Vandaag is mijn laatste dag in Vancouver. Alhoewel mijn eerste indruk niet geweldig was, heb ik ondertussen gemerkt dat de stad wel wat te bieden heeft. Het is daarenboven ook een grote bouwwerf, vermoedelijk in aanloop naar de olympische winterspelen van 2010.

Gisteren was het schitterend weer en alhoewel ik mij ingesmeerd had, is mijn rechteroor toch redelijk verbrand (zelfs in die mate dat ik er niet kon op slapen). Ik had de hotelshuttle genomen totaan Stanley Park, ten noordwesten van het centrum. Ik heb de volledige ronde van het park gedaan (ongeveer 9 km) en een heleboel foto’s genomen. Daarna heb ik me met behulp van de hop-on hop-off bus laten voeren tot op Grandville Eiland en vandaar hotelwaarts gestrompeld. Mijn lichaam was totaal leeg. ’s Avonds ben ik gaan eten in the Banana Leaf, een maleis restaurant schuin tegenover mijn hotel. Niet slecht en niet duur, het enige nadeel was dat mijn voorgerecht na mijn hoofdgerecht op mijn tafel terecht kwam. Na een leuke avond in de bar – veel stamgasten die allemaal deelnamen aan een soort barspel op tv – kroop ik vrij vroeg in mijn bed. Rondwandelen in een stad eist nu eenmaal zijn tol.

De dag erna had ik opnieuw de hotelshuttle geboekt, ditmaal tot Waterfront Station, vanwaar ik naar het kunstmuseum wandelde. Er was een tijdelijke tentoonstelling over Japanse en Amerikaanse stripboeken en bijhorende films en ook een permanente tentoonstelling over een vrouwelijke Canadese kunstenares, maar al bij al was het veel geld voor weinig wol. Na een beperkte lunch in de cafetaria wandelde ik terug naar het hotel (toch een dik uur). Tijd om de was te doen. Dat viel reuzemee, maar de rest van de namiddag lag ik op mijn bed. Te moe.

Iets na zessen trok ik naar de Cactus Club, een restaurant een paar straten verder dan het hotel. Dat was mij aangeraden door de barvrouw in het hotel. Het eten was heel lekker en de omgeving vrij aangenaam. Het enige jammere was dat mijn steak aan mijn tafel arriveerde ongeveer drie minuten nadat ik mijn voorgerecht gekregen had. Ik heb de steak dan maar teruggestuurd met de vrees dat ik nadien slechts opgewarmde kost zou krijgen. Gelukkig bleek mijn vrees ongegrond – of ik heb het toch niet gemerkt – en verliep de rest van de avond zeer goed (buiten het feit dat de Irish Coffee heel weinig Irish in zich had). Nog een paar drankjes in de bar en we kunnen er weer tegen.

Nu spendeer ik mijn laatste internetminuten aan het schrijven van dit verhaal en dan ga ik inpakken. Morgen vlieg ik naar Anchorage, Alaska. Daar begint het grote avontuur en zal ik waarschijnlijk geen toegang meer hebben tot internet tot en met de woensdag van de week daarop. Alhoewel, je weet maar nooit. Daarenboven is het daar een stuk kouder en zit ik nog een uur dichter bij de datumgrens, dus zo’n 10 uur tijdsverschil met Belgie.

Groeten en tot de volgende,

Tom