• Traject: Roskilde – Odense
  • Afstand: 280 km
  • Totale afstand: 460 km

Dag twee begint vroeg en vol goede moed. Ik trek westwaarts naar Odense, een van de grootste steden van Denemarken en de grootste stad op het eiland Funen (Fyn). Maar ik laat natuurlijk niet na om onderweg wat interessante plaatsen te bezoeken.

>> Stop 2.1: Bjernede (ronde kerk)

De allereerste stop is niet zo ver van Roskilde, maar is niet zo makkelijk te vinden. De GPS is een grote hulp, ondanks het onophoudelijke gekwetter. Bjernede is een piepklein plaatsje en ligt eventjes van de hoofdweg af. Als je de zijweg hebt gevonden, word je plots geholpen door wegwijzers, maar die vind je niet op de hoofdwegen…

In Bjernede vind je een ronde kerk en daar zit een heel verhaal aan vast (en dat kan je makkelijk opzoeken op internet). Wat opvalt, is dat de kerk zeer goed onderhouden is én dat het kerkhof dat de kerk omringt ongelooflijk mooi is, zowel qua aanleg als qua versiering. De foto’s spreken voor zich.

>> Stop 2.2: Nyborg Slot, Slotsgade 11

Ik trek verder oostwaarts en rij over de Store Bæltbro, de brug over de Grote Belt, één van de twee tolwegen die Denemarken rijk is. De andere tolweg is de Øresundbrug tussen København en Malmö in Zweden.

Net over de brug die zo’n 26 km lang is, ga ik zuidwaarts om in Nyborg het kasteel te gaan bezoeken. Net zoals Luxemburg is Denemarken vergeven (over mooier gezegd: bezaaid) met kastelen en ruïnes. Elk slot speelde zijn deel in ‘s lands geschiedenis, maar het is allemaal teveel informatie om te onthouden. Ik moet nog een beetje geheugencapaciteit overhouden om de geschiedenis van Rusland op te slaan (kan van pas komen nu ik besloten heb om me ook aan die taal te wagen).

>> Stop 2.3: Valdemar Slot, Troense

Via een omweg die langer uitvalt dan nodig dankzij mijn iets te voorzichtige GPS trek ik verder naar het zuiden van het eiland en kom terecht in Troense, eigenlijk gelegen op een ander, veel kleiner eiland. Daar vind ik Valdemar Slot. Het weer is stukken beter dan de eerste dag, maar korte regenbuien blijven niet uit en dat zal de rest van trip zo blijven. Het is wel een speciaal soort bui: meestal gaat het om een soort poederregen en de meeste buien duren slechts enkele minuten, niet echt de moeite om de paraplu boven te halen.

De honger dwingt me tot het nuttigen van een croque-monsieur die aangenaam betaalbaar en lekker is. Ik wandel rond op het grondgebied van het kasteel, maar neem niet de moeite om de binnenkant te bekijken. Ze beginnen allemaal op elkaar te lijken…

>> Stop 2.4: Faaborgs Museum, Grønnegade 75

Tijd om naar de andere kant van het eiland te trekken. Faaborg is een rustiek dorp waar je de meest vreemde bouwwerken aantreft. Deze zijn trouwens overal in Denemarken terug te vinden, maar hier vind je ze allemaal op een hoopje, wat het makkelijk maakt om ze eens op de gevoelige plaat vast te leggen.

In Faaborg heb je ook een kunstmuseum en dat blijkt een vreemde mengeling tussen rustieke en meer moderne kunst te zijn. Er zijn zelfs beeldhouwwerken te zien die vroeger tot de collectie van de Glyptoteek in København behoorden. Zeker de moeite waard, maar een beetje veel (het helpt als je de rustieke schilderingen niet zo apprecieert, dan kan je die overslaan).

>> Stop 2.5: Egeskov Slot, Egeskov Gade 18, Kværndrup

Tijd om richting Odense, mijn overnachtingsplaats voor de volgende twee dagen, te trekken, maar niet zonder te stoppen aan Egeskov slot. Het slot is in mijn reisgids niet veel meer dan een voetnoot, maar in werkelijkheid is het een groot domein met een aantal (niet altijd even interessante) musea en een veelheid aan tuinen. Het lijkt meer op een pretpark waar je zelfs een wandeling door de boomtoppen kan maken (is er ook niet zoiets in Planckendael vraag ik me af). De toegangsprijs is ook niet van de poes, maar je kan dan de rest van het jaar gratis binnen, iets waar ik de volgende dag dan ook gretig gebruik van maak.

Op het domein vind je ook een aantal doolhoven waaronder eentje geconcipieerd door Piet Hein (en neen, dat is niet die Hollander, maar een Deens dichter). Na anderhalf uur heb ik het slot en de musea bekeken en begint het te regenen. De vermoeidheid begint te wegen, dus stap ik naar de auto en rij richting Odense.

Daar wacht me een leuke hotelkamer, maar geen eten.

Ik ben te moe om naar het centrum van de stad te rijden en besluit iets in de omgeving van het hotel te zoeken. De aanwijzingen van de receptionist blijken nergens toe te leiden, maar uiteindelijk vind ik een soort frituur waar twee ongeïnteresseerde jonge dames, gekleed in door frituurvet besmeurde grijze t-shirts de wacht uitmaken. De cheeseburgers die ik vervolgens geserveerd krijgen stillen de honger, maar echt lekker zijn ze niet. De kaas is volledig verzopen in 3 soorten sauzen en … (ik stop nu, want klagen over fastfood heeft niet echt zin).

Morgen staat een stadsbezoek op het programma, als het niet regent. Zoveel is er echter niet te zien, want het is dan maandag en dan is ongeveer alles dicht. Inderdaad, mijn anders feilloos planningsinstinct heeft gefaald…

Zzzzz.

T.