You are currently browsing the category archive for the 'go west' category.

Hoi allen,

Mijn weblog is niet echt up to date wegens niet al te optimale schrijfcondities tijdens mijn vakantie. Maar ondertussen ben ik terug thuis en zal er de komende dagen werk van proberen te maken om de gaten in te vullen. Eentje heb ik alvast kunnen dichten. Ik heb al mijn foto’s (meer dan 800) opgeladen op mijn fotosite. Surf dus naar http://tom-vandenbroeck.magix.net en bekijk wat ik niet kon beschrijven.

Groeten

Tom

Wow, het heeft eventjes geduurt, dat geef ik grif toe. Ik heb eventjes mijn laatste schrijfsels op mijn blog gelezen en die blijken toch meer dan een week oud te zijn. Het was dan ook niet makkelijk om iets op internet te plaatsen de voorbije dagen. Ten eerste zaten we in Denali National Park waar we niet echt in een hotel gehuisvest waren maar eerder in een soort cabines of chalets. Zeer gezellig, maar enkel het minimale comfort was voorzien, er was zelfs geen tv, iets wat mij voor de VS zeer vreemd lijkt. Daarenboven had ook mijn gsm geen dekking meer, alhoewel dat de voorbije dagen wel het geval is geweest. Blijkbaar roamt mijn toestel slechts op enkele VS-providers en is er in Alaska zo maar een vertegenwoordigd.

Het was anderzijds wel een aangename ervaring – ik was een beetje bang in het begin, zo zonder communicatielijnen, maar het went nogal snel, meer nog, eens je het beet hebt, kan je volledig zonder en negeer je zelfs berichten die je doorkrijgt op die zeldzame momenten dat je toch dekking hebt.

Na de laatste dagen in Alaska, waarbij we onder andere een 160 km lange highway hebben bereden die enkel uit gravel bestond en die op sommige plaatsen zo smal was dat er slechts eenrichtingsverkeer mogelijk was; ik een prachtige vlucht over de Alaska range gemaakt heb – een enorm lange bergketen in Zuid-Alaska – met inbegrip van een landing op de grootste gletjser van die bergketen waar ook het basiskamp voor de durfallen die een van de bergtoppen willen beklimmen is opgezet (foto’s volgen later); we een ongelooflijke grote hoeveelheid wilde beesten gezien hebben zoals beren, kariboes, uilen, hazen en nog veel meer; we kennis gemaakt hebben met het nachtleven in Alaska – licht tot 2 uur ’s morgens en veel zatlappen; we vele leuke, lekkere en soms ook  minder goede restaurants gevonden hebben en gezien hebben dat Anchorage ook een aangename stad kan zijn waar we ons afscheidsmaal gehouden hebben ( bij Ginger, al was het niet mijn keuze – heb wel wat aangedrongen – en iedereen was laaiend enthousiast) mocht ik de ochtend na erna om 4 uur mijn bed uit om dan een 6-uur durende trip te maken met de slechtste luchtvaartmaatschappij allertijden: United Airlines. Het vliegtuig was oud en vuil, de resten van de vorige reizigers waren nog duidelijk merkbaar, de entertainment-apparatuur was zo mogelijks nog slechter dan bij KLM en de beschikbare ruimte was hyperkrap. De stewardessen waren echter niet op hun mondje gevallen en zeer bekwaam. Daarenboven kregen we wel een kussen en een deken, iets waar je bij Air Canada, waar voor de rest niets op aan te merken is, extra voor moet betalen (al is het maar 2 dollar). Het is duidelijk dat United een luchtvaartmaatschappij in moeilijkheden is, maar ik weet niet of wat ze nu aan het doen zijn hen echt zal helpen. Ach ja, ik heb me voorgenomen de VS-luchtvaartmaatschappijen zoveel mogelijk links te laten liggen. Ik kijk al uit naar mijn vlucht naar Brussel met JetAirways, waar ik echt eten krijg zonder extra te moeten betalen en waar dat op een groot bord ligt en waar mijn bestek niet van plastiek is. Maar ik mag niet te hoopvol worden, want dan kan het enkel maar tegenvallen.

Kort samengevat: een slechte trip en een verspilde dag wegens nog eens drie uur-tijdsverschil, maar wat een mooie stad. En voor een keer had ik het juiste hotel gekozen, recht op de Magnificent Mile, de straat in Chicago waarrond het allemaal draait. Alles leek perfect. Behalve het weer. Zo’n 28 graden celcius en supervochtig.

Maar da’s voor de volgende keer, want ik moet nu mijn was gaan drogen.

Groetjes en tot gauw,

Tom

 

Feit: de hoofdstad van Alaska heet Juneau en is niet via weg te bereiken, enkel via vliegtuig of ferry.

Feit: Alaska heeft niet zoveel wegen en heeft meer vliegbrevetten dan rijbewijzen.

We zijn ondertussen in het dorpje Valdez aangekomen. De juiste uitspraak is Veldies. Alhoewel oorspronkelijk genoemd naar de spanjaard Valdez, wou het gemeentebestuur op een gegeven ogenblik afstand nemen van de Spaanse connectie en veranderde de uitspraak van de dorpsnaam.

Het is ook een klein dorpje dat vooral bekend werd door de raffinaderij en het eindpunt van de 800-mijl lange oliepijpleiding en de scheepsramp met de Exxon Valdez. 

Het is een rustige dag voor ongeveer de helft van ons gezelschap. 4 – met inbegrip van onze gids – gaan kayakken op zee en nemen een wandeling op een of andere gletsjer. De drie overgeblevenen die kunnen wandelen, doen een tochtje rond het dorp en nemen enkele adembenemende foto’s. De zon schijnt en het regent niet echt. Het is waarlijk een prachtige dag. De laatste in ons gezelschap – Elaine – heeft last van een verstuikte enkel en belt een taxi die haar in staat stelt een nabijgelegen canyon te bezoeken.

Zelf zit ik na onze wandeling met Elise – de Ierse - op een bankje te genieten van een koffie verkeerd (hier latte genoemd) en het zachte weer. Daarna gaan we een hapje eten (heilbot met cajun-kruiden) en daarna trekken we voor het eerst met z’n allen naar een bar. Dit keer wordt het de Pipeline Inn Lounge en het is een voltreffer. Een leuk interieur, geweldige bediening en live muziek van de hoogste klasse. De man voelt zich thuis op gitaar, akoestische gitaar, dwarsfluit en nog een aantal andere instrumenten en speelt prachtig. Je zou er de hele nacht kunnen zitten, maar da’s niet echt aangewezen. Morgen hebben we immers onze langste trip te verwerken, zo’n 550 km naar het Denali National Park, waarvan de laatste 160 km over de Denali Highway die volledig uit gravel bestaat. Dat wordt dus een interessant tripje.

De laatste dagen van onze reis door dit klein stukje Alaska gaan we op tocht door het nationale park, met de bus en ook te voet – met het risico om kariboes en beren tegen te komen – en misschien maken we zelfs een vlucht naar en op Mount McKinley (6194 m), de hoogste berg van de Verenigde Staten. En dat betekent leuke foto’s, maar die zal je pas kunnen zien als ik terug in het thuisland ben. En dat duurt nog meer dan een week.

Groetjes en tot binnenkort,

Tom 

Ons bootavontuur van gisteren was nog niet voorbij. Vandaag zouden we immers een ferry nemen van Whittier naar Valdez – herinner je de Exxon Valdez olieramp nog? – een boottrip van een dikke 3 uur. Er was ons gezegd dat de boot een stuk groter zou zijn, de tocht een beetje korter en de wateren iets rustiger. Niettemin namen we toch een pil tegen zeeziekte. Het resultaat was prachtig: geen last, of het nu aan de pillen te danken was of aan de rimpelloze boottocht, wie zal het zeggen, maar het resultaat was er naar.

Whittier is een vreemd dorpje. Het is slechts sinds 2000 te bereiken met de auto. Daarvoor moest je de trein nemen of de boot. De trein gaat door een smalle tunnel die aangelegd werd met behulp van dynamiet. De trein en de auto delen dezelfde tunnel en dit in beide richtingen. De tunnel is jammer genoeg maar een rijstrook breed. Dit betekent dat er een heel complex schema bestaat wanneer je naar het dorp kan rijden en wanneer je van het dorp weg kan rijden (niet vergeten dat de trein er ook nog langs moet).

De tunnel is ongeveer 6 km lang en is heel smal. Je rijdt ook letterlijk over de treinsporen. Het dorpje kent slechts een honderdvijftigtal inwoners die voor 80% gehuisvest zijn in het enige flatgebouw dat er staat. Vroeger was het een militaire uitvalsbasis, vooral omdat het zo ontoegankelijk was en omdat het het grootste aantal bewolkte dagen per jaar heeft in heel Alaska. En dat hebben we aan den lijve ondervonden.

’s Avonds zijn we allemaal samen een hapje gaan eten en in de late avond zijn enkelen onder ons nog het lokale nachtleven gaan verkennen. Ondertussen is het hier half twee ’s nachts en is het dus meer dan tijd voor bed. Morgen gaan er een aantal – ongeveer de helft – kajakken en gletsjerwandelen, de rest doet het rustig aan en gaat in de buurt op verkenning. Maar da’s voor later.

Dag,

Tom

 

De tweede dag van onze trip bestond volledig uit een 8-uur durende boottocht in en rond Seward. We zouden de kans krijgen om allerhande vogels en zeedieren te bekijken alsook een mooi zicht op een gletsjer die tot aan de zee komt. We zouden een stukje door de baai van Alaska varen, de toegangspoort tot de Stille Oceaan.

En zo gebeurde. Jammer genoeg zat het weer niet echt mee, dus werd het een hobbelige tocht en een aantal mensen kregen last van zeeziekte. Ik kon me nog net goed houden op de heenweg, dus op de terugweg heb ik een paar anti-zeeziektepillen geslikt en die bleken te helpen.

De dingen die we onderweg te zien krijgen, zijn eigenlijk onbeschrijflijk. Zelfs met een fototoestel als het mijne is het moeilijk om de realiteit goed weer te geven. Er is eigenlijk maar een manier en dat is het zelf meemaken. Gelukkig hebben we een paar mensen in onze groep die over zeer gesofisticeerd materiaal beschikken, dus ik ben er zeker van dat we een paar mooie plaatjes te zien gaan krijgen.

We hadden geluk en zagen alle dieren die op ons lijstje stonden: berggeiten, arenden, zeemeeuwen, dolfijnen, zwarte beren, orka’s, walvissen en nog een paar dingen waar ik de nederlandse benaming niet van ken. We zagen ook tot tweemaal toe een aantal stukken ijs van de gletsjer afbrokkelen. Het is eigenlijk vreemd om dit fenomeen gade te slaan: enerzijds kijk je naar een stuk geschiedenis en de wilde krachten van de natuur, anderzijds ben je wel een toerist die het niet echt moeilijk heeft om dit stuk natuurwonder te komen aanschouwen. Vroeger zou het echt een avontuur geweest zijn.

Te lang kan je er niet bij stilstaan. Tijd voor het volgende, niet…

 

Dinsdag moest ik al vroeg uit de veren. Om 7u30 werden we in de lobby van het hotel verwacht om kennis te maken met onze reisleider en onze reisgezellen voor de volgende acht dagen. Het hotel beloofde ook een deluxe ontbijt, maar ik vond er niks aan, in tegenstelling tot mijn medereizigers die allemaal – met een uitzondering – Amerikaanse staatsburgers bleken te zijn. De uitzondering kwam uit Ierland. In totaal zijn we met zeven, plus Emiko, onze reisleidster. Het is een bond allegaartje van personen, allemaal om ter uitbundigst. Er is maar een man buiten mezelf die aan de trip deelneemt, Randy genaamd. Da’s dus ook mijn kamergenoot voor de volgende week.

Het programma lijkt nogal rustig dus dat stelt mij gerust. Mijn reisgenoten lijken ook leuke, openhartige mensen dus dat zit wel snor – al zal later blijken dat sommigen hun mond net iets te veel opendoen, maar dat is moeilijk te vermijden.

Het reisdoel voor vandaag is Seward, een klein dorp ten zuiden van Anchorage. Halverwege stoppen we bij een wildreservaat, waar we zwarte en bruine beren te zien krijgen, alsook elanden, rendieren, kariboes, vossen, muskusossen en nog een paar soorten wild waarvan mij nu de naam even ontsnapt.

We houden halt voor lunch in een dorpje (of beter nederzetting) met de illustere naam ‘Hope’, ooit het centrum voor de goudzoekers, zelfs in die mate dat het gedurende een aantal jaren groter was dan Anchorage. We spreken in de hoogdagen over zo’n 3000 inwoners. Nu zijn er nog een kleine 300 overgebleven. We eten onze lunch op een bankje voor de toeristische dienst en daarna drinken we nog een warme chocomelk in het Seaview Cafe.

Daarna rijden we naar Exit Glacier, de enige gletsjer in de buurt die je vanop land kan bereiken. We wandelen tot vlakbij de gletsjer en nemen adembenemende foto’s. Je kan er jammer genoeg niet op.

Onze volgende en laatste stop is Seward, genoemd naar de Amerikaanse onderhandelaar die de verkoop van Alaska van Rusland aan de Verenigde Staten in goede banen moest leiden – waarin hij ook grandioos geslaagd is.

In dit dorpje, dat een paar straten groot is, maar wel een mooie haven heeft en een groots Sealife Centre, verblijven we twee nachten. Morgen gaan we op een excursie op het water, heel de dag lang.

Het was een lange dag en dus vallen we snel in slaap, alhoewel het licht blijft tot ongeveer middernacht…

 

Maar in het westen en niet in het oosten (of het midden) zoals gewoonlijk. Ik ben goed in Alaska aangekomen en mijn gsm werkt hier tot mijn grote verbazing perfect. Morgen is de grote dag en dus ga ik op tijd slapen. Het is hier tien uur later dan in Belgie dus als ik dit schrijf, is het voor mij de late avond en voor jullie al de vroege morgen.

Ik heb niet veel uitgestoken vandaag, behalve kennisgemaakt met de Amerikaanse border control… veel gedoe, maar of het veel uithaalt?

Heb hier in Anchorage een leuk restaurantje gevonden met lekkere fusion gerechten en heb gemerkt dat de taks op voeding hier 0 % bedraagt. Er is blijkbaar ook geen alcoholtax. Dat maakt het allemaal wat betaalbaarder.

Wat er mij de volgende dagen staat te wachten: ik heb er geen idee van, maar ik heb de indruk dat het vermoeiend zal worden (zeker omdat de dagen hier ook een stuk langer zijn, het is nu half elf en het is buiten nog volop dag). Daarenboven werkt het internet hier ook niet zo goed en kost het stukken van mensen.

Tot de volgende keer dus.

Groeten

Tom

Vandaag is mijn laatste dag in Vancouver. Alhoewel mijn eerste indruk niet geweldig was, heb ik ondertussen gemerkt dat de stad wel wat te bieden heeft. Het is daarenboven ook een grote bouwwerf, vermoedelijk in aanloop naar de olympische winterspelen van 2010.

Gisteren was het schitterend weer en alhoewel ik mij ingesmeerd had, is mijn rechteroor toch redelijk verbrand (zelfs in die mate dat ik er niet kon op slapen). Ik had de hotelshuttle genomen totaan Stanley Park, ten noordwesten van het centrum. Ik heb de volledige ronde van het park gedaan (ongeveer 9 km) en een heleboel foto’s genomen. Daarna heb ik me met behulp van de hop-on hop-off bus laten voeren tot op Grandville Eiland en vandaar hotelwaarts gestrompeld. Mijn lichaam was totaal leeg. ’s Avonds ben ik gaan eten in the Banana Leaf, een maleis restaurant schuin tegenover mijn hotel. Niet slecht en niet duur, het enige nadeel was dat mijn voorgerecht na mijn hoofdgerecht op mijn tafel terecht kwam. Na een leuke avond in de bar – veel stamgasten die allemaal deelnamen aan een soort barspel op tv – kroop ik vrij vroeg in mijn bed. Rondwandelen in een stad eist nu eenmaal zijn tol.

De dag erna had ik opnieuw de hotelshuttle geboekt, ditmaal tot Waterfront Station, vanwaar ik naar het kunstmuseum wandelde. Er was een tijdelijke tentoonstelling over Japanse en Amerikaanse stripboeken en bijhorende films en ook een permanente tentoonstelling over een vrouwelijke Canadese kunstenares, maar al bij al was het veel geld voor weinig wol. Na een beperkte lunch in de cafetaria wandelde ik terug naar het hotel (toch een dik uur). Tijd om de was te doen. Dat viel reuzemee, maar de rest van de namiddag lag ik op mijn bed. Te moe.

Iets na zessen trok ik naar de Cactus Club, een restaurant een paar straten verder dan het hotel. Dat was mij aangeraden door de barvrouw in het hotel. Het eten was heel lekker en de omgeving vrij aangenaam. Het enige jammere was dat mijn steak aan mijn tafel arriveerde ongeveer drie minuten nadat ik mijn voorgerecht gekregen had. Ik heb de steak dan maar teruggestuurd met de vrees dat ik nadien slechts opgewarmde kost zou krijgen. Gelukkig bleek mijn vrees ongegrond – of ik heb het toch niet gemerkt – en verliep de rest van de avond zeer goed (buiten het feit dat de Irish Coffee heel weinig Irish in zich had). Nog een paar drankjes in de bar en we kunnen er weer tegen.

Nu spendeer ik mijn laatste internetminuten aan het schrijven van dit verhaal en dan ga ik inpakken. Morgen vlieg ik naar Anchorage, Alaska. Daar begint het grote avontuur en zal ik waarschijnlijk geen toegang meer hebben tot internet tot en met de woensdag van de week daarop. Alhoewel, je weet maar nooit. Daarenboven is het daar een stuk kouder en zit ik nog een uur dichter bij de datumgrens, dus zo’n 10 uur tijdsverschil met Belgie.

Groeten en tot de volgende,

Tom

 

Het is hier nog vrijdag, terwijl het in Belgenland al lang zaterdag is. De bar in het hotel is net gesloten – om half twaalf op een vrijdagavond notabene – wegens te weinig volk. Ik ben nu twee dagen in Vancouver en ik moet zeggen dat het tijd vraagt om aan deze stad te wennen. Gisteren begon al goed. De taxi die ik in Toronto gereserveerd had – dezelfde maatschappij als waarmee ik de dag ervoor het tripje naar Niagara had gemaakt en dat zeer goed was meegevallen – kwam niet opdagen. Gelukkig vonden we – een oudere heer die ook richting luchthaven moest – snel een vervanger en was ik ruim op tijd voor de vlucht naar Vancouver – een tripje van zo’n 6 uur waarbij frisdrank en koffie gratis waren, maar al de rest betaald moest worden, zelfs als je een kussen en een deken wilde. Het entertainment was wel gratis (of moet ik zeggen inbegrepen) en bestond uit een individueel video on demand systeem dat na een keer herstarten feilloos werkte.

Dankzij mijn taxi-tripje kreeg ik nog wat extra info over Toronto en Canada in het algemeen, met inbegrip van de politieke situatie en het feit dat ze ooit een NGO hebben opgericht met federale staten. Zodoende was mijn medetaxigenoot al een paar keer in Belgie geweest, alhoewel ons land geen volwaardig lid is van deze organisatie. Het is wel grappig te merken dat ongeveer alle personen die ik tot nu toe ben tegengekomen en met wie ik gesproken heb over mijn land van afkomst ten eerste weten over welk land ik het heb en ten tweede de politieke situatie kennen. Meer nog, in Canada lijken ze onze problematiek zelfs te begrijpen. Ze hebben namelijk zelf een talen-probleem en Quebec wil zich al een tijdje onafhankelijk verklaren. Daarenboven heb je nog het gegeven van de eerste inwoners, de aboriginals van Canada worden ze genoemd, die zich nog steeds verdrukt en ondergewaardeerd voelen.

Maar goed. Na een vlucht van zes uur en een tijdsverschil van 3 uur kwam ik dus in Vancouver terecht. De foto’s waren veelbelovend, maar het eerste aanzicht viel tegen. Mijn hotel – niet het goedkoopste – werd geadverteerd als liggende in het centrum, maar dat is te nemen met een korreltje zout en een wandeling van minstens drie kwartier alvorens je in echt downtown bent. Ook was mijn kamer nog niet klaar, iets wat kan gebeuren als je wat vroeger bent, maar 4 uur later – zelfs na de officiele check-in tijd – was het nog altijd wachten geblazen. In tussentijd had ik al geluncht (afschuwelijk) in de aanpalende restaurant en was ik de straat al eens op en neer gewandeld (ik bedoel hiermee West Broadway, wat maar een kwart van de straat is, maar wat me toch ongeveer anderhalf uur heeft beziggehouden).

Pff, eindelijk rust. Genoeg gezien voor vandaag. Eten doe ik dus maar in het restaurant van het hote. Het voorgerecht valt reuzemee, het hoofdgerecht is wat flauw – maar wel lekkere vis. De rekening krijg ik onmiddellijk als ik zeg dat ik niet onmiddellijk een blik wil werpen op de dessertenkaart. Da’s blijkbaar de gewoonte hier. Op naar de bar dus waar Judy mij leert Canadian Club te drinken en dat valt qua smaak best mee. Daarna nog wat TV kijken en een voornemen om op tijd op te staan om de hop-on hop-off bus te vinden en downtown te verkennen. Hopelijk valt die buurt iets beter mee dan waar ik nu ben, want da’s eigenlijk wel een beetje een buurt die zijn glorie verloren heeft…

Maar de volgende dag (vrijdag) zou blijken dat dit niet echt het geval is. Vancouver is een vreemde stad en zeker niet van hetzelfde kaliber als Toronto. Het aantal inwoners is ook een pak lager, maar toch lijkt de stad een stuk groter en meer op een buitenwijk – en een bouwwerf in de aanloop naar de olympische spelen van 2010 die economisch veel voor de stad betekenen.

Ik wandel een heel eind, tot aan de overkant van het centrum (anderhalf uur – ik ben trots op mezelf en mijn voeten) om daar de hop-on hop-off bus te nemen en ik zit heel de rit uit (weer eens anderhalf uur). Eerst wilde ik het kunstmuseum bezoeken, maar ik ben te moe en te hongerig en dus ga ik een paar haltes verder, op Granville eiland, de stop het dichtste bij mijn hotel (nog steeds een twintigtal minuten wandelen). Deze keer neem ik een van de parallelstraten van Broadway en deze ziet er veel residentieler en beter onderhouden uit. Daarna vind ik zelfs een aangename gelegenheid (Earl’s) om te eten en eindig de avond met een whiskey in de bar. Judy zegt me dat er veel betere eetgelegenheden zijn dan Earl’s en ik heb nog twee avonden om die uit te proberen. Ondertussen ben ik er in geslaagd om Innan Frosten, waarin ik begonnen was tijdens mijn laatste bezoek aan Maleisie eindelijk uit te lezen en ben ondertussen ook bijna klaar met mijn volgende boek, iets wat altijd leuk is.

Morgen moet ik er vroeg uit. Dan ga ik Stanley Park verkennen. Maar dat relaas kan ik nu nog niet doen. Tot later dus.

Groeten,

Tom

Mijn laatste dag in Toronto, nu toch. Over een paar weken kom ik nog een dagje terug, om mijn vliegtuig naar Brussel te kunnen nemen. Maar voorlopig is het dus mijn laatste dag. Morgen vlieg ik naar Vancouver, een binnenlandse vlucht van 5 uur die me van het oosten naar het westen van Canada brengt. Ik ga ook drie uur terug in de tijd. Waar nu het tijdsverschil met Belgie 6 uur bedraagt (en met Maleisie 12 uur) wordt dat vanaf morgen 9 uur (en met Maleisie 15 uur). Ik zal dus moeten leren om mijn gsm af te zetten ’s nachts, daar de kans dat iemand mij belt tijdens voor mij aanvaarbare tijden, zeer klein zal worden…

Maar goed, terug naar vandaag. In plaats van rond te lopen in het centrum had ik mij een tripje geboekt naar een van die natuurwonderen die onze wereld rijk is: de Niagara watervallen. Het was een zeer interessant tripje (met een tourbusje). Eerst kregen we nog wat uitleg over Toronto (de naam Toronto komt van een indiaans woord en betekent ‘ontmoetingsplaats’, de plaats aan de rivier waar verschillende indianenstammen samen kwamen om handel te drijven) en enkele interessante gebouwen: naast de CN toren, waar ik het al over gehad heb, ook vb het gebouw van de nationale bank waarvan de vensters allemaal bedekt zijn met goudstof (1 ons per glas). In het gehele gebouw zit meer dan 50 kg goud. De ramen zijn dus ook goudkleurig en reflecteren vrolijk het zonlicht. Bij de bouw maakte men het grapje dat dit proces goedkoper was dan gordijnen. Maar hedentendage lacht men iets minder. De buren spannen aan de lopende band rechtszaken aan, want zij hebben last van de reflectie en dit zorgt voor hogere electriciteitsrekeningen wegens een intenser airco-gebruik.

En dan op weg naar de watervallen, zo’n 120 km van de stad verwijderd. Eerste stop: Niagara Airport. Hier kregen we de kans om de omgeving vanuit de lucht te bekijken, een kans die ik niet liet liggen ondanks mijn niet al te grote voorliefde voor hoogtes. De foto’s die ik gemaakt heb, zien er adembenemend uit en ik moet zeggen dat het een mooi contrast bood ten aanzien van de ervaring die ik later op de dag zou hebben als we de enorme douche vanop het water konden aanschouwen.

Tussen deze twee hoogtepunten kregen we ook nog de kans om een chocoladefabriek te bezoeken en niet te versmaden: een wijnproeverij te doen. Ontario en zeker het Niagara-gebied is een onderkend wijngebied. Nochtans is deze streek (met zijn eigen appelation controlee – VQA) goed voor 80% van de wereldproductie van ijswijn. Deze wijn wordt gemaakt van druiven die bevroren zijn geweest. Daarvoor moet het minstens 8 graden vriezen. Duitsland en Oostenrijk zijn traditioneel gekend voor dit soort wijnen, maar hier kunnen ze maar af en toe gemaakt worden omwille van de wisselende weersomstandigheden. In Niagara kan er elk jaar in januari/februari geoogst worden. Uit een enkele druif komt een druppel ijswijn. Niet te verwonderen dat deze wijnen vrij duur zijn. De wijn die wij geproefd hebben was een chardonnay en smaakte verrassend veel zoals een goede muscat. Jammer genoeg waren de rode ijswijnen – uniek in de wereld – niet te proeven. Da’s voor een volgende keer.

Nadien trokken we naar Niagara-on-the-Lake, in de 18de eeuw de hoofdstad van de provincie Ontario, een rustig en rustiek dorpje, en vandaar ging het langs het bloemenuurwerk en de maalstroom naar de eigenlijk watervallen. Het mooie weer zorgde voor een goed humeur en een leuke herinnering.

Het was al na zevenen toen ik terug in mijn hotel was. Ik had amper gegeten en dus ging ik op zoek naar een leuk restaurant op wandelafstand. Dat werd Olive & Lemon, Italiaans, lekker, maar niet zo goed als in de hotelbrochure stond aangegeven. Een beetje flauw af en toe, maar toch goed genoeg.

Nu is het tijd om onder de wol te kruipen, want op een of andere manier ben ik er in geslaagd om een veel te vroege vlucht te boeken…

Groeten en tot de volgende,

Tom

 

Laat ik meteen dan ook maar een lijstje maken van wat ik allemaal op Noord-Amerikaanse bodem gegeten heb en wat ik er van vond.

20080526 – Diner - Horizons@CN Tower

  • Bruschetta
  • Steak sandwich
  • Creme brulee
  • Oordeel: lekker, niet te duur, leuke Ontario-wijnen

20080527 – Lunch – C5@ROM

  • Artisjok salade met een gepocheerd eitje
  • Zalm: eerst gerookt en dan gekook en plein vide
  • 2 leuke wijntjes, waarvan de rode jammer genoeg chileens was (maar goed bij de zalm paste)
  • Oordeel: iets prijziger, maar wel heel lekker, de schotels hadden wel iets gevulder mogen zijn

20080527 – Dinner – Fox and Fiddle@Holiday Inn Midtown

  • Bruschetta met tzazika en feta
  • Thaise wokschotel met kip
  • Leuke Ontario-wijnen van het huis
  • Oordeel: deftig pub-eten, maar ook niet meer

 20080528 – Dinner – Olive&Lemon@Toronto

  • Polenta e Funghi
  • Risotto con Fontina e Noci
  • Tiramisu met anglaise saus
  • Een glas Sangiovese
  • Oordeel: lekker, maar het kan iets pittiger

 20080529 – Dinner – Stages@Holiday Inn on Broadway

  • Slaatje met lokale zalm en appelschijfjes
  • Lokale heilbot met een speciaal sausje
  • Huiswijn
  • Oordeel: voorgerecht heel lekker, hoofdgerecht een beetje flauw, wijn ook

20080530 – Dinner – Earl’s@West Broadway & Laurel

  • Sushi van lokale Tonijn en Zalm
  • Lokale Zalm met Mango, groene asperges en look-aardappelpuree
  • Taartje met cocospuree
  • Mojito met komkommer,  BC Rode Zinfandel
  • Oordeel: goede bediening, lekker eten, had soms iets warmer gemogen (wel gaar), lekkere lokale wijn

 20080531 – Dinner – Banana Leaf@West Broadway

  • Roti Canai
  • Satay van kip
  • Zwarte kabeljauw met een gembersaus
  • Een Chardonnay uit BC
  • Oordeel: lekkere, Maleise keuken, wel vrij snel

20080601 – Dinner – Cactus Club@West Broadway

  • Yam frieten
  • Filet steak met pepersaus en aardappelpuree
  • Irish coffee
  • Oordeel: heel lekker, maar de bediening liet een beetje te wensen over:ik kreeg mijn hoofdgerecht ongeveer gelijktijdig met mijn voorgerecht

 20080602 – Ginger@West 5th Avenue@Anchorage

  • Soepje van banaan en citroengras
  • Alaska heilbot bereid op Thaise wijze met cocosrijst, gewokte groenten en huisbereide calamari met eigen deeg van broodkruim
  • Broodpudding met banaan, caramelsaus en gemberijs
  • Toscaanse rode wijn en ijscider
  • Oordeel: schitterend zowel qua omgeving, bediening als eten. Een aanrader.

 

wordt vervolgd

Dat is het zeker. Aangezien ik maar drie dagen in elke stad ben, wou ik zeker geen tijd verspillen. Daarom heb ik mijn programma min of meer voorbereid. Maar niet zo goed als anders. Dus kwam ik op het geniale idee om een soort citypass te kopen. Elke keer als ik zoiets doe, vind ik achteraf dat ik beter gewoon de ingang betaald had, aangezien ik nooit alle mogelijkheden benut – een uitzondering is de Stockholm a la carte, omdat die min of meer gratis is en ook het openbaar vervoer in groter Stockholm bevat. En deze keer was niet anders.

Je moet mijn uitspraak wel met een korreltje zout nemen. Zonder de pas zou ik nooit een aantal dingen bezocht hebben en het is net omdat je in elk van de bezienswaardigheden zo lang kan rondhangen dat het moeilijk wordt om alle locaties te bezoeken.

Gisteren had ik de CN toren al met mijn aanwezigheid vereert, vandaag begon ik met het ROM (Royal Ontario Museum) (Toronto ligt in de provincie Ontario). Dat is zowel het natuurhistorisch museum als dat voor volksheemkunde (wereldwijd wel te verstaan). Het heeft een hele geschiedenis die ik nu niet uit de doeken ga doen, maar het is moeilijk om het hele museum zelfs op 1 dag te zien. Het is de trots van Toronto, zeker na het openen van de nieuwe vleugel (het kristal – niet van het glas maar van een of ander mineraal) waarvoor een internationale architectenwedstrijd voor is uitgeschreven.

Ik heb er dan ook ten volle gebruik van gemaakt. Om 11 u was er een algemene rondleiding, daarna ben ik gaan lunchen in een van de twee restaurants (het meest chique van de twee – C5) en daarna heb ik nog een rondleiding gedaan in de tijdelijke Darwin tentoonstelling, zeer de moeite waard. Er waren nog drie andere rondleidingen, maar ik vond dat ik de andere trots van Toronto – het Casa Loma – ook moest bezoeken. Da’s een kasteel dat ooit gebouwd is door een van Canada’s grootste weldoeners en businesslui (de naam ontsnapt mij nu even). Zeer mooi – je zal nog een paar weken moeten wachten op de foto’s, maar ze komen er aan – met prachtige tuinen. De binnenkant heb ik ook gefotografeerd, maar het gevoel begint mij langzamerhand te bekruipen dat ik al veel te veel van dat soort gebouwen gezien heb, in alle hoeken van de wereld. Maar toch een leuke wandeling in aangenaam weer.

Morgen ga ik naar de Niagara watervallen. Ben eens benieuwd wat dat gaat worden. Maar eerst nog eens goed slapen.

Tot de volgende

Tom

 

Hoi, hier zijn we weer na een lange tijd van afwezigheid. Deze keer zit ik dan ook niet in het oosten, maar voor de eerste keer van mijn leven doe ik het westen van deze wereldbol aan (het westen t.o.v. de nulmeridiaan wel te verstaan, windrichtingen zijn natuurlijk relatief van de plaats waar je begint).

Natuurlijk heb ik nog veel te vertellen over mijn avonturen in Maleisie (ja, zonder trema, dat vind je hier niet zo makkelijk op een computer, alhoewel hier veel Frans gesproken en nog meer geschreven wordt), maar afwisseling moet er zijn. Vandaar dus ook mijn besluit om beren te gaan jagen in Alaska. Grapje. Dat van die beren toch. Bedoeling is wel dat ik in Alaska terecht kom om daar aan te sluiten bij een internationale groep en een tocht van 8 dagen door 3 nationale parken in en rond Anchorage (de grootste stad van Alaska – 200 000 inwoners en neen, niet de hoofdstad want dat is Jumeau) te maken – en neen, niet te voet, of toch niet helemaal.

Maar voor het zover is, maak ik eerst kennis met het grootste land ter wereld: Canada. Ook hier had ik nog nooit voet aan grond gezet en dat mocht ik meteen bekopen bij de immigratie. Ik mocht mij voor een tweede beurt aanbieden bij een zeer onvriendelijke en onge-interesseerde dame die me vroeg waar ik naartoe ging, mijn vliegtuigtickets vroeg, mijn hotelreservaties en waar ik werkte. Eigenlijk moest ik mijn geld nog tonen, maar de dame achter het loket verlangde zo naar haar lunch dat ik mocht beschikken. Fijne verwelkoming.

De rest van de dag viel goed mee. Eigenlijk het eerste deel ook. Ik had een rechtstreeks vlucht Brussel-Toronto met Jet Airways kunnen versieren. Deze Indische maatschappij staat gekend om zijn uitstekende service en ik moet zeggen dat ze die verwachten grotendeels ingelost hebben. De stoelen zijn vrij ruim en comfortabel, het eten is uitgebreid en lekker, alleen moet je de stewardessen er wel op attent maken dat je een special meal besteld hebt. En hetzelfde geldt voor het drinken. Je krijgt wat water, maar anders is het nogal een droge boel en moet je er zelf achtergaan.

Qua ontspanning heb je niet te klagen, want je hebt je eigen schermpje en je kan zelf kiezen wat je wil bekijken en/of beluisteren. Zeker een aanrader…

Maar terug naar Toronto. Een vreemde stad. Jammer dat je de foto’s niet kan bekijken, maar de stad doet nogal aan als een verlaten voorstad, met allerhande soorten  huizen, af en toe wat kasteelachtige woningen die zeer Engels aandoen en grote lanen, met heel wat aandacht voor groen. De hoogbouw is beperkt en bij de rijhuizen valt het ontbreken van een puntdak op. Ik heb een wandeling door het centrum gemaakt – het was immers schitterend weer en door het tijdsverschil van 6 uur had ik  nog wat tijd over ondanks een vliegtijd van zo’n 8 uur.

Ik had me op voorhand al een citypass aangeschaft die toegang geeft tot 6 grote attracties in de stad. Kwestie van een aantal bezoeksdoelen vast te leggen en niet te veel tijd te verspelen. Ik ben hier per slot van rekening slechts 3 dagen. Maar goed, ik heb me eerst toch laten overhalen om wat uit te rusten. Echt heel veel slapen is er ook niet bij – zeker niet als het om een dagvlucht gaat. Daarna ben ik de stad in getrokken en heb heel wat foto’s genomen. Uiteindelijk kwam ik terecht bij de CN-tower, volgens de documentaire die ik gezien heb,  het hoogste gebouw ter wereld  (iets van een 540 m), waarvan het onderstel (meer dan 350 m) uit een stuk beton bestaat. Hoe ze dat voor elkaar gekregen zou ons te ver leiden. Kom zelf maar eens kijken. Wat ik ook gedaan heb. De lift leidt je 350 m hoog met leuke uitzichten en zelfs een glazen vloer. Als je bijbetaalt, mag je zelfs nog een niveau hoger, naar het bovenste uitkijkpunt, dan nog 32 verdiepingen hoger ligt. Maar dat geld heb ik dan gespendeerd aan een uitgebreid diner in Horizons, de bistro in het eerste gedeelte. Het eten was heel lekker en zeker niet duur. De dranken waren iets duurder, maar ik heb daar ontdekt dat Canada en zeker de streek van Ontario ook heel lekkere wijnen maakt en sindsdien maak ik er een sport van om hier enkel Canadese wijnen te verorberen, wat tot nu toe al gelukt is.

Ik heb ook ontdekt dat hier veel nationaliteiten naast elkaar leven. Je hebt hier dus ook een Chinatown (waar alle straatnamen in het Chinees zijn), Koreatown, Little Italy, Greektown, Portugal village, … Je vraagt je op den duur af waarom ik deze lange trip genomen heb ;-)

Afin, het valt hier voorlopig goed mee en er valt nog veel te ontdekken, en daar gaan we morgen verder aan werken.

Tot de volgende,

Tom

ps. Poutine is geen verwijzing naar de ex-president en de huidige premier van Rusland. Wat het wel is? Kijk eens op wikipedia.

 

Interessante boeken:

Nu in bezig:
”Sprängaren” door Liza Marklund

Net gelezen:

  • ”Det slutna rummet” door Sjöwall & Wahlöö
  • ”Brandbilen som forsvann” door Sjöwall & Wahlöö
  • "Den skrattande polisen" door Sjöwall & Wahlöö
  • "Innan Frosten" door Henning Mankell
  • ”Harry Potter (7 boeken in het Engels)” door J.K. Rowling
  • ”Mannen som log” door Henning Mankell
  • ”Nobels Testamente” door Liza Marklund
  • ”Polismördaren” door Sjöwall & Wahlöö
  • ”Svalan, Katten, Rosen, Döden” door Håkan Nesser
  • ”Roseanna” door Sjöwall & Wahlöö

Categorieën

Blog Stats

  • 1,106 hits