Ons bootavontuur van gisteren was nog niet voorbij. Vandaag zouden we immers een ferry nemen van Whittier naar Valdez – herinner je de Exxon Valdez olieramp nog? – een boottrip van een dikke 3 uur. Er was ons gezegd dat de boot een stuk groter zou zijn, de tocht een beetje korter en de wateren iets rustiger. Niettemin namen we toch een pil tegen zeeziekte. Het resultaat was prachtig: geen last, of het nu aan de pillen te danken was of aan de rimpelloze boottocht, wie zal het zeggen, maar het resultaat was er naar.
Whittier is een vreemd dorpje. Het is slechts sinds 2000 te bereiken met de auto. Daarvoor moest je de trein nemen of de boot. De trein gaat door een smalle tunnel die aangelegd werd met behulp van dynamiet. De trein en de auto delen dezelfde tunnel en dit in beide richtingen. De tunnel is jammer genoeg maar een rijstrook breed. Dit betekent dat er een heel complex schema bestaat wanneer je naar het dorp kan rijden en wanneer je van het dorp weg kan rijden (niet vergeten dat de trein er ook nog langs moet).
De tunnel is ongeveer 6 km lang en is heel smal. Je rijdt ook letterlijk over de treinsporen. Het dorpje kent slechts een honderdvijftigtal inwoners die voor 80% gehuisvest zijn in het enige flatgebouw dat er staat. Vroeger was het een militaire uitvalsbasis, vooral omdat het zo ontoegankelijk was en omdat het het grootste aantal bewolkte dagen per jaar heeft in heel Alaska. En dat hebben we aan den lijve ondervonden.
’s Avonds zijn we allemaal samen een hapje gaan eten en in de late avond zijn enkelen onder ons nog het lokale nachtleven gaan verkennen. Ondertussen is het hier half twee ’s nachts en is het dus meer dan tijd voor bed. Morgen gaan er een aantal – ongeveer de helft – kajakken en gletsjerwandelen, de rest doet het rustig aan en gaat in de buurt op verkenning. Maar da’s voor later.
Dag,
Tom

No comments yet
Feed met reacties voor dit artikel