Feit: de hoofdstad van Alaska heet Juneau en is niet via weg te bereiken, enkel via vliegtuig of ferry.

Feit: Alaska heeft niet zoveel wegen en heeft meer vliegbrevetten dan rijbewijzen.

We zijn ondertussen in het dorpje Valdez aangekomen. De juiste uitspraak is Veldies. Alhoewel oorspronkelijk genoemd naar de spanjaard Valdez, wou het gemeentebestuur op een gegeven ogenblik afstand nemen van de Spaanse connectie en veranderde de uitspraak van de dorpsnaam.

Het is ook een klein dorpje dat vooral bekend werd door de raffinaderij en het eindpunt van de 800-mijl lange oliepijpleiding en de scheepsramp met de Exxon Valdez. 

Het is een rustige dag voor ongeveer de helft van ons gezelschap. 4 – met inbegrip van onze gids – gaan kayakken op zee en nemen een wandeling op een of andere gletsjer. De drie overgeblevenen die kunnen wandelen, doen een tochtje rond het dorp en nemen enkele adembenemende foto’s. De zon schijnt en het regent niet echt. Het is waarlijk een prachtige dag. De laatste in ons gezelschap – Elaine – heeft last van een verstuikte enkel en belt een taxi die haar in staat stelt een nabijgelegen canyon te bezoeken.

Zelf zit ik na onze wandeling met Elise – de Ierse - op een bankje te genieten van een koffie verkeerd (hier latte genoemd) en het zachte weer. Daarna gaan we een hapje eten (heilbot met cajun-kruiden) en daarna trekken we voor het eerst met z’n allen naar een bar. Dit keer wordt het de Pipeline Inn Lounge en het is een voltreffer. Een leuk interieur, geweldige bediening en live muziek van de hoogste klasse. De man voelt zich thuis op gitaar, akoestische gitaar, dwarsfluit en nog een aantal andere instrumenten en speelt prachtig. Je zou er de hele nacht kunnen zitten, maar da’s niet echt aangewezen. Morgen hebben we immers onze langste trip te verwerken, zo’n 550 km naar het Denali National Park, waarvan de laatste 160 km over de Denali Highway die volledig uit gravel bestaat. Dat wordt dus een interessant tripje.

De laatste dagen van onze reis door dit klein stukje Alaska gaan we op tocht door het nationale park, met de bus en ook te voet – met het risico om kariboes en beren tegen te komen – en misschien maken we zelfs een vlucht naar en op Mount McKinley (6194 m), de hoogste berg van de Verenigde Staten. En dat betekent leuke foto’s, maar die zal je pas kunnen zien als ik terug in het thuisland ben. En dat duurt nog meer dan een week.

Groetjes en tot binnenkort,

Tom