenboven komen morgenmiddag potentieel geïnteresseerden langs dus wie weet is heel het makelaar gebeuren niet nodig. Al heb ik geen zin om er zelf veel tijd in te steken. Anders had ik het wel gerenoveerd en kon ik het nu verhuren. Maar we zien wel. Que sera, sera. En nu is het weer tijd om mij aan mijn werk te wijden (en het lezen van alle Harry Potter boeken, maar daarover later meer).
Groeten
Tom
Ach, het voelt wel goed om weer in België te zijn. De temperatuur mocht een tikkeltje kouder, maar toch. Zelfs bij 6°C voel ik me beduidend beter dan bij 36°C. Eindelijk weer eens onbezorgd buiten kunnen lopen zonder kans op een ongezonde zweetbui of een zonneslag, eindelijk weer rustig gezonde koude lucht kunnen inademen, eindelijk weer eens op de fiets in de vrije natuur rond te kunnen rijden. Ach, zelfs al hebben we een half jaar nodig om een noodregering samen te stellen, dan nog smaken de frieten en de vol-au-vent supergoed. Home is where the heart is, en het mag duidelijk zijn dat dat bij mij in mijn thuisland is. Niettemin zijn er een heleboel plaatsen en landen waar ik me goed voel, maar uiteindelijk is het toch mijn vaderland en zeker mijn geboortestad waar ik altijd graag naar terugkeer.
Vrijdagavond ben ik na een vrij goed verlopen vlucht (de tocht naar Frankfurt duurde wel een recordtijd van 13 uur) waarin ik toch een goeie nachtrust heb gehad, op de fiets gekropen om naar de zaalvoetbalwedstrijd van het ploegje van één van mijn vriendjes te gaan kijken. De heentocht ging vrij vlot (een dikke zes kilometer), maar op de weg terug kreeg ik met een vrij sterke tegenwind te kampen. Ook had ik ondertussen mijn schade qua tekort aan echte, deftige Belgische bieren (geen pintjes dus) ingehaald – al was het maar om de schabouwelijke prestatie van mijn geliefde voetbalploeg te verdring/ken – en dat zal wel een invloed gehad hebben op mijn prestaties, waarop ik niettemin zeer trots ben (en anderen met mij).
Zaterdagochtend zat ik alweer op de fiets dit keer richting Mechelen centrum om een immo-kantoor te bezoeken. Ik was een beetje te vroeg, dus kon ik nog rustig geld afhalen bij het Dexia-kantoor in de buurt. Daarna moest ik eventjes wachten alvorens men doorhad dat er iets fout gelopen was met mijn afspraak. Gelukkig had ik een kopje koffie aangeboden gekregen en dus viel het wachten wel mee. Anderzijds kreeg ik hierdoor ook de nodige informatie over het pand in kwestie en werd het meteen duidelijk dat dit niet was waarnaar ik op zoek was. De dame die zich al een paar verontschuldigd had, schreef nauwkeurig mijn wensen op, tot mijn verwondering met een potlood en beloofde mij tegen het einde van de week terug te bellen met meer nieuws. Aangezien ik daardoor nog wat tijd over had voor mijn volgend afspraak – om elf uur, bij de kapper – heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om nieuwe broeken te gaan kopen. Daarvoor moest ik tweemaal met de fiets de zaterdagmarkt oversteken. Alhoewel het marktgebeuren op zich van weinig betekenis is voor mij, kon ik niet anders dan toegeven dat het uitzicht en de geuren mij duidelijk deden beseffen dat ik thuis was. De geur van vers gebakken wafels, witte pensen en hamburgers, vermengd met de aroma’s van verse vis en authentiek snoep maakten het moeilijk om aan de verleiding deze ongezondheden te kopen en te nuttigen, maar gelukkig fietste ik sneller dan de tijd om mij over te geven aan mijn verlangens (iets wat mij niet altijd lukt).
En zo werd het zaterdagavond en tijd voor de jaarlijkse spaghetti-avond van de chiro. Traditiegetrouw had ik een groep vrienden uit Leuven uitgenodigd en dat bleek een groot succes. Het was wel een beetje chaos aangezien er meer dan 500 voorinschrijvingen waren genoteerd, maar dat kan de chirokas enkel maar ten goede komen. Nadien ben ik nog eventjes blijven plakken bij wat verderfelijke oud-leiding en nadat we op een vriendelijke doch dwingende manier verzocht waren andere oorden op te zoeken, hebben we nog een dichtbijzijnd Mechels cafeetje aangedaan om uiteindelijk net na 4 uur ’s morgens terug thuis aan te komen. Het was zeker een geslaagde avond.
Nu restte mij nog een zondag waarop ik zowel wat werk zou moeten verzetten, recupereren van mijn zware voorbije twee avonden (inclusief het nuttigen van meer dan genoeg Belgische bieren om mij een paar maanden te laten toekomen), als het vieren van een uitgesteld kerstfeestje met mijn familie waarbij we meteen van de gelegenheid gebruik maakten om de verjaardagen van mijn broer, zijn vrouw en mijn moeder te vieren. Kwestie van de schaarse momenten dat we allemaal op hetzelfde ogenblik een gaatje in onze agenda hebben tot het uiterste te benutten. Wie weet wanneer is de volgende keer, zeker door de vele reizen van mijn ouders, de wens van mijn broer om naar Zweden te verhuizen en mijn aanhoudende tripjes naar Azië. En dat verliep allemaal goed. Alleen moet ik morgen vroeg opstaan om mijn auto naar de garage te brengen. Na 21 000 km mag dat ook wel eens. En dan ga ik naar Tienen om daar wat op te ruimen en hopelijk een paar gasten te ontvangen. Maar dat zijn zorgen voor morgen…
En ondertussen weet ik ook al wie Eurosong 2008 zal winnen.
Vi ses,
Tom
