Het is hier nog vrijdag, terwijl het in Belgenland al lang zaterdag is. De bar in het hotel is net gesloten – om half twaalf op een vrijdagavond notabene – wegens te weinig volk. Ik ben nu twee dagen in Vancouver en ik moet zeggen dat het tijd vraagt om aan deze stad te wennen. Gisteren begon al goed. De taxi die ik in Toronto gereserveerd had – dezelfde maatschappij als waarmee ik de dag ervoor het tripje naar Niagara had gemaakt en dat zeer goed was meegevallen – kwam niet opdagen. Gelukkig vonden we – een oudere heer die ook richting luchthaven moest – snel een vervanger en was ik ruim op tijd voor de vlucht naar Vancouver – een tripje van zo’n 6 uur waarbij frisdrank en koffie gratis waren, maar al de rest betaald moest worden, zelfs als je een kussen en een deken wilde. Het entertainment was wel gratis (of moet ik zeggen inbegrepen) en bestond uit een individueel video on demand systeem dat na een keer herstarten feilloos werkte.
Dankzij mijn taxi-tripje kreeg ik nog wat extra info over Toronto en Canada in het algemeen, met inbegrip van de politieke situatie en het feit dat ze ooit een NGO hebben opgericht met federale staten. Zodoende was mijn medetaxigenoot al een paar keer in Belgie geweest, alhoewel ons land geen volwaardig lid is van deze organisatie. Het is wel grappig te merken dat ongeveer alle personen die ik tot nu toe ben tegengekomen en met wie ik gesproken heb over mijn land van afkomst ten eerste weten over welk land ik het heb en ten tweede de politieke situatie kennen. Meer nog, in Canada lijken ze onze problematiek zelfs te begrijpen. Ze hebben namelijk zelf een talen-probleem en Quebec wil zich al een tijdje onafhankelijk verklaren. Daarenboven heb je nog het gegeven van de eerste inwoners, de aboriginals van Canada worden ze genoemd, die zich nog steeds verdrukt en ondergewaardeerd voelen.
Maar goed. Na een vlucht van zes uur en een tijdsverschil van 3 uur kwam ik dus in Vancouver terecht. De foto’s waren veelbelovend, maar het eerste aanzicht viel tegen. Mijn hotel – niet het goedkoopste – werd geadverteerd als liggende in het centrum, maar dat is te nemen met een korreltje zout en een wandeling van minstens drie kwartier alvorens je in echt downtown bent. Ook was mijn kamer nog niet klaar, iets wat kan gebeuren als je wat vroeger bent, maar 4 uur later – zelfs na de officiele check-in tijd – was het nog altijd wachten geblazen. In tussentijd had ik al geluncht (afschuwelijk) in de aanpalende restaurant en was ik de straat al eens op en neer gewandeld (ik bedoel hiermee West Broadway, wat maar een kwart van de straat is, maar wat me toch ongeveer anderhalf uur heeft beziggehouden).
Pff, eindelijk rust. Genoeg gezien voor vandaag. Eten doe ik dus maar in het restaurant van het hote. Het voorgerecht valt reuzemee, het hoofdgerecht is wat flauw – maar wel lekkere vis. De rekening krijg ik onmiddellijk als ik zeg dat ik niet onmiddellijk een blik wil werpen op de dessertenkaart. Da’s blijkbaar de gewoonte hier. Op naar de bar dus waar Judy mij leert Canadian Club te drinken en dat valt qua smaak best mee. Daarna nog wat TV kijken en een voornemen om op tijd op te staan om de hop-on hop-off bus te vinden en downtown te verkennen. Hopelijk valt die buurt iets beter mee dan waar ik nu ben, want da’s eigenlijk wel een beetje een buurt die zijn glorie verloren heeft…
Maar de volgende dag (vrijdag) zou blijken dat dit niet echt het geval is. Vancouver is een vreemde stad en zeker niet van hetzelfde kaliber als Toronto. Het aantal inwoners is ook een pak lager, maar toch lijkt de stad een stuk groter en meer op een buitenwijk – en een bouwwerf in de aanloop naar de olympische spelen van 2010 die economisch veel voor de stad betekenen.
Ik wandel een heel eind, tot aan de overkant van het centrum (anderhalf uur – ik ben trots op mezelf en mijn voeten) om daar de hop-on hop-off bus te nemen en ik zit heel de rit uit (weer eens anderhalf uur). Eerst wilde ik het kunstmuseum bezoeken, maar ik ben te moe en te hongerig en dus ga ik een paar haltes verder, op Granville eiland, de stop het dichtste bij mijn hotel (nog steeds een twintigtal minuten wandelen). Deze keer neem ik een van de parallelstraten van Broadway en deze ziet er veel residentieler en beter onderhouden uit. Daarna vind ik zelfs een aangename gelegenheid (Earl’s) om te eten en eindig de avond met een whiskey in de bar. Judy zegt me dat er veel betere eetgelegenheden zijn dan Earl’s en ik heb nog twee avonden om die uit te proberen. Ondertussen ben ik er in geslaagd om Innan Frosten, waarin ik begonnen was tijdens mijn laatste bezoek aan Maleisie eindelijk uit te lezen en ben ondertussen ook bijna klaar met mijn volgende boek, iets wat altijd leuk is.
Morgen moet ik er vroeg uit. Dan ga ik Stanley Park verkennen. Maar dat relaas kan ik nu nog niet doen. Tot later dus.
Groeten,
Tom

No comments yet
Feed met reacties voor dit artikel