Mijn laatste dag in Toronto, nu toch. Over een paar weken kom ik nog een dagje terug, om mijn vliegtuig naar Brussel te kunnen nemen. Maar voorlopig is het dus mijn laatste dag. Morgen vlieg ik naar Vancouver, een binnenlandse vlucht van 5 uur die me van het oosten naar het westen van Canada brengt. Ik ga ook drie uur terug in de tijd. Waar nu het tijdsverschil met Belgie 6 uur bedraagt (en met Maleisie 12 uur) wordt dat vanaf morgen 9 uur (en met Maleisie 15 uur). Ik zal dus moeten leren om mijn gsm af te zetten ’s nachts, daar de kans dat iemand mij belt tijdens voor mij aanvaarbare tijden, zeer klein zal worden…

Maar goed, terug naar vandaag. In plaats van rond te lopen in het centrum had ik mij een tripje geboekt naar een van die natuurwonderen die onze wereld rijk is: de Niagara watervallen. Het was een zeer interessant tripje (met een tourbusje). Eerst kregen we nog wat uitleg over Toronto (de naam Toronto komt van een indiaans woord en betekent ‘ontmoetingsplaats’, de plaats aan de rivier waar verschillende indianenstammen samen kwamen om handel te drijven) en enkele interessante gebouwen: naast de CN toren, waar ik het al over gehad heb, ook vb het gebouw van de nationale bank waarvan de vensters allemaal bedekt zijn met goudstof (1 ons per glas). In het gehele gebouw zit meer dan 50 kg goud. De ramen zijn dus ook goudkleurig en reflecteren vrolijk het zonlicht. Bij de bouw maakte men het grapje dat dit proces goedkoper was dan gordijnen. Maar hedentendage lacht men iets minder. De buren spannen aan de lopende band rechtszaken aan, want zij hebben last van de reflectie en dit zorgt voor hogere electriciteitsrekeningen wegens een intenser airco-gebruik.

En dan op weg naar de watervallen, zo’n 120 km van de stad verwijderd. Eerste stop: Niagara Airport. Hier kregen we de kans om de omgeving vanuit de lucht te bekijken, een kans die ik niet liet liggen ondanks mijn niet al te grote voorliefde voor hoogtes. De foto’s die ik gemaakt heb, zien er adembenemend uit en ik moet zeggen dat het een mooi contrast bood ten aanzien van de ervaring die ik later op de dag zou hebben als we de enorme douche vanop het water konden aanschouwen.

Tussen deze twee hoogtepunten kregen we ook nog de kans om een chocoladefabriek te bezoeken en niet te versmaden: een wijnproeverij te doen. Ontario en zeker het Niagara-gebied is een onderkend wijngebied. Nochtans is deze streek (met zijn eigen appelation controlee – VQA) goed voor 80% van de wereldproductie van ijswijn. Deze wijn wordt gemaakt van druiven die bevroren zijn geweest. Daarvoor moet het minstens 8 graden vriezen. Duitsland en Oostenrijk zijn traditioneel gekend voor dit soort wijnen, maar hier kunnen ze maar af en toe gemaakt worden omwille van de wisselende weersomstandigheden. In Niagara kan er elk jaar in januari/februari geoogst worden. Uit een enkele druif komt een druppel ijswijn. Niet te verwonderen dat deze wijnen vrij duur zijn. De wijn die wij geproefd hebben was een chardonnay en smaakte verrassend veel zoals een goede muscat. Jammer genoeg waren de rode ijswijnen – uniek in de wereld – niet te proeven. Da’s voor een volgende keer.

Nadien trokken we naar Niagara-on-the-Lake, in de 18de eeuw de hoofdstad van de provincie Ontario, een rustig en rustiek dorpje, en vandaar ging het langs het bloemenuurwerk en de maalstroom naar de eigenlijk watervallen. Het mooie weer zorgde voor een goed humeur en een leuke herinnering.

Het was al na zevenen toen ik terug in mijn hotel was. Ik had amper gegeten en dus ging ik op zoek naar een leuk restaurant op wandelafstand. Dat werd Olive & Lemon, Italiaans, lekker, maar niet zo goed als in de hotelbrochure stond aangegeven. Een beetje flauw af en toe, maar toch goed genoeg.

Nu is het tijd om onder de wol te kruipen, want op een of andere manier ben ik er in geslaagd om een veel te vroege vlucht te boeken…

Groeten en tot de volgende,

Tom