You are currently browsing the category archive for the 'maleisië' category.

Ik ben weer terug in Maleisië en na de drukte van de voorbije weken waardoor ik er niet in geslaagd ben om mijn westerse avonturen in Canada en de VS te vervolledigen, dacht ik – gezien de hoeveelheid werk die op de plank ligt – er niet toe te komen ook maar één woord op mijn blog te kunnen schrijven. Maar het lot heeft er anders over beslist. Niet dat het een slechte reis is geworden – ik ben immers maar een paar uur geleden aangekomen in het hotel dus veel meer dan over mijn heenreis kan ik eigenlijk niet schrijven – maar het was niet evident om hier te geraken en dan nog mèt bagage.

Neen, de reis was niet oncomfortabel, toch niet wat het vliegtuig betreft, maar samenloop van omstandigheden hebben toch voor wat – minimale – spanning gezorgd. Maar laat ik beginnen met het begin. De beste verbinding tussen Brussel en Kuala Lumpur wordt nog altijd verzekerd door onze noorderburen en wie weet ooit terug landgenoten van KLM. Er is maar één probleem (een luxeprobleem ik weet het): het vliegtuig dat op Kuala Lumpur vliegt (en daarna doorvliegt naar Jakarta op Indonesië – hoe kan het ook anders) is één van de weinige vliegtuigen in de gehele KLM-vloot dat nog niet is geüpgrade, zoals dat dan heet. Het ziet er allemaal nogal gammel uit en de films worden op een gemeenschappelijk scherm vertoont, net te klein om de ondertitels te kunnen lezen en het eten wordt geserveerd uit een soort plastieken voederbakjes (met de nadruk op –jes) en liefst dan nog soep, waarbij je bij het openen van het doosje onvermijdelijk de helft al over je krijgt en de rest niet kan neerzetten omdat diegene voor je zijn stoel volledig achteruitgeklapt heeft. Business class daarentegen is nog net te pruimen, maar een beetje duur. Tijdens de vakantie zijn er wel goedkopere tarieven, maar waren enkel beschikbaar op data die mij niet uitkwamen (en mijn verblijf met een week zouden verlengen – iets wat niet mogelijk was voor mijn werkschema).

Op zoek dus naar alternatieven. Upgraden met airmiles was ook geen optie, want blijkbaar werkt het frequent flyer programma enkel als men het vliegtuig niet vol krijgt, dus op dezelfde momenten dat business class nog min of meer betaalbaar blijkt voor een klein bedrijfje zoals het onze. En 14 uur in een klein stoeltje met je voorbuur ei-zo-na op je schoot, been there, done that en ik wou het niet opnieuw meemaken. De hulp inroepen van wereldwinkelvriendin Sarah dan maar. Zij werkt bij een reisbureau en kan soms de meest ongelooflijke combinaties uit haar computer toveren. Deze keer viel het ook wel mee, maar uiteindelijk heb ik dan toch gekozen voor een niet evidente oplossing: JetAirways. Ik had een paar weken geleden mijn eerste JetAirways ervaring toen ik naar Toronto vloog en die was hartstikke meegevallen. De stoelen zijn redelijk ruim, het eten is goed en wordt geserveerd op een echt dienblad met echt bestek en je hebt een persoonlijk videoscherm en je kan bekijken wat je wil. En, ze hebben een connectie met Kuala Lumpur over Chennai (Madras) in India. De prijzen zijn redelijk, enkel de terugvlucht heeft een 12-uur wachttijd in Chennai. Maar er zijn ergere dingen, denk ik dan optimistisch.

Inchecken kan volledig online en je print je boarding pass (na keuze van je stoel – nooduitgang is echt aan te raden en in tegenstelling tot KLM hoef je niet extra te betalen en zijn deze stoelen meestal nog vrij omdat de meeste JetAirways passagiers Indiërs zijn die in familieverband reizen) en klaar is kees. Behalve natuurlijk dat het personeel in Brussel (Zaventem) duurder is dan in India, dus er is een onderbezetting en er zijn problemen met het computersysteem, dus de bagage drop werkt niet. Aanschuiven dan maar bij economy. En dat heeft ongeveer een uur geduurd. Ik krijg ook de mededeling dat ik mijn bagage in Chennai moet ophalen en dan opnieuw inchecken – hmm, hoe ga ik dat doen zonder visum? – maar dat zijn zorgen voor later. De boarding verloopt zeer vlotjes, maar dan komt de mededeling dat er vertraging is opgelopen bij het laden van de cargo en daardoor zijn we ons opstijgslot kwijt. We moeten een drie kwartier wachten. Dat betekent dus ook drie kwartier later in Chennai, maar ik heb in totaal anderhalf uur, waarvan er nu nog 45 minuten overblijven, wat meer dan genoeg moet zijn voor een transfer (met boarding pass). Gelukkig wist ik toen niet beter.

De vlucht verliep voorspoedig, op een paar inefficiënties van de uitermate vriendelijke en behulpzame staff na (Indiërs nemen graag de tijd voor een praatje). De toiletten werden minstens één keer per uur gekuist, het eten was goed en de turbulentie minimaal. En toen landden we in Chennai. Mijn naam werd afgeroepen: ik moest de ground staff onmiddellijk contacteren. Ik dacht dat we aan een gate stonden en vroeg me af waar het allemaal over ging, maar voor de eerste keer in mijn leven ben ik uit een grote Airbus gestapt via de trap. Ondanks het nachtelijke uur (1u15) was het 30°C en drukkend. Een verantwoordelijke van JetAirways wachtte me op en vertelde me dat 50 minuten nogal krap was om mij te transferreren en dat ze hun uiterste best gingen doen om mijn bagage mee te krijgen, maar dat het waarschijnlijk niet ging lukken (slechts 10% slaagkans). Ik snapte toen niet waarom. Nu wel.

Chennai International is een kleine luchthaven, maar vergeven van de administratieve processen. Mijn uitstapgate en instapgate lagen welgeteld 10 meter van elkaar. Toch heeft het meer dan 40 minuten geduurd om mij van de ene kant naar de andere kant te brengen. Officiële papieren, stempels, veel overtuigingskracht en telefoongesprekken waren nodig om mij door de chaos te leiden (en reken maar dat de luchthaven even druk is ’s nachts als overdag – geen nachtvluchtenverbod hier!). Daarbij kwam nog het feit dat een web-boarding pass in Chennai niet geldt voor internationale vluchten, dus moest er een nieuwe gemaakt worden – manueel – ingevuld met balpen!! Hoe het gelukt is, weet ik nog altijd niet, maar ik ben blij dat ik bij de terugvlucht 12 uur heb. Niettemin vind ik het enorm knap van JetAirways dat ze zoveel moeite gedaan hebben om mij doorheen alle formaliteiten te loodsen. In business kan je zoiets misschien nog verwachten, maar zeker niet in economy.

Daarenboven zijn ze er ook in geslaagd om mijn koffer te vinden en op mijn vlucht naar KL te zetten! Joepie! Al had ik al een voorgevoel en de nodige reservekledij in mijn handbagage gestoken. Het rare is dat voor passagiers er dus enorm veel administratieve procedures zijn, maar iedereen kan gewoon de bagageruimte in en een koffer verplaatsen… Benieuwd hoe het op de terugreis zal verlopen.

Eén van de mensen die mij door de chaos begeleidde, vroeg me of er geen betere connecties waren naar Kuala Lumpur uit Brussel. Moeilijk te beantwoorden vraag. In theorie wel. In praktijk is de service van JetAirways wel een stuk beter, maar ik denk toch dat een transfer in India geen aanrader is. ‘t Is maar dat je het weet. Je kan niet alles hebben. There’s no such thing as a free lunch.

Eens in KL aangekomen, merkte ik ook dat ik de verkeerde rij bij de paspoortcontrole had genomen. Slechts 2 mensen voor mij, maar allebei met een probleem. Maar mijn bagage was er toch nog niet, dus nog snel tijd om een sanitaire stop te maken. Daarna naar buiten en op zoek naar de taxi-counter die plots verdwenen was. Er was er wel eentje net voordat je buiten komt, maar die was ik gewoontegetrouw voorbij gelopen. Dan maar een alternatief gevonden dat een stuk duurder was. Benzineprijzen zijn één ding, maar afzetterij een ander. Alhoewel. Het was de eerste keer dat ik daadwerkelijk op 35 minuten in het hotel was – iets wat in de hotelbrochure staat, maar wat de meeste taxi-chauffeurs niet kunnen wegens redelijk onbekend (en vooral nieuw).

In het hotel voelde ik me onmiddellijk thuis. Ook al was het een 5-tal maanden geleden dat ik hier nog was geweest, werd ik herkend. Dat geeft altijd een goed gevoel.

En na een paar uur slaap is het nu tijd om wat te werken.

Tot de volgende,

Tom

We zijn nu al woensdag en de verkiezingen in Maleisië zijn al een paar dagen achter de rug. Het was ergens wel te verwachten, maar de regeringspartij likt nu zijn wonden na de verpletterende nederlaag van vorige zaterdag. Toegegeven, ze behouden de absolute meerderheid, maar het is maar een nipte, terwijl ze vier jaar geleden een twee derde meerderheid uit de brand hadden gesleept. Meer nog, ze zijn zelfs één staat meer aan de islamitische oppositie kwijtgespeeld. Het volk mocht namelijk zijn stem uitbrengen voor 2 zaken: het parlement dat ook de regering aanduidt en per staat ook het plaatselijke bestuur, misschien bij ons te vergelijken met de provinciale overheid (al heeft Maleisië 26 miljoen inwoners, dus een beetje meer dan België). Er was al één staat in handen van de PAS, de islamitische partij, maar nu is er een tweede bijgekomen. Ik heb hun programma gelezen en alhoewel het redelijk lijkt, laten ze er geen twijfel over bestaan dat de Islam-wetgeving in de bovenste lade ligt. Getuige hiervan een aantal hotels die de gevolgen van de machtswissel niet afgewacht hebben en preventieve maatregelen genomen hebben zoals het verwijderen van alcohol van de bartoog (het wordt nog wel verkocht, maar niet meer geadverteert) en het aanpassen van het uniform van het personeel (geen korte rokjes meer, maar zedige lange klederen). Anderen zijn er meer gerust in en zien geen reden voor blinde paniek. Ik vind het vooral frapant dat een islamitisch zelf niet goed weet hoe het met zijn eigen godsdienst moet omgaan…

Ik laat het niet aan mijn hart komen. Ik denk niet dat de uitslag onmiddellijk gevolgen heeft voor onze business. De regeringspartij geeft als uitleg voor de nederlaag dat de democratie in Maleisië geen dode letter is gebleven en dat het volk duidelijk de kans gekregen heeft om fraudeloos zijn zeg te doen en ze zullen zeker rekening houden met de uitslag. Alhoewel op nationaal vlak er nog altijd een absolute meerderheid is en dus de premier één dag later al de eed kon afleggen (wat een verschil met het thuisland), zijn er een aantal staten waar coalities gevormd moeten worden wat niet echt van de gewoonte is in dit land. Misschien moeten ze te rade gaan bij onze premier (wie is dat nu ook weer), hun britse koloniale geschiedenis zal hen zeker niet helpen aangezien ze daar ook met absolute meerderheden werken.

Ondertussen heb ik ook vernomen dat het laatste lid van ons gezin eindelijk de weg naar Zweden gevonden heeft. Mijn broer was er al eens geweest, maar deelde niet de passie die de rest van ons heeft voor dit noordse land, het is te zeggen tot voor kort. De prijzen voor een huis op den buiten zijn daar veel schappelijker dan hier en er is daar heel veel buiten. Toegegeven, je mist dan wel bepaalde zaken die wij hier gewoon zijn, maar dat weegt niet op tegen de rust en de ruimte die je ervoor in de plaats krijgt. Als je daar van houdt natuurlijk. Hij en zijn vrouw hadden na veel overleg toch besloten contact op te nemen met een organisatie in Nederland die de emigratie naar Zweden begeleidt en ze waren overtuigd. Ze waren reeds in contact met een makelaar en hadden een potentieel huis gevonden. Ze boekten een reis naar Zweden en toen sloeg het lot toe: het huis waar zij hun zinnen op gezet hadden, werd 7 dagen voor de afreis verkocht. Jammer maar helaas. Maar niet getreurd, de reis was betaald, dus gingen ze toch en ze kwamen terug met ander en beter (of zo heb ik mij toch laten vertellen). Vrijdagnacht keer ik huiswaarts en een week later zie ik ze, dan zal ik het verhaal live kunnen horen. Het zou wel interessant zijn om mensen te kennen met een groot huis in Zweden, dat geeft je een reden om af en toe die kanten uit te trekken. Niet dat ik behoefte heb aan redenen om naar Zweden te reizen, anders dan dat het weer lang geleden was, maar toch, het is altijd leuker om je te kunnen integreren in een plaatselijke gemeenschap. Trouwens, als je naar de prijzen van de huizen kijkt, vraag ik me af of ik niet beter daar een woonst koop om ze tijdens de periodes dat ik er niet ben te verhuren of zo. Ach ja, dat zijn dromen en zorgen voor later.

Ondertussen zijn de uitdagingen hier niet klein. Een goeie service bieden en tegelijkertijd je klanten opleiden zijn geen sinecure, zeker als je af en toe heel hard last krijgt van heimwee en een leven waarin je enkel verantwoordelijk bent voor je eigen inkomsten en daden. Maar feit is dat we 3 werknemers en een kantoor hebben en die vereisen allemaal onderhoud en motivatie. Dat wordt soms wel eens te veel, maar dat hoort er nu eenmaal bij. Anderzijds moeten we er voor zorgen dat we de boel kunnen doen groeien, maar dat is zeker geen evidentie. Ach ja, we komen er wel, net zoals je een olifant opeet: hapje per hapje.

Maar ik steek toch niet onder stoelen of banken dat ik blij ben vrijdag huiswaarts te kunnen keren…

Groeten

Tom

Vanmorgen zat er tussen mijn krant een kakkerlak. Een echte. En voor wie nog nooit een kakkerlak gezien heeft, dat beest is echt wel groot. Gelukkig heb ik pas gemerkt dat dat beestje in de krantenzak zat, nadat ik de zak leeggemaakt had en iets vreemds op de vloer zag verschijnen. Eerst dacht ik dat het om een overleden exemplaar ging, maar na een paar minuten werd duidelijk dat er toch nog bepaalde tekenen van leven in het exoskelet zaten. Aangezien dit soort beestjes niet als huisdier geapprecieerd wordt in deze contreien, zag ik maar één oplossing: de krant – die gelukkig meer dan 50 bladzijden telde – op het beestje smijten en het uit zijn lijden verlossen (en ook een beetje het mijne). De volgende dagen zal ik de ochtendkrant toch met de nodige omzichtheid behandelen en een grondige controle uitvoeren alvorens ik het papier uit zijn plastieken omhulsel haal. Weet je, die beesten komen hier natuurlijk wel meer voor, maar tot voor kort – bij mijn vorige bezoek – werden de kranten netjes opgerold en in een krantenzak van het hotel zelf gestoken. Toegegeven, ik heb me meermaals afgevraagd tot welk nut deze extra handeling diende, te meer omdat de zak nogal aan de kleine kant was en het dus geen sinecure moest zijn geweest om die oversized krant in dat kleine zakje te wurmen. Nu weet ik echter beter en apprecieer ik het werk van de hotelbedienden des te meer. Je weet pas wat je had als je het kwijt bent. Het is nu jammer genoeg niet anders.

Je vraagt je misschien af waarom het alweer meer dan 3 weken geleden is dat ik nog iets op mijn blog geschreven heb. Dat is een voorrecht dat ik je niet wil ontnemen. Feit is dat ik de laatste 2 weken nogal ziekjes ben geweest – eerst een enorme jetlag, al dan niet gelinkt aan het feit dat ik deze lange reis voor de eerste keer in economy heb gedaan (we moeten het nu als bedrijf zelf allemaal betalen en dan is de kostprijs van business voorlopig echt niet te rechtvaardigen) en daarna een hardnekkige hoest en een sluimerende koorts die meer als anderhalve week nodig had om weg te gaan en een kleine depressie – het leven is niet allemaal rozengeur en manenschijn en ver weg zijn van huis is niet leuk, toch niet als het geen vakantie is en aan je sociale leven vreet. Ik had één troost: 7 Harry Potter boeken om te lezen. Die waren er dus na een dikke week allemaal door (de eerste drie – dwergen qua volume in vergelijking met de andere vier – waren in België al verteerd). 3300 bladzijden in het Engels (nu kan ik eindelijk de films volgen, want de Nederlandse vertaling wijkt toch sterk af van de originele teksten) over de meest onwaarschijnlijke en tragische gebeurtenissen. Gelukkig zijn het maar kinderboeken en weet je ergens dat er een happy end moet volgen. Al moet ik zeggen dat J.K. Rowling in het laatste deel tot het uiterste is gegaan. Het lijkt alsof ze alle remmen heeft losgegooit en alles wat ze niet durfde schrijven in de eerste 6 delen er toch uitgegooid heeft in het laatste boek. Het werd dan ook een vrij emotioneel gebeuren. Maar ik ben toch blij dat ik het gelezen heb. Ik had al een aantal van de films bekeken, maar eigenlijk snap je maar de helft – of nog niet – als je niet eerst de boeken gelezen hebt. De achtergrond van de hoofdpersonages gaat volledig teloor op het witte doek en zodoende zie je bepaalde connecties niet. Ik heb één vriend die beweert dat er verschillende subverhalen zijn. Ik heb de boeken gelezen en kan dat ten dele beamen, maar je mag niet overdrijven. Het is in de eerste plaats een spannend verhaal en ten tweede een coming-of-age gebeuren voor verschillende personen, maar zo zijn er wel meerdere boeken en reeksen, nietwaar?

Morgen zijn het verkiezingen in Maleisië. Da’s ook zoiets dat nogal plots opduikt. Toen ik de laatste keer het land hier verliet (eind januari) was er sprake van dat de verkiezingen nabij waren, maar er was nog geen beslissing genomen over een datum. Als ik drie weken later naar dit land terugkeer, is de verkiezingsstrijd in volle gang, met allerhande verwijten en sabotagepogingen die ermee gepaard gaan. Ondertussen zijn ook de immigratieformaliteiten afgeschaft – je hoeft dus geen dom formulier meer in te vullen om Maleisië binnen te komen, een stap in de goede richting. Heb net eens gekeken naar de uitslag van de vorige verkiezingen en de laatste keer – in 2004 – haalde het nationale front (zo heet hier de regeringspartij die eigenlijk een coalitie is van 3 partijen die de belangrijkste bevolkingsgroepen in Maleisië verenigt: Malay, Chinezen en Indiërs) een twee derde meerderheid. Ben eens benieuwd of dat zo blijft.

Tot later,

Tom

 

De hemel is helder ook al is het nacht. Helder is misschien niet helemaal het juiste woord, want de nacht is eerder inktzwart, maar de sterren zijn prominent aanwezig. Er zijn dus geen wolken die optreden als spelbederver. Het is en blijft dus een heldere nacht. Een beter woord heb ik er niet voor. En ik bevind me buiten. Het is koud – althans, dat beweert iedereen want de weerman heeft het gezegd (misschien was het de weervrouw, dat heb ik eigenlijk niet gecheckt) – maar het voelt niet echt koud aan. Voor de zekerheid heb ik mijn winterjas aangetrokken en die kan wel tegen een stootje. Ik heb hem mij een jaar geleden aangeschaft toen ik de verschrikkelijke ontberingen van Noord-Zweden in putje winter te lijf ging. -30°C en zo van die dingen en zelfs toen viel het goed mee. En vandaag was niet anders. Ik had het warm, zweette zelfs. Ik hou van de kou, meer dan van de warmte en de zon. En zeker op een heldere nacht, in het uur van de wolf, als alles verlaten lijkt, voel ik me het beste.

En zeker toen mijn oog viel op het sterrenbeeld Orion (makkelijk te herkennen aan zijn gordel en bijhorend zwaard) overviel mij een gevoel van diepe melancholie. Ik herinner me nog goed de nacht waarop mij wegwijs werd gemaakt in de wereld der sterrenconstellaties door een vriend uit een naburige studierichting. Orion was naast de Grote en de Kleine Beer het enige sterrenbeeld dat ik me kon herinneren. Als me niet vergis staat het in een hoek van 90° ten opzichte van de Grote Beer en is het enkel in de winter te bewonderen. Tijdens mijn avonden in Kuala Lumpur heb me al een paar keer afgevraagd of je dit sterrenbeeld het hele jaar door kan bewonderen op deze breedtegraad, maar ik ben er nooit in geslaagd om het te controleren. Mijn kennis van sterrenbeelden en sterrenkunde in het algemeen is vrij beperkt en de moed ontbreekt me dikwijls om het uur van de wolf af te wachten om het te checken. Ik moet er immers vroeg uit om te sporten en te werken. Neen, het leven in Kuala Lumpur is geen vakantie. Die zal ik elders moeten zoeken. En dat zal ook wel gebeuren, wees niet bevreesd.

Ondertussen zit ik terug binnen, op mijn studentenkamertje, zoals mijn zus het vrij adequaat beschreef, ook al was het ooit haar kamer. Ik luister naar een live-cd van Pink Floyd, dus het melancholisch gevoel is nog steeds nadrukkelijk aanwezig. Ach, zo’n muziek maken ze nu niet meer, zou een makkelijke uitspraak zijn. Maar dat klinkt allemaal zo gelaten. We moeten verder, op naar de toekomst, waar verandering nu eenmaal deel van uitmaakt. En zo komt het dat mijn huis te koop staat. Vorige donderdag heb ik het tweemaal laten schatten en dat geeft inzicht in hoe het huis er ooit moet hebben uitgezien. De bovenverdieping is namelijk nogal vreemd ingedeeld, maar na het oordeelkundig inzicht van een schatter snap ik plots hoe het allemaal ooit in elkaar gepast moet hebben. Jammer genoeg is het ondertussen door het toevoegen van de o zo typische Belgische koterijen verworden tot een onoverzichtelijk geheel waarin een kat zijn jongen amper in zou kunnen terugvinden. Spinnen daarentegen hebben geen enkele moeite om de binnenkant van mijn woning te verkennen, al sterven ze soms een onverwachte dood naast de stofzuiger (zonder dat deze enige vijandige bewegingen heeft gemaakt). Ach ja, dat zijn de mysteries des levens. Maar in elke geval bracht op z’n minst één van de makelaars goed nieuws, het pand is redelijk wat waard en hopelijk komt het snel tot een verkoop. De tweede makelaar zal maandag zijn inzichten kenbaar maken en ik heb ondertussen ook nog een derde gecontacteerd. Daarenboven komen morgenmiddag potentieel geïnteresseerden langs dus wie weet is heel het makelaar gebeuren niet nodig. Al heb ik geen zin om er zelf veel tijd in te steken. Anders had ik het wel gerenoveerd en kon ik het nu verhuren. Maar we zien wel. Que sera, sera. En nu is het weer tijd om mij aan mijn werk te wijden (en het lezen van alle Harry Potter boeken, maar daarover later meer).

Groeten

Tom

 

Ach, het voelt wel goed om weer in België te zijn. De temperatuur mocht een tikkeltje kouder, maar toch. Zelfs bij 6°C voel ik me beduidend beter dan bij 36°C. Eindelijk weer eens onbezorgd buiten kunnen lopen zonder kans op een ongezonde zweetbui of een zonneslag, eindelijk weer rustig gezonde koude lucht kunnen inademen, eindelijk weer eens op de fiets in de vrije natuur rond te kunnen rijden. Ach, zelfs al hebben we een half jaar nodig om een noodregering samen te stellen, dan nog smaken de frieten en de vol-au-vent supergoed. Home is where the heart is, en het mag duidelijk zijn dat dat bij mij in mijn thuisland is. Niettemin zijn er een heleboel plaatsen en landen waar ik me goed voel, maar uiteindelijk is het toch mijn vaderland en zeker mijn geboortestad waar ik altijd graag naar terugkeer.

Vrijdagavond ben ik na een vrij goed verlopen vlucht (de tocht naar Frankfurt duurde wel een recordtijd van 13 uur) waarin ik toch een goeie nachtrust heb gehad, op de fiets gekropen om naar de zaalvoetbalwedstrijd van het ploegje van één van mijn vriendjes te gaan kijken. De heentocht ging vrij vlot (een dikke zes kilometer), maar op de weg terug kreeg ik met een vrij sterke tegenwind te kampen. Ook had ik ondertussen mijn schade qua tekort aan echte, deftige Belgische bieren (geen pintjes dus) ingehaald – al was het maar om de schabouwelijke prestatie van mijn geliefde voetbalploeg te verdring/ken – en dat zal wel een invloed gehad hebben op mijn prestaties, waarop ik niettemin zeer trots ben (en anderen met mij).

Zaterdagochtend zat ik alweer op de fiets dit keer richting Mechelen centrum om een immo-kantoor te bezoeken. Ik was een beetje te vroeg, dus kon ik nog rustig geld afhalen bij het Dexia-kantoor in de buurt. Daarna moest ik eventjes wachten alvorens men doorhad dat er iets fout gelopen was met mijn afspraak. Gelukkig had ik een kopje koffie aangeboden gekregen en dus viel het wachten wel mee. Anderzijds kreeg ik hierdoor ook de nodige informatie over het pand in kwestie en werd het meteen duidelijk dat dit niet was waarnaar ik op zoek was. De dame die zich al een paar verontschuldigd had, schreef nauwkeurig mijn wensen op, tot mijn verwondering met een potlood en beloofde mij tegen het einde van de week terug te bellen met meer nieuws. Aangezien ik daardoor nog wat tijd over had voor mijn volgend afspraak – om elf uur, bij de kapper – heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om nieuwe broeken te gaan kopen. Daarvoor moest ik tweemaal met de fiets de zaterdagmarkt oversteken. Alhoewel het marktgebeuren op zich van weinig betekenis is voor mij, kon ik niet anders dan toegeven dat het uitzicht en de geuren mij duidelijk deden beseffen dat ik thuis was. De geur van vers gebakken wafels, witte pensen en hamburgers, vermengd met de aroma’s van verse vis en authentiek snoep maakten het moeilijk om aan de verleiding deze ongezondheden te kopen en te nuttigen, maar gelukkig fietste ik sneller dan de tijd om mij over te geven aan mijn verlangens (iets wat mij niet altijd lukt).

En zo werd het zaterdagavond en tijd voor de jaarlijkse spaghetti-avond van de chiro. Traditiegetrouw had ik een groep vrienden uit Leuven uitgenodigd en dat bleek een groot succes. Het was wel een beetje chaos aangezien er meer dan 500 voorinschrijvingen waren genoteerd, maar dat kan de chirokas enkel maar ten goede komen. Nadien ben ik nog eventjes blijven plakken bij wat verderfelijke oud-leiding en nadat we op een vriendelijke doch dwingende manier verzocht waren andere oorden op te zoeken, hebben we nog een dichtbijzijnd Mechels cafeetje aangedaan om uiteindelijk net na 4 uur ’s morgens terug thuis aan te komen. Het was zeker een geslaagde avond.

Nu restte mij nog een zondag waarop ik zowel wat werk zou moeten verzetten, recupereren van mijn zware voorbije twee avonden (inclusief het nuttigen van meer dan genoeg Belgische bieren om mij een paar maanden te laten toekomen), als het vieren van een uitgesteld kerstfeestje met mijn familie waarbij we meteen van de gelegenheid gebruik maakten om de verjaardagen van mijn broer, zijn vrouw en mijn moeder te vieren. Kwestie van de schaarse momenten dat we allemaal op hetzelfde ogenblik een gaatje in onze agenda hebben tot het uiterste te benutten. Wie weet wanneer is de volgende keer, zeker door de vele reizen van mijn ouders, de wens van mijn broer om naar Zweden te verhuizen en mijn aanhoudende tripjes naar Azië. En dat verliep allemaal goed. Alleen moet ik morgen vroeg opstaan om mijn auto naar de garage te brengen. Na 21 000 km mag dat ook wel eens. En dan ga ik naar Tienen om daar wat op te ruimen en hopelijk een paar gasten te ontvangen. Maar dat zijn zorgen voor morgen…

En ondertussen weet ik ook al wie Eurosong 2008 zal winnen.

Vi ses,

Tom

Hoe snel een mens toch dingen vergeet! Ik wou het voor een keer eens hebben over iets leuks, maar ik kan me begod niet herinneren waarover het zou moeten gaan. Ik weet dat ik morgen naar huis mag – da’s een zeer heuglijk feit, dat staat buiten kijf, maar toch is het niet waarover ik wenste te berichten – daarnaast heb ik net in de bar van het hotel een mandarijn gekregen ter gelegenheid van Chinees Nieuwjaar (volgende week) en die smaakte prima, maar zelfs dat stukje fruit vol vitamine C is niet de reden van mijn optimisme. Ook ben ik erin geslaagd om de volledige hotelrekening na te kijken, te merken dat men de verkeerde kortingen had toegekend en een nieuwe rekening te krijgen met de juiste kortingen en dit zonder 5 uur te moeten wachten in een van airconditioning ontdaan kantoor; ik begin me toch af te vragen of ik ondanks mijn fysieke inspanningen geen last met Korsakov begin te krijgen… En binnenkort (na 1/2) mag ik mijn derde Hepatitis A/B inspuiting laten zetten en dan ben ik levenslang immuun (als mijn lichaam genoeg antilichamen aangemaakt heeft wel te verstaan).

Meer vitamine B dus, maar da’s voor in België. Zoals gewoonlijk mis ik België meer dan het mij mist, maar daar beginnen we aan gewoon te worden. Al mis ik in België ook het hotelleven: elke dag rustig ontbijten, en je kamer wordt gekuist wanneer jij het wilt. Nooit meer een douche uitkuisen of een toilet ontstoppen… Tja, de voordelen wegen toch niet op ten opzichte van de nadelen, tenzij misschien het feit dat je hier alles per taxi kan doen… het wordt weer de fiets van mijn vader vrees ik, da’s goed voor de conditie, als het weer een beetje meezit.

Maar terug naar het Chinees Nieuwjaar. Da’s volgende week donderdag en vrijdag. Da’s dus een enorm lang weekend en alhoewel de Chinezen hier niet echt in de meerderheid zijn, legt dit het land economisch ongeveer plat. Het gaat ook gepaard met een heel aantal tradities, zoals het sturen van nieuwjaarskaarten en het ontvangen van de jaarlijkse bonus (ang pow – gekenmerkt door de rode envelopjes). En de Chinezen kennen maar één manier van appreciatie en dat is ‘cash’. Jammer genoeg voor hen doen wij hier niet aan mee; wij zijn multicultureel, Europees geïnspireerd en belangrijkste van al: wij hebben geen geld ;-) . Onze werknemers krijgen een zeer deftig loon maar schijnen nog altijd niet te beseffen dat wij – lees: vooral Chris – enorm veel eigen kapitaal in deze onderneming hebben geïnvesteerd. Anderzijds is dat ook niet verwonderlijk aangezien het over getallen gaat die hun voorstellingsvermogen te boven gaat. Al staan ze hier dichter bij de Europese realiteit dan in bijvoorbeeld India. Maar da’s andere koek die ik zelf niet heb mogen ervaren (of liever gezegd: moeten) en voor de verhalen moet je dus bij Chris zijn.

Maar terug naar het Chinees Nieuwjaar. In Maleisië is het dan de gewoonte om te genieten van iets dat Yee Sang heet in het Maleis Chinees, in het Mandarijn wordt dat Yu Sheng, wat letterlijk ‘rauwe vis’ betekent. Het is een slaatje van groenten, kruiden en hoe kan het anders… rauwe vis, in strips gesneden. Meestal gebruikt men zalm, maar er bestaan varianten. Ik ga me er niet aan wagen, al ziet het er lekker uit (en ik heb nog een dag voor ik naar huis mag, dus wie weet).

Verder wordt dit land hier nogal geteisterd door één of ander politiek schandaal dat ik probeer te volgen maar waarin ik niet echt slaag. In de echte interessante artikels gebruiken zelfs de engelstalige kranten Maleise woorden en da’s dus moeilijk om snappen. Sommige lezersbrieven zijn zelfs in de lokale variant van het Engels en dat komt de leesbaarheid echt niet ten goed. Gelukkig heb ik nog www.standaard.be en www.gva.be om op de hoogte te blijven. Zoals ik reeds een paar keer eerder heb moeten ervaren, is het vreemd te merken dat de wereld elke dag kleiner wordt, en dat dezelfde berichten overal ter wereld dezelfde zijn. Misschien is het tijd voor een tripje naar Mars… of naar Toronto, Vancouver, Anchorage en Chicago. Ik heb eindelijk door waarover het liedje YYZ van de Canadese groep Rush over gaat… al heb ik het nog niet gecontroleerd.

Maar nu is het tijd om de evaluaties van onze meisjes voor te bereiden. Goeienacht en tot binnenkort… in België

Tom

Het mag officieel geweten zijn. Cubaanse koffie behoort tot de slechtste ter wereld. Geen idee waarom, het enige dat ik kan zeggen is dat ik er niet van hou. En bij de wereldwinkel zit er ook één cubaanse koffie in het gamma en daarvan wordt ook door iedereen gezegd dat dit voor de liefhebbers is, niet meer dan een marketingterm om aan te geven dat dit ofwel moet getuigen van een acquired taste (iets wat je moet gewoon worden), of van een zeer speciale smaak (niet zelden met een pejoratieve conotatie).

Ik zit hier in de Havana Club van het hotel alwaar we ons af en toe wel eens laten verleiden tot een glaasje whiskey aan veel te hoge prijs (drie maal zoveel dan in de winkel 50 meter verder), maar het geeft een bepaald cachet aan de avond. De business lounge sluit zo rond tienen (het uur, niet de stad) en dan is er ofwel het geblère van de filippijnse zangsensatie “5 seven” of de rust van wat zuidamerikaanse muziek en de foto’s van Che Chevara van de Havana Club, waar trouwens nooit meer dan 4 mensen tegelijkertijd plaats nemen. Vanavond zit ik hier trouwens alleen, net zoals gisteren, Chris is ondertussen terug veilig op Belgische bodem belandt, en proef voor de tweede avond op rij van de koffie. Het lijkt meer op warm water. De koffie in de lounge is veel beter. Daar staat een ultramodern Nespresso machine met de keuze uit 6 soorten koffie. En dat verschil proef je meteen. Ik lijk wel een koffieyup geworden. Tot een half jaar geleden dronk ik enkel nog koffie op restaurant en voorzien van een goeie scheut whiskey en een ruime roomkraag, maar sinds mijn aankomst in Maleisië is dat lichtjes veranderd. Gelukkig ben ik er de laatste maand in geslaagd de trent om te keren en beperkt ik mij tot 2 koppen per dag (af en toe drie) bij het ontbijt. Chris dronk tot een paar weken geleden ook enorme hoeveelheden van dit zwarte goedje, getuige hiervan de koffiefilters die nog op kantoor staan, maar sinds zijn verblijf in India, dat niet tot zijn beste herinneringen kan gerekend worden, niet in het minst door de confrontatie met de grote armoede in een miljoenenstad zoals Mumbai (of Bombay voor de kenners), heeft hij een echte afkeer gekregen van het goedje. Waarschijnlijk doet het hem te veel aan de kleur van het water van de Ganges denken.

Maar goed. Daar gaat het eigenlijk niet over. Het was een rotdag. Eigenlijk was het de bedoeling om deze laatste vier werkdagen in Maleisië rustig een aantal lopende zaken af te handelen (ook al zaten daar een paar hete hangijzers tussen, maar dat zou geen probleem mogen vormen), maar het lot besliste er anders over. In plaats van onze maandagochtend teammeeting heb ik mij bezig gehouden met het herstellen van één van onze pc’s die het plots had opgegeven (nadat onze call centre software specialist een programmaatje had geïnstalleerd, maar we zoeken geen oorzakelijk verband). Daarenboven leek onze call centre software & server de geest gegeven te hebben (net zoals vrijdag) en tegen de middag viel heel onze telefonie uit (een probleem bij Telekom Malaysia, over wie ik niks dan goeds zou willen zeggen, jammer genoeg ontbreken de woorden en de redenen om het te doen). Ondertussen hebben we dan maar heel het netwerk geherconfigureerd en achter een fysische firewall gestoken (de eerste keer dat ik zo’n ding zie) en we zijn er zelfs in geslaagd om heel ons netwerk aan te sluiten op internetverbindingen van 2 verschillende operatoren, één via ADSL (zoals Belgacom in België) en eentje via 4G (niet echt een tegenhanger in België als je het mij vraagt, maar wel heel efficiënt) en onze kantoorcamera werkt nu ook via het internet (kan je leuk volgen wat er op kantoor gebeurt, of vooral niet gebeurt als je niet in de buurt bent). Verder vroeg onze call centre mens bij elke stap mijn mening en goedkeuring, wat bij mij het vermoeden deed groeien dat hij er zelf niet al te zeer vertrouwd mee was, ofwel was het een stille revanche op het feit dat ik hem een week geleden niet geloofde toen hij ons meldde dat het benodigde besturingssysteem niet op één van onze pc’s kon geïnstalleerd worden. Uiteindelijk bleek dat we beiden gelijk hadden, maar we hebben toch een nieuwe (of een oude) pc moeten kopen om de boel draaiende te krijgen. Maar dat al dat gedoe was het 17u voor ik er erg in had – behalve mijn maag, die had het al uren door en die beïnvloedde ook mijn hersenen die plots dachten dat 17u 18u was, maar dat was na een paar minuten verwarring weer uitgeklaard.

Maar we moeten het positief bekijken, we staan weer een stap verder naar de volledige uitrol van ons kantoor, we hebben weer een paar stommiteiten ontdekt en opgelost, maar er staat nog een heleboel te wachten… en slechts 3 dagen om het te doen. Maar we weten dat we het kunnen… we hebben immers geen keuze.

Tot de volgende,

Tom

Neen, over de aanstaande verkiezingen hier in Maleisië is nog niet veel geweten, wel dat ze nakend zijn, maar een echte datum is nog niet geprikt. Ondertussen komen er allerhande schandalen bovendrijven en een aantal lijken uit de kast gevallen, maar dat lijkt overal ter wereld een bekend verkiezingsfenomeen te zijn, dus geen paniek. We zullen het wel weten als het zover is.

Anderzijds is er wel iets om trots op te zijn: de naam van ons bedrijf staat eindelijk op het paneel aan de ingang van onze kantoortoren (zie foto en kijk bij T3-7) en we hebben donderdagavond onze officiële openingsparty gegeven. We hebben pas dinsdagavond de beslissing genomen, dus veel tijd om onze gasten uit te nodigen was er niet, dus de opkomst was niet overweldigend, maar toch navenant. Tot onze grote verbazing werden we overdag een paar opgeschrikt door onze deurbel – normaal gezien verwachten we niemand die niet op voorhand aangekondigd is – en kregen we dus een paar bloemstukken ter ere van onze opening aangeboden door onze leveranciers, wat zeer geapprecieerd werd.

Alhoewel onverwacht is het wel een leuke ervaring. Nu bleef er enkel nog een feestje om te organiseren. Naar Belgische gewoonte zouden het dus een paar flessen wijn, wat frisdrank en nog wat chipjes en nootjes worden, maar onze teamleadster vond dat er ook wat meer substantiële dingen voorhanden moesten zijn, niet in het minst omdat we de mensen rond het avondeten hadden uitgenodigd. En aangezien we de lokale gewoonten nog niet ten volle beheersen, bleef er ons weinig keuze over en volgden we haar voorstel. Gelukkig vind je in het shoppingcentre vlakbij een aantal stalletjes die ‘maleise’ specialiteiten aanbieden (voorgebakken en opgewarmd indien gewenst) en dus voerden we een keure aan calamares, visballetjes en worstjes in allerlei sausjes aan, alsook een aantal soorten cake en wat speciale sandwiches. Alles werd zeer gesmaakt door onze gasten, al was het eten dat verondersteld werd warm genuttigd te worden reeds koud (we moesten het immers aanslepen rond 17u want een aantal gasten kwamen een beetje te vroeg – wat ons eigenlijk stoorde in ons werk, maar dat leek hen niet echt te storen) en volgens onze normen niet echt lekker, maar smaken verschillen, alsook tradities. In elk geval was het leuk om alle mensen die ons geholpen hadden ons kantoor op te zetten en leefbaar te maken eventjes een bedankje te geven onder de vorm van een drankje en een hapje, alsook onze klant. Jammer genoeg konden een aantal mensen door het laattijdig verwittigen niet aanwezig zijn, maar dat zal altijd wel het geval zijn. Opvallend is wel hoe bepaalde personen, net zoals in België, zich te goed doen aan eten en drinken, alsof ze thuis geen gelegenheid krijgen om dit te doen. Maar laten we daar niet te veel op ingaan. Verder is het contract met onze belangrijkste klant zo goed als rond. Een mondeling akkoord is reeds gegeven en nu moet het juridisch departement van onze klant zich nog uitspreken over de laatste wijzigingen en dan kan het getekend worden. Dan hebben we een officiële bestaansreden.

Ondertussen zoeken we natuurlijk naarstig verder naar nieuwe klanten. In Maleisië hebben we er een drietal op het oog, al betekent dit wel wat internationaal telefoonverkeer, iets waar we zeker een oplossing voor moeten zoeken. En daarnaast lijkt er nu ook een mogelijkheid te bestaan om iets in Algerije te doen. Niet zeker hoe we dit moeten aanpakken, maar dat zien we wel als het zover is.

Het is allemaal een beetje gek op de keper beschouwd, maar eigenlijk sta je daar niet meer bij stil. Je zit middenin een avontuur en je aanvaardt dat als een gegeven. We hebben drie personeelsleden waar we verantwoordelijk voor zijn – ook dat is een vreemde gewaarwording – en twee bedrijven die we financieel gezond moeten houden. Daarenboven hebben we een volledig nieuw kantoor in Maleisië en een state-of-the-art call centre applicatie en de bijhorende servers, computers en telefoons. Iets wat ik een jaar geleden niet voor mogelijk kon houden. En bovendien heb ik absoluut geen idee wat de toekomst zal brengen. We kunnen enkel het beste hopen en alles zeer nauwlettend in het oog houden. Niettemin moeten Chris en ik nu zorgen dat er wat extra geld in het laatje komt. Ons contract in Maleisië zorgt ervoor dat de maandelijkse kosten hier ter plaatste gedekt zijn, maar geenszins de investeringen in materiaal en verbouwingen en nog minder ons eigen loon. Maar we vinden wel een oplossing.

Maar da’s voor een andere keer. Binnenkort is het Chinees Nieuwjaar en dan begint het jaar van de rat. Zowel Chris als ikzelf zijn Rat, dus we kunnen dit jaar niet onder een beter gesternte inzetten.

Wordt vervolgd.

Groeten

Tom

Het heeft vandaag serieus geregend. Het was alsof de hemel volledig leegspoelde. Het geheel werd vergezeld van een melkwit lichtspel zoals ik er nog maar weinig gezien heb. Vanop ons kantoor op de derde verdieping (al weet ik niet goed of dit eigenlijk wel de derde verdieping is, de ingang ligt namelijk op straatniveau en dat heet ‘concourse’, als je dan naar boven gaat kom je respectievelijk ‘ground floor’, ‘first floor’, ’second floor’, ‘2A’ en dan pas ‘third floor’ tegen – als ik dit goed interpreteer, ligt ons kantoor dus op de 5de verdieping) had je een spectaculair zicht op het geheel. Ik was dan ook blij dat ik aan een gepland uitje kon ontsnappen, maar Chris moest erdoor om een presentatie aan onze klant te geven – die tussen haakjes dit totaal vergeten was, alhoewel hij er zelf om gevraagd had.

Maar hevige stortbuien duren niet lang, toch niet in Maleisië. Dat doet me er aan denken dat ik hoop dat het in België niet zo hard regent, ik zou niet willen dat mijn keuken weer eens te lijden heeft onder het vocht. En het laat van die vieze vlekken na, dat zou dus weer wat kuiswerk betekenen. Maar goed, dat zijn zorgen voor later.

Ik heb vandaag tijd om te schrijven, maar toch niet zoveel dingen om over te vertellen. Dat komt ervan als je teveel werkt en je enige vertier is het kijken naar de mensen in de executive lounge van het hotel (als je daar op tijd geraakt, want je bent nieuwe software aan het installeren en je installateur slaagt er maar niet in om het ding aan de praat te krijgen – en heeft in het proces ook al een van je pc’s om zeep geholpen, waardoor je weet wat je morgen te doen staat). Vrijdag was anders wel leuk – een stukje toch – omdat we dan met een Vlaming die in Singapore hebben samengezeten. Het is eens iets anders om in je eigen taal te kunnen praten over je business en hoe we hem tot dienst zouden kunnen zijn. Wordt hopelijk vervolgd. Oorspronkelijk was het plan om hem gisteren (zondag) in Singapore op te zoeken en net nadat we de bustickets gekocht hadden (de bus vertrekt hier aan het hotel), mailde hij dat hij vrijdags onverwacht naar KL moest komen om een aantal zaken te regelen. Onze tickets waren niet inruilbaar, maar het bespaarde ons een 10-uur durende trip, dus dat hadden we er graag voor over.

Ondertussen is het officieel: woensdag is ook een feestdag in KL (nog niet in heel Maleisië), maar dat betekent dat onze distributeur ook gesloten is en dus krijgen we er een extra feestdag bij (weer een). Niet echt voor onze werkneemsters, enkel de datum wijzigt van vrijdag 1 februari naar woensdag 23 januari, maar voor ons maakt het wel een verschil, daar Chris vrijdagavond naar België terugreist en ik volgende donderdagavond. De 1ste februari zouden we dus gemist hebben.

Niet dat we op onze lauweren kunnen rusten, maar het geeft ons weer wat extra tijd om bepaalde zaken voor te bereiden en uit te werken. Maar goed, tijd om te gaan slapen, al zou ik natuurlijk graag vertellen over het nieuwste model van Proton, Maleisiës autotrots. Zo trots dat ze een samenwerking met Europese automerken afgewezen hebben. Begrijpe wie begrijpe kan. De importtaksen voor buitenlandse wagens liggen hier trouwens op 100%, dus een Europese of Japanse wagen is hier echt wel een statussymbool.

Maar aangezien auto’s niet echt mijn ding zijn, ga ik maar slapen.

Jumpa lagi,

Tom

Het weekend is weer voorbij. Het lijkt alsof we heel de tijd gewerkt hebben en dat is ongeveer voor 90% waar. We hebben veel gedaan en dat is goed. Alhoewel ik even graag – of misschien liever – gewoon in mijn boek gelezen had, maar het zou tot zondagavond duren alvorens ik hiervoor de kans zou krijgen. Chris slaapt nogal veel, dus ondertussen schrijf ik wat emails en ga ik sporten. Mijn lichaam vindt dat ik me op het randje beweeg. Het doet pijn en toch net niet genoeg om te stoppen. Het lijkt ook alsof het effect heeft. Laten we hopen dat het zo blijft. Het vraagt zeker moeite en de verleidingen zijn groot, zeker nu we in de supermarkt een zak kleine tobleronetjes gekocht hebben en een zakje lekkere chocoladekoekjes. Maar tot nu toe lijkt alles goed te verlopen.

Ik eet zeer veel fruit, elke ochtend en elke avond. Enkel ’s middags gaan we op restaurant. Dan probeer ik het ook gezond te houden, maar da’s niet vanzelfsprekend. Er is een nieuw restaurant vlakbij het hotel dat specialiseert in Japanse pasta. We hebben het een kans gegeven en het moet gezegd dat het de beste pasta was die ik ooit gegeten heb. Jammer genoeg met een roomsaus dus liefst niet te veel voor herhaling vatbaar ondanks de smaak en de kwaliteit, niet in het minst van de bediening.

Vanavond lag Chris weeral vroeg onder de wol en was ik nog aan het surfen op het internet. Maar omdat mijn toetsenbord toch enig geluid maakt en omdat ik wat meer licht nodig heb om een boek te lezen, heb ik besloten de walgelijke Filippijnse zanggroep die de loungebar onveilig maakt te trotseren en daar een uurtje te gaan genieten van een koffie en een whiskietje en mijn boek. Toen ik terugkeerde, was hij tv aan het kijken. Af en toe zorgt een tussentijds uiltje voor een plots moment van wakkerheid (niet zeker of dit een echt nederlands woord is). Dat doet me er aan denken dat we gisteren scrabble gespeeld hebben: in het nederlands en het engels tegelijkertijd; dat was niet echt een succes want na amper drie kwart van de letters zaten we vast. We konden er geen touw meer aan vastknopen. Gelukkig had ik de meeste punten, dus viel het voor mij nogal mee. Oefening baart kunst echter dus moeten we het nog een paar keer proberen misschien… als er tijd is.

We hebben immers een zware week voor de boeg. Op alle vlakken. We moeten zien dat we het financiële plaatje rondkrijgen en dat het contract met Maleisië getekend wordt. Er zijn een paar obstakels te overwinnen, maar geen onoverkomelijke. Niettemin wordt het spannend.

Over twee weken mag ik weer naar huis, maar het wordt steeds onduidelijker wat dat is. Mijn huis in Tienen verkopen is één ding, mijn intrek nemen in de ouderlijke woonst een ander. Mijn kleren uitpakken als je al lang leeft vanuit een koffer is ook vreemd, en ondertussen proberen te zorgen voor een goed inkomen is weer een uitdaging. Det kommer att ordna sig, zeggen ze in het hoge noorden en da’s waarschijnlijk waar, maar het geeft toch een beetje stress. Maar geen avontuur zonder risico, nietwaar?

Tussen twee haakjes is het hier weer afwachten wanneer de verkiezingen komen en of volgende woensdag wordt uitgeroepen tot een nationale feestdag; verder wordt geen inspanning onbenut gelaten om het aantal buitenlandse werknemers te beperken, maar dat geldt natuurlijk niet voor ons. Wij werken immers niet – of toch ;-)

Laat er je slaap niet over.

Groeten

Tom

Als je hier een tijdje alleen zit, dan begin je op den duur ook veel tv te kijken. Uitgaan zou ook een mogelijkheid zijn, maar het centrum van KL ligt hier nogal ver vandaan. Toegegeven, er zijn nog andere plaatsen waar een mens naartoe kan trekken, voornamelijk shopping centra, iets wat we in België niet echt gewoon zijn. Maar ik hou mij daar liever ver van (relatief gezien). Feit is ook dat het moeilijk is om taxi’s te vinden daarnaartoe (dat gaat nog wel, want het hotel zorgt wel voor een overprijsde, maar toch vrij betrouwbare service) en taxi’s terug. De meesten hebben nog nooit van het hotel gehoord – gelukkig begin ik al een beetje de omgeving te kennen, dus kan ik ze de weg wijzen – en uiteindelijk is dat allemaal een beetje te veel moeite als je alleen bent. En ik heb een pracht van een shopping centre naast mijn zwembad liggen, dus waarom zou ik ver gaan…

Maar af en toe wil een mens wel eens alleen zijn en dan zit je dus op je kamer en dan kan je je wat amuseren met het terugzoeken van vrienden en ex-collega’s op sites zoals LinkedIn en sinds kort ook Facebook – iets wat de jongeren onder jullie al lang kennen, maar ik ben er nog maar sinds een paar weken mee in aanraking gekomen. Heb ondertussen ook al krantenartikels gelezen die beweren dat Facebook het nieuwe emailen is. De jeugd van tegenwoordig vindt emailen ouderwets – en te weten dat ik er zelf pas 11 jaar geleden mee in aanraking ben gekomen – en die doen dus alles via dat programma; ik moet toegeven dat het af en toe neiging geeft tot verslaving, maar tot nu toe blijft mijn bijdrage beperkt, ik heb nog maar 11 vrienden op het ding en veel meer hoeven dat er niet te zijn. Het heeft anderzijds wel wat, want je kan je huidige bezigheden, je gemoedstoestand, je beslommeringen en je vreugdes gewoon aan het electronische blad toevertrouwen en heel je vriendenkring wordt op de hoogte gehouden; een kind kan de was doen zouden ze in mijn tijd gezegd hebben, maar waarschijnlijk bestaat daar nu ook al een website voor.

Ik heb mij ondertussen ook geabonneerd op iTunes, een van de bijproducten van Apple en ik moet zeggen dat het aanschaffen van muziek (legaal dan wel) nog nooit zo gemakkelijk is geweest. Wat anderzijds de verleiding natuurlijk heel groot maakt om te blijven kopen. De account is gekoppeld aan mijn amex kaart en dat kan dus wel wat hebben… weer een deur die openstaat om te kopen wat je eigenlijk niet nodig hebt. En het is allemaal heel makkelijk gemaakt. Elk nummer kan je beluisteren gedurende 30 seconden en de meeste nummers kan je ofwel apart aankopen of in het kader van een heel album, alles wordt mooi bijgehouden in het programmaatje op je computer en je kan naar hartelust afspelen of kopiëren al gaat er met dat laatste wel iets mis. Kopiëren naar je iPod (ook van Apple, wat had je gedacht) is geen probleem, maar naar een andere mp3-speler lukt niet zo makkelijk. Afin, dingen om mij later mee bezig te houden.

Terug naar de tv. Sinds onze verhuis van downtown KL naar PJ zijn we een paar belangrijke tv-kanalen kwijtgespeeld. Ik kan dus de geweldige series House MD, Ugly Betty, Numbers en Desperate Housewifes niet meer volgen, ik ben dus aangewezen op DVD materiaal. Ik heb wel een paar extra zenders die ik voordien niet had, zoals NTV7 en 8TV, 2 commerciële kanalen die net zoals TV3 hun hoofdkwartier net naast het hotel hebben. Het zijn vreemde zenders omdat ze af en toe in het engels, af en toe in het chinees en af en toe in het maleis uitzenden, met ondertiteling, maar niet altijd in het engels, dus niet altijd goed te volgen. Verder hebben we een overaanbod aan nieuws- en sportkanalen, wat me dus ook niet kan boeien – en japans versta ik al helemaal niet – dus blijven er maar 2 kanalen over: ofwel HBO (home box office, voor zij die dit niet kennen) dat 24 uur per dag films uitzendt en meermaals per week dezelfde. Af en toe zit er wel iets leuk bij, maar meestal niet. Dan kom ik dus terecht bij het kanaal van de laatste toevlucht: Cartoon Network, tekenfilmpjes de klok rond. Deze zender is in België ook te bekijken, maar ik ben er allerminst zeker van of ze dezelfde progammatie aanhouden. Wat opvalt, is dat de tekenfilms toch een hele evolutie hebben doorgemaakt sinds mijn jeugd. Toen keken we naar Popeye en naar Tom & Jerry, af en toe naar de Flinstones, de Smurfen (die net 50 geworden zijn blijkbaar), Barbapapa en Calimero, Maya de bij en denk ik dat we er ongeveer zijn – oh nee, bijna Vicky de Viking nog vergeten. Allemaal heel keurige tekenfilmpjes (op uitzondering van Tom & Jerry misschien). Nu zijn we ondertussen al wat meer gewoon dankzij The Simpsons, South Park, Family Guy, American Dad en wat heb je zo nog meer. Maar op Cartoon Network krijg je echt vanalles te zien. De humor is niet zo sarcastisch als in de laatst genoemde shows, maar zit meer verdoken.

Het is altijd goed te merken dat superhelden nog steeds een belangrijke plaats innemen in het geheel. Je hebt Batman, de Fantastische 4 en zelfs het Rechtvaardige Team, dat alle superhelden bij elkaar brengt, zowel de primaire (superman, batman en nog een paar) en de secundaire (robin, catwoman, …) en zelfs die secundairen krijgen nu hun eigen show. Daarnaast heb je het geniale kleine jongetje dat in zijn ultrageheime lab, verborgen onder zijn ouderlijk huis allerlei uitvindingen produceert, of de drie domme vrienden die proberen de dag door te komen, een jonge macho die denkt dat hij het is, maar jammer genoeg zijn hersenen thuis heeft laten liggen, een verzameling ogenschijnlijk onschuldige kinderen die stuk voor stuk geheimagenten met speciale krachten blijken te zijn, een blauwe hond die schrik heeft van zijn eigen schaduw, maar toch telkens de wereld van invasies van de meest vreemdsoortige aliens moet redden, een jongen die zich dankzij zijn speciale polshorloge kan omtoveren in 10 verschillende superhelden en als klap op de vuurpijl, een serie over een tehuis voor ingebeelde vriendjes… Ik ben er zeker nog een paar vergeten… oh ja, magere hein die terecht komt bij broer en zus die elkaar constant de duvel aandoen en ga zo maar door.

In elk geval lijkt het me duidelijk dat de creativiteit in deze wereld nog niet aan het opdrogen is. En dan heb ik je nog niet eens over Disney Channel vertelt – dat kunnen we hier niet krijgen, gelukkig maar, da’s nog een snee erger. Mocht je ooit de kans krijgen, dan zal je wel inzien wat ik bedoel.

Maar goed, cartoons kijken is af en toe fun, behalve als ze de aflevering heel de tijd onderbreken. Da’s blijkbaar iets amerikaans, maar hier overdrijven ze wel. Enerzijds omdat je het verhaal helemaal kwijt bent (ik heb het getimed en kom op een onderbreking om de 3 tot 5 minuten), maar anderzijds omdat ze helemaal geen reclame uitzenden. Misschien is dat in de VS helemaal anders, maar hier krijg je zeer knappe persiflages te zien op videoclips en programma-aankondigingen, allemaal in tekenfilmthema, maar dus eigenlijk geen echte reden om een programma te onderbreken. Tenzij het misschien zo is dat de jeugd van tegenwoordig simpelweg zich zo lang niet meer kan concentreren op één en hetzelfde onderwerp. In dat geval sta ik er goed voor, want mijn voornemen om kortere teksten te schrijven in het nieuwe jaar is bij deze weer naar de vaantjes.

Goeienacht,

Tom

Terwijl ik tegen 27 km per uur door het landschap raas, maak ik mij de bedenking dat het hier wel een mooie omgeving is. Toegegeven, achter glas met een gezonde airco en een beetje vanuit de hoogte bekeken, krijg je misschien een verwrongen beeld van de werkelijkheid. Maar het moet gezegd, de open hemel, helderblauw en af en toe doorprikt door de obligatoire schapenwolk – al kan het ook een geit zijn , hier weet je nooit, zelfs niet in het engels – het dal vooraan, gevuld met veelkleurige huizen die door de milde zon scherp worden in de verf gezet, en de bergen – of zijn het heuvels – in de achtergrond die het geheel een omsloten, maar anderzijds ook gevarieerde atmosfeer meegeven. In het dal liggen aan de ene kant enorme huizenvelden, allemaal één voor één hetzelfde. Bij ons in België zou zoiets nogal snel bestempeld worden als een sociale woonwijk, maar hier zijn het de huizen van de rijke middenklasse; soms volledig omwald en met eigen bewakingsdienst en sportcomplex(je). Halverwege de hemel – ik vermoed dat men in de Koran eenzelfde concept hanteert – vind je een paar helderwitte hoogbouwen, die de zon maar al te graag weerkaatsen en mediterraan aandoen. Een beetje naar links zie je het hele shoppingcentre van bovenuit. Een langgerekte blok beton met een mierenstroom van auto’s die af en aan rijden. Een beetje verder ligt het volgende shoppingcomplex, IKANO Powerstation – vraag me niet waarom dat zo heet, misschien heeft het iets met de oorspronkelijke invulling van het complex te maken – dat via een paar bovengrondse tunnels gekoppeld is aan The Curve, nog zo’n vreemde shoppingcreatie, waarbij je je niets kan voorstelling als je er zelf niet geweest bent. En het geheel is overgoten, of moet ik zeggen: ondergraven, door het ultieme shoppinggebeuren IKEA, waarvan de indeling verdacht veel lijkt op die van de inplanting in Zaventem. Ik moest niets zoeken, ik vond het alsof ik geleid werd door een goddelijke hand, of de geest van de heer Ingvar Kamprad. Zelfs op de evenaar is de invloed van deze Noordse zakenman voelbaar. Ook het eten smaakt exact hetzelfde en ook hier zie je honderden mensen af en aan slepen met Billy’s en meer van dat eerste woning campeermateriaal. Nu wil ik absoluut niet denigrerend doen over IKEA meubelen. Mijn huis staat vol met meubelen die ik ofwel gekregen heb, ofwel gekocht heb in IKEA. Ze hebben zelfs de verhuis van Mechelen naar Tienen overleeft. De volgende keer hoeven ze echter niet meer te vrezen. Tienen wordt vermoedelijk hun laatste rustoord.

Dertien en een halve kilometer later geef ik er de brui aan. Ik ben trots op mezelf, zo snel heb ik nog nooit gefietst. En het had me wat zelfovertuigingskracht gekost om het vehikel vandaag te bestijgen. Gisteren had ik een of andere goedklinkende en gewetenssussende reden verstek laten gaan, maar ik wist dat dit geen gewoonte mocht worden. Gelukkig was het lek in het plafond dat mij vrijdag verhinderde om te fietsen – ben dan maar gaan lopen, maar da’s niet echt mijn ding – gedicht in tegenstelling tot het gat in het plafond. Later zou ik me afvragen of ik mezelf niet een beetje geforceerd heb. Waarschijnlijk wel en dat voel ik nu. De stijfheid – gelukkig nog geen rigor mortis – begint zich te laten voelen. Dat wordt morgenochtend weer heel wat wilskracht, maar anderzijds weet ik ook dat de beste manier tegen stijve spieren de oefening is. Pff, het leven kan soms moeilijk zijn.

Verder moet ik ook iets vinden om te eten. Vandaag geen Dave. Dat had ik mezelf beloofd. McDonalds dan misschien. Af en toe klinkt dat zeer verleidelijk, maar uiteindelijk weet je toch dat je het zal beklagen en ik besluit mijn geweten een stap voor te blijven. Misschien tijd om het Italiaanse buffet in het restaurant in de benedenverdieping eens te proberen. Mmm, interessant, maar niet echt Italiaans, toch niet meer dan toen ik half december er ook eens een avondje gepasseerd heb. Nieuw is wel het Fruit Flambé dessert dat ze live aan je tafel komen maken. Niks speciaals hoor, maar een beetje show is altijd meegenomen, zeker als je daar alleen zit. En voor 4 euro kan je niet echt klagen.

Ik heb het buffet nogal snel afgehandeld. Heb wel wat pasta gegeten en een paar stukjes chocoladedessert, maar ik had genoeg. Bij het buitengaan krijg ik nog een papieren zak toegestopt. Da’s ook de eerste keer. Op mijn kamer aangekomen maak ik het vreemde pakketje open. Door een onhandige handeling was het in de lift al eens in contact gekomen met de vloer, dus ik hoopte maar dat er niks breekbaars in zit. En dat was het ook niet. Het was een brood. Inderdaad. Een brood. Dat zal ik morgen mee naar kantoor nemen, misschien dat de meisjes het willen verorberen tijdens de lunch…

Terwijl ik dit schrijf, is de muziek die me gedurende 2 uur het leven zuur maakte weggeëbt. Niet dat de muziek zo luid stond, maar de bassen gingen door muur en glas. Het was het verjaardagsconcert van één van de Maleise commerciële zenders (8TV), die toevallig kantoor houden in het gebouw naast dat van ons. En ze hebben het shoppingcentre gebruikt om een rockfeestje te bouwen dat je live op tv kon volgen. Pff, zo’n slechte live optredens heb ik nog nooit gezien. Maar ik kijk dan ook niet veel naar live optredens…

In elk geval is het nu voorbij en is de rust weergekeerd en kan ik rustig naar mijn eigen muziek luisteren terwijl ik dit schrijf. Middernacht komt er weer snel aan en dan is het tijd om onder de lakens te kruipen. Het wordt een drukke week, want we moeten ons contract eindelijk eens afwerken en ondertekend krijgen. En dan is er India nog, waar Chris momenteel verblijft in niet al te beste omstandigheden. De kloof rijk-arm is daar blijkbaar honderden keren groter dan hier. Maar goed, da’s voor een andere keer.

Goeienacht,

Tom

Om je een idee te geven van het aantal officiële feestdagen in Maleisië, hieronder een lijstje (enkel geldig voor de staat Selangor).

Date

Description

1/01/2008

New Year’s Day

10/01/2008

Awal Muharam

23/01/2008

Thaipusam

7/02/2008

Chinese New Year

8/02/2008

Chinese New Year

20/03/2008

Prophet Muhammad’s Birthday

1/05/2008

Labour Day

19/05/2008

Wesak Day

7/06/2008

Birthday of SPB Yang di-Pertuan Agong

31/08/2008

National Day

17/09/2008

Nuzul Al-Quran

1/10/2008

Hari Raya Puasa

2/10/2008

Hari Raya Puasa

27/10/2008

Deepavali

8/12/2008

Hari Raya Qurban

11/12/2008

Birthday of Sultan of Selangor

25/12/2008

Christmas

29/12/2008

Awal Muharam

 

Groeten,

Tom

Maleisië is een multicultureel land, zelfs in die mate dat ondanks de islamitische ondertoon, er vrij veel kan en mag (met uitzondering voor de moslims wel te verstaan). De regering, geleid door een partij die eigenlijk een kartel is tussen de voortrekkers van de drie bevolkingsgroepen (Malay, Chinees en Indisch) doet verwoede pogingen om de kerk in het midden te houden – in Oost-Maleisië, op het eiland Borneo, is er zelfs een christelijke minderheid. De laatste weken worden wel verregaande pogingen ondernomen om deze zogenaamde eenheid te doorbreken. Een bepaalde vereniging die beweert de Indische belangen te vertegenwoordigen, houdt regelmatig clandistiene betogingen om het lot van de Indiërs in dit nog-net-wel-een-ontwikkelingsland te verbeteren. Jammer genoeg worden ze verweten aan stemmingmakerij te doen en zelfs de Indische poot van de regeringspartij neemt afstand, alsook de Indische regering.

Maar het lijkt wel te kloppen dat dit de eerste tekenen waren van een electorale strijd die binnenkort in alle hevigheid zal losbarsten. Alhoewel er nog geen exacte datum bekend is, wordt verwacht dat de parlementsverkiezingen niet lang meer op zich zullen laten wachten. En niet lang betekent hier eerder kort: men spreekt van weken, niet tot de bekendmaking, maar tot de stemming zelf. De kranten staan al weken vol van berichten dat de electorale lijsten eindelijk uitgezuiverd zijn en ontdaan van dode mensen en andere bedriegers. Het kan nog interessant worden, zo’n verkiezing in een semi-ontwikkelingsland.

Verder is hier net het nieuwe schooljaar begonnen en ook dat gaat niet onopgemerkt voorbij. Probleem ligt bij het aangekondigde kosteloze onderwijs vanaf dit jaar… of toch niet. En dat leidt tot verwarring en het doorschuiven van de zwarte piet. De minister van onderwijs lijkt daar vooral in bedreven. En nu klagen de scholen dat de minister zijn verantwoordelijkheid niet opneemt en dat zij louter bevelen uitvoeren. Het is amusant de lezersbrieven te lezen, maar eigenlijk is het een zeer serieus probleem. Maleisië is en blijft een land op minstens twee snelheden.

Maar terug naar het multiculturele. Meestal hebben de verschillende bevolkingsgroepen niet veel positiefs voor elkaar over: de Malay zijn lui en worden bevoordeeld door de regering, de Chinezen denken enkel aan geld en de Indiërs aan de gemeenschap… en aan geld. Maar deze smeltkroes heeft ook zijn voordelen, zeker als het aan komt op officiële feestdagen. De Islam is de godsdienst die het meest gepraktizeerd wordt, maar ook de Chinese feestdagen (zonder enige koppeling met religie) alsook sommige Hindu feestdagen en zelfs sommige christelijke dagen geven aanleiding tot een dagje vrij. Dat geeft dus op 6 weken tijd aanleiding tot 3 nieuwjaarsfeestjes: 1 januari, 10 januari en 7-8 februari. Mogen we daarbij niet vergeten dat er in Selangor – de staat waarin we ons nu bevinden – op 23 januari nog een Hindu feest gevierd wordt in de Batu Caves (niks om als toerist naartoe te gaan, tenzij je masochistische trekjes vertoont of suicidaal bent en de kans wil lopen niet levend terug te keren) wat je blijkbaar op internet live kan volgen. Maar de mensen in Federal Territory komen ook niks te kort, zij mogen immers op vrijdag 1 februari thuisblijven.

Wist je trouwens dat Alaska de grootste staat van de VS is en tevens ook de minst dichtbevolkte? En dat alhoewel Anchorage met zijn kwart miljoen inwoners de grootste stad, Juneau de hoofdstad is die slechts een 30 000-tal inwoners heeft? Maar dit terzijde.

Mijn goede voornemens voor 2008 zijn terug gezonder eten en meer sporten en ik moet zeggen dat het wonderwel aan het lukken is. Toegegeven, we zijn nog maar anderhalve week ver, maar de tendens is gezet. Ik ga elke ochtend uitgebreid ontbijten en probeer daarbij een gezonde mix van vezels en fruit naar binnen te werken. Ook stap ik elke ochtend op de fiets en doe een tochtje van een dikke 13 km alvorens te gaan werken. Maar als ik niet in het hotel eet, kom ik meestal terecht bij Dave’s. Aangezien mijn werk mijn flexibiliteitsvermogen – neologisme? – tot het uiterste drijft, ben ik voor de rest nogal autistisch en kom ik algauw bij dezelfde restaurants (misschien beter: restaurant, enkelvoud) uit. En Dave’s is nu zo’n voorbeeld van hoe het wel kan. Lekker, vrij snel, goede bediening die weet dat Europeanen op een andere manier eten dan Aziaten (niet alle schotels tegelijkertijd, nieuw bestek tussen de verschillende gangen, …) en een vrij lage prijs, ook voor de wijn, wat wil een mens nog meer? Ik kan het je niet zeggen. Natuurlijk is de verleiding groot om bij Burger King, McDonalds of TGI (Thank God It’s) Friday langs te gaan – niet echt ;-) .

Al blijf ik verlangen naar zowel de verfijnde als de boerenkeuken uit het Vlaanderenland. En zelfs de macaroni met kaas en ham (met light kaas en andere ingrediënten van die strekking) smaakte geweldig goed (met dank aan mijn moeder). Begin februari kan ik daar weer met volle teugen van genieten. Ik kijk er al naar uit.

Jumpa Lagi,

Tom

Alweer een woord met historische betekenis, deze keer vooral geassocieerd het Amerika van begin vorige eeuw, alhoewel dat zoiets ook bijvoorbeeld in Zweden deel uitmaakt van het geschiedkundig erfgoed. Maar aangezien ik me op dit moment – al is dit weer een ambigu gegeven, op het moment dat ik dit ervaar, ben ik nog ter plaatse, maar op het moment dat ik dit aan het electronische blad toevertrouw, ben ik alweer terug thuis – in Thailand bevind, heeft het dus weinig met het verleden – en ook niet met het heden – van de linkerkant van de aardbol te maken. Feit is dat er op zondag parlementsverkiezingen zijn in Thailand – Thailand is een koninkrijk – en dat heeft in die zin belang dat het de eerste vrije verkiezingen zijn sinds de geweldloze militaire coup van anderhalf jaar geleden. Het fijne weet ik er niet echt van. Behalve wat de gevolgen zijn voor de plaatselijke bevolking en de toeristen als het aankomt om het gebruiken van alcoholische dranken. Het is namelijk de wet voorschrijft – en dit is geen nieuwe wet, maar ik kom er nu voor het eerst mee in aanraking – dat er vanaf de vooravond voor de verkiezing 18u tot het einde van de verkiezingsdag geen alcohol mag verkocht worden, noch in winkels, noch in cafés, bars, pubs en ook niet in restaurants. Niet erg handig dus want de verkiezing is op een zondag en dus leg je heel het uitgangsleven op zaterdagavond plat. En net nu ik van plan was om een stapje in het veelbesproken Bangkokse uitgangsleven te zetten.

Niet dus, misschien was het ook een welkom excuus om gewoon lekker binnen te blijven in het hotel dat alles heeft en waar het eten lekker is en de bediening goed. De dame die me uitlegde dat het drankverbod niet ingevoerd was omdat er door overdadig drankmisbruik relletjes zouden ontstaan, maar omdat in vroeger tijden de politici drank kochten om de stemmen van de kiezers te ronselen – drank is in Thailand ook vrij duur, alhoewel het vrij inconsequent is, zo is een amaretto goedkoper dan een glas wijn – vertelde me ook dat ik in het hotel via room service wel aan drank kon geraken, mocht ik dat willen. Andere alternatieven waren ook de minibar of op voorhand zelf drank gaan kopen. Ook tijdens het cocktailuurtje (van 18u tot 20u) in de executive lounge op de 22ste verdieping zou het mogelijk zijn om onder de toonbank intoxicerende dranken te verkrijgen en dat bleek ook zo te zijn, zelfs minder verhuld dan ik vermoed had. Ook het inschenken van de drankjes gebeurde op een weinig verhullende manier. Het enige verschil met de dag ervoor was dat de flessen niet op een rijtje stonden uitgestald. Blijkbaar werd er geen controle verwacht in de lounge ;-) In elk geval een geruststelling dat ik niet de nacht slapeloos zou moeten doorbrengen omwille van allerhande ontwenningsverschijnselen! Maar echt sfeer was er niet in de bar, dus heb ik me nadien teruggetrokken in mijn kamer, alwaar ik eventjes mijn broertje gebeld heb die kerst in de provence doorbrengt. We beginnen echt een internationale familie te worden.

Maar ik zal dus kerst met het overblijvende deel van de familie in de ouderlijke woonst doorbrengen, als mijn terugvluchten allemaal voorspoedig verlopen. En aangezien ik dit schrijf vanuit het ouderlijk huis kan ik bevestigen dat alles redelijk goed verlopen is. Er zijn steeds zaken voor verbetering vatbaar, maar door de band genomen viel alles nog mee. Wat wel opvalt, is het grote verschil tussen Aziatische en Europese luchtvaartmaatschappijen en luchthavens. De terugvlucht, alhoewel geboekt onder Lufthansa, werd uitgevoerd door Thai Airways International en dat was echt wel goed. Daar krijg je echt eten en goed – zelfs als je een speciale maaltijd besteld zoals ik, calorie- en vetarm. Het gewone menu zag er ook verleidelijk uit, zelfs in die mate dat ik eventjes begon te overwegen om toch een gewone maaltijd te vragen, maar ook de speciale maaltijd was lekker en uitgebreid met veel gezonde groentjes en fruit en in olie gebakken aardappeltjes en witte vis die niet te veel gegaard was. Ik heb zelfs mijn eerste ervaring met een black russian achter de rug en ik moet toegeven, het smaakt naar meer. Er was wel eventjes een vreemde situatie omdat de stewardess moest toegeven dat ze niet meer wist hoe dit gemaakt werd… en ik wist het ook niet, want ik had maar op goed geluk iets van de aperitieflijst gekozen. Blijkbaar is het een mengeling van vodka en khalua, een vrij stevige cocktail, maar met genoeg ijs echt wel verslavend. Ik heb me wel beperkt door eentje. Er waren immers nog een aantal wijnen en cognacjes te proeven en uiteindelijk mag je op zo’n vlucht niet te veel drinken, da’s niet goed voor je gestel – wanneer eigenlijk wel? – waar deze raad slaan we voor een keertje niet in de wind.

Ondertussen ben ik dus thuis – in mijn geboortestreek – en het is hier koud. Fijn! Hopelijk ben ik snel over mijn jetlag over en dan kunnen we bijna 2 weken genieten van België, alhoewel ik het reilen en zeilen in Maleisië moet opvolgen en ondertussen ook moet proberen mijn huis in Tienen op te ruimen en leeg te maken, zodat het te koop gezet kan worden. Maar we zien wel.

Zalig kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar.

Ik vertrek terug oostwaarts op 4 januari, dus vanaf dan krijg je zeker nieuwe berichtjes.

Groeten

Tom

Neen, dit is geen vies Aziatisch scheldwoord en het is ook niet de naam van nog eens een bedrijfje dat ik zou opgericht hebben. Het is wel de naam van een stad zo’n 85 km van Bangkok. Inderdaad, ik zit weer in die contreien. De vlucht naar huis met Lufthansa stopt in Bangkok en ik dacht van de gelegenheid gebruik te maken om deze grootstad een tweede kans te geven. En ik moet zeggen dat het best meevalt. Ik heb het dit keer ook een beetje anders aangepakt en mijn verwachtingen waren ook anders. Dat helpt.

Ik heb hetzelfde hotel genomen als vorige keer en het viel nog beter mee dan vorige keer. De kwaliteit van het eten is constant en goed en zo ook de kwaliteit van de service. Die is er op bepaalde punten op vooruit gegaan. Je kan nu het transport van en naar de luchthaven op je kamer laten boeken, iets wat vorige keer nog niet kon. Daarenboven is de service beduidend goedkoper geworden: van 1500 Baht naar 1100 Baht, toch zo’n 8 euro.

Maar terug naar het onderwerp van mijn verhaal. Een goede vriend had me al een paar keer gezegd dat ik Ayutthaya moest bezoeken en dat me dat zeker zou bevallen. Helemaal anders dan de grootstad en veel rustiger. Alleen had ik geen zin om dit op mijn eentje te doen. Mijn vriend raadde me aan de trein te nemen en dan plaatselijk een gids te vinden, maar ik hou van iets meer structuur in mijn vakantie en zeker in een land waar je geen enkel bord kan lezen, waar de bevolking een soort Engels spreekt dat een onophoudelijke inspanning vraagt om het te begrijpen en waar de temperaturen elke dag de pan uit swingen, zeker ten opzichte van mijn geprefereerde omgevingsfactoren. Daarenboven wou ik een ervaring als vorige keer vermijden. Toen werd ik constant door mijn chauffeur gevraagd of ik niet geïnteresseerd was in een kleermaker, in juwelen, in andere prullaria en zelfs massages. Maar goed, het internet was mij gunstig gezind en ik vond één touroperator die mij een dagtocht naar bovenvermelde stad kon aanbieden. De weinige recensies die ik over het tripje vond, waren positief, dus ik waagde mijn kans. Het reisbureau in kwestie werd uitgebaat door een aantal Nederlanders, dus dat geeft een zekere vorm van vertrouwen – in Azië toch.

Tochtje geboekt en afwachten maar. Om 7 uur ’s morgens zou ik worden opgehaald. Gelukkig begint het ontbijtbuffet in het hotel om 6 uur, ook tijdens het weekend en blijkbaar was ik niet de enige die op pad ging. De ontbijtzaal zat volledig vol. Snel een kommetje cornflakes en een glaasje guave-sap gedronken (groen guavesap, wat veel lekkerder is dan paars guavesap, maar toegegeven, geen van beide ziet er echt smakelijk uit op het eerste zicht) en daar stond de gids al klaar. Ik werd opgehaald door een minibusje en dat bleek ook het vehikel te zijn waarmee we ons tripje zouden maken. We waren met 7 toeristen en we vertrokken om 7 uur. Volgens onze gids was dat dus dubbel geluk, want 7 is ‘a lucky number in your country’. In Thailand is dat het nummer 9 en in China het nummer 8. Ik heb trouwens het antwoord gevonden op een vraag die ik me tijdens mijn vorig bezoek stelde. Toen viel het op dat zeer veel mensen geel droegen. Blijkbaar heeft elke dag hier zijn eigen kleur en de kleur van maandag is geel. Het was ook op een maandag dat deze overvloed aan één kleur mij opviel. Daarbij komt nog dat de huidige koning van Thailand geboren is op een maandag, vandaar dat geel ook het respect voor de koning uitdrukt. Maar dit geheel terzijde.

We zouden 6 bezienswaardigheden aandoen tijdens onze tocht waarna we een Thaise lunch zouden aangeboden krijgen – die eigenlijk niets zou blijken voor te stellen, maar goed, we hadden honger en het was eetbaar en inbegrepen in de prijs (1050 Baht is echt een spotprijs) – en dan nog een laatste stop zouden maken in Bangkok – inderdaad één of andere zijde-markt – maar uiteindelijk zou ik hieraan ontsnappen omdat mijn medereizigers op andere markten afgezet wilden worden en de gids mij dus kwam vragen of ik geïnteresseerd was, een vraag die ik met een duidelijke neen beantwoordde. Ik heb hier geleerd dat je geen nuances mag gebruiken in het Engels. De tocht werd een onverhoopt succes, ook al omdat we door het lage aantal deelnemers sneller dan gemiddeld konden vertrekken waardoor we de grote stroom van toeristen voor waren. We kwamen namelijk om 8 uur toe op onze eerste bestemming, 1 minuut na openingstijd. Toen we een dik uur later vertrokken, trokken de horden toeristen vrolijk rond door het zomerpaleis dat we net met een golfwagentje bezocht hadden. Het zomerpaleis (Bang Pa-In) is een goed onderhouden park, niet al te groot en bevat een 6-tal gebouwen of bouwwerken in evenveel stijlen. Er is een Italiaanse brug, een Thais pavillioen, een Chinese tempel, een Zwitsers chalet, een Europese woning (waar de koning soms verblijft en gevuld met dure authentieke meubels die mij nogal art nouveau overkwamen, maar ik ben absoluut geen kenner) en een Cambodjaans bouwwerk. Ik dacht het tripje eerst te voet te doen, maar kreeg een lift aangeboden door 2 van mijn medetoeristen, een koppel Koreanen, IT en telecommunicatie proffen, die genoten van een lange grote vakantie (2,5 maanden). En uiteindelijk was dat een goed idee, want alhoewel het nog maar kwart voor negen was, begon de zon al behoorlijk te branden.

Iedereen terug het busje in en op naar de volgende stop: Ayutthaya, 19 km verder. Ayutthaya is een moderne stad en een oude stad. Gedurende 400 jaar was het de hoofdstad van Siam / Thailand totdat het verwoest werd door het Birmaanse leger, die daar wel een paar pogingen verspreid over vele tientallen jaren voor nodig hadden. Tijdens de verovering van de stad zijn heel veel oude tempels en paleizen verwoest. Ook de boeddha’s werden onthoofd. De stad staat op de lijst van het UNESCO werelderfgoed en de Thaise regering doet onophoudelijk inspanningen om de site te restaureren. Maar eens je de plek bezocht hebt, snap je dat dit een werk van zeer lange adem is. Maar het levert wel mooie plaatjes op (die je op mijn fotosite kan bekijken zoals gewoonlijk).

We bezochten de voornaamste plaatsen en keken naar de liggende boeddha, de boeddha in de boom, het koninklijk paleis en de olifantenschow. We bezochten ook nog een grote tempel. De namen van al deze plaatsen kan ik niet onthouden, de Thaise taal zit nog niet in mijn geheugen. Het kost me al moeite genoeg om de naam van de stad te onthouden. De Thaise taal is trouwens niet makkelijk om te leren. Het begint al met een moeilijk te ontcijferen alfabet en daarbij komt nog dat het een speciaal type van taal is waarbij klinkers impliciet zijn en afwijkingen van deze standaardklinker op meerdere manieren worden aangegeven. Ik heb nog niet de tijd genomen om er mij echt in te verdiepen, misschien komt dat ooit nog. Vooruitziend als ik ben, heb ik wel foto’s genomen van alle naambordjes, dus hier komen wat namen die je eens kan googlen mocht je meer informatie willen: Wat Yai Chaya Mongkhol, Wat Mahathat, Royal Elephant Kraal, The Royal Palace (met de ruïnes van Wat Phra Si San Phet) en Phra Mongkhon Bophit.

Bij het bezoek aan de ruines van het koninklijk paleis werd ik ook nog aangesproken door twee Thaise studentes die voor het vak Engels als practische opdracht het interviewen van toeristen hadden gekregen. Alles was goed voorbereid en het hele gesprek werd op band – of wat daar tegenwoordig voor gebruikt wordt – opgenomen en maar goed ook, want ik denk dat de meisjes niet alles begrepen hebben wat ik te vertellen had. Na een tijdje vroegen ze me ook om trager te spreken, alhoewel ik volgens mijn eigen mening niet zo snel sprak en veel moeite deed om geen moeilijke woorden te gebruiken, iets wat bij 35°C niet zo moeilijk was. Ik heb een vermoeden dat de meisjes nog een lange weg af te leggen hebben, want de helft van de vragen snapte ik pas na 3 keer herhalen en herformuleren (door mij dan), maar ik vind het goed dat zo’n opdrachten gegeven worden en dat ze de durf hebben om wildvreemden – farang dan nog – zo aan te spreken. Ik zou het niet kunnen (taalkundig gezien is het woord ‘durven’ waarschijnlijk beter op zijn plaats).

Acht uur en anderhalve liter water later sta ik weer op mijn hotelkamer. Ik ga liggen. Ik moet eventjes uitrusten. Ik luister ondertussen naar Music For Life op stubru.be en kijk naar wat Thai Boxing op tv. Daarna neem ik een douche en ga ik iets eten. Dat moet voor 18u gebeuren, maar da’s een ander verhaal.

Sawadee,

Tom

Of toch wel. Altijd positief blijven is mij verteld ;-) Al begint de vermoeidheid te wegen. We hebben het hele weekend doorgewerkt, maar waaraan is niet altijd duidelijk. Integenstelling tot het feit dat we allebei dringend nood hebben aan een portie Europa en bij uitbreiding een goeie hoeveelheid thuis (familie zelfs inbegrepen, zo erg is het ;-) ). Chris is vandaag eventjes over en weer naar Seoel en dat zal ook niet in zijn koude kleren gekropen zijn. Zijn vlucht is vannacht om half twee vertrokken om rond 9 uur des morgens op Incheon aan te komen – het sneeuwt trouwens in Zuid-Korea, een groot verschil met de eeuwige tweeëndertig graden van West-Maleisië – en om 18u zat hij alweer op het vliegtuig richting hierheen waar hij ergens rond middernacht verwacht wordt. En morgennacht zit hij opnieuw op het vliegtuig, dit keer huiswaarts. Van zijn laatste 3 dagen in Azië al hij er dus 0 nachten geslapen hebben, maar dit geheel terzijde.

Ons kantoor is af en er staan foto’s op de fotosite. We zijn er best wel trots op. Helemaal af is het natuurlijk nog niet, maar het is bewoonbaar en met één dag vertraging zijn we sinds vandaag officieel operationeel. Al is dat maar hoe je het bekijkt. Telecom Maleisië was vergeten onze internetlijnen te verhuizen, alhoewel 2 weken geleden aangevraagd en aangezien het hier over ADSL verbindingen van nog slechtere kwaliteit dan die van Belgacom gaat, betekent dat dat je eerst je telefoonlijn moet verhuizen en dan pas kan je de aanvraag doen om ook je internet te verhuizen. We spreken hier ook over een maximale snelheid van 2Mbs, iets wat in het thuisland gelijk staat met het te voet de informatie gaan ophalen bij de databoer. Maar dat hebben we gelukkig kunnen omzeilen doormiddel van een 4G internetverbinding van weliswaar slechts 1Mbs, maar het werkt en we hebben er vandaag heel de dag met 4 computers op gesurft en dat ging prima ook al gebeurt onze volledige verwerking via dit medium (onze programma’s draaien dus niet lokaal). Tijdens de middag heeft het beestje wel 45 minuten uit gelegen, maar dat nemen we er dan maar bij. 4G is nog altijd een nieuwe technologie en je kan daar niet van verwachten dat ze altijd perfect werkt; integenstelling tot een ISDN PRI lijn die al jaar en dag verschillende call centres doet draaien. Behalve hier dus klaarblijkelijk.

Nadat onze leverancier van het call centre systeem zaterdag en zondag een tijdelijk systeem had geïnstalleerd en geconfigureerd (ons uiteindelijk systeem staat al twee weken bij de douane in Singapore te schilderen) en we zelfs een paar gesprekken hebben kunnen voeren, viel het ding volledig uit. En neen, het was niet te wijten aan het call centre systeem. De ISDN lijn was klaarblijkelijk niet stabiel. Gisteren ging het beter, maar vandaag rond 15u15 weer hetzelfde liedje. De helpdesk kon ons niet helpen, toch niet binnen de vier uur (en om eerlijk te zijn heb ik nog altijd geen antwoord ontvangen alhoewel hun eigen deadline al 2 keer overschreden is) en onze commerciële contactpersoon gaf helemaal niet thuis. Wel ambetant als je je klanten moet te woord staan en je hen ’s morgens net verteld hebt dat je een nieuw telefoonnummer hebt, waar je nu gewoon een overbezettoon krijgt als je er naar belt.

Rond 17u werkte alles plots terug; al is plots veel gezegd; ik heb wat zitten spelen met wat draden en een paar dingen proberen te resetten en dat leverde uiteindelijk resultaat op, of zo wens ik toch te denken. We hadden ondertussen onze klant laten weten dat we enkel via gsm bereikbaar waren, maar het is een opluchting terug gewoon te kunnen werken. Hoe lang het duurt, zullen we moeten afwachten en we mogen ondertussen – hoe moe we ook zijn – beginnen denken aan alternatieven en fall back systemen al dan niet bij andere leveranciers.

Maar dat zijn dingen voor morgen. Nu ga ik eens goed slapen, ttz tot Chris binnenkomt en dan zal het weer babbelen worden, of net niet, hangt er van af hoe zwaar de oogleden op dat ogenblik zijn en hoe uitgeblust de hersenen. In elk geval wordt morgen onze laatste echte werkdag in Maleisië, toch voor dit jaar. Dit betekent niet dat we in Europa niets meer te doen hebben, we moeten alles hier goed opvolgen, maar het zal toch anders zijn. 10 000 km afstand helpt wel om alles vanuit een ander perspectief te bekijken ;-) .

Slaapwel en tot de volgende,

Groeten

Tom

Hmm, misschien een vreemde titel en lichtjes sarcastisch als je weet dat een aantal delen van Maleisië te kampen hebben met overstromingen te wijten aan de moesson. Anderzijds voelen we ons op dit ogenblik op het werk ook als vissen in een bokaal. Letterlijk en figuurlijk. We zitten daar nu zichtbaar voor jan en alleman en hebben geen privacy meer. Maar dat zal snel veranderen. Hopen we toch. Ons kantoor is bijna klaar, ik hoop morgen foto’s op de site te kunne plaatsen, maar alles is nog niet operationeel. Wat had je gedacht!

Op het laatste ogenblik blijkt dat we een aantal belangrijke dingen ontbreken en na een beetje aandringen lijkt het dan weer geen probleem te zijn. In elk geval is er genoeg twijfel en verwarring om ons te waarschuwen de huid van de beer niet te verkopen alvoren hij geschoten is. Lijken vallen er met hopen uit de kast, maar een beer is er dus vooralsnog niet bij.

We kunnen enkel maar hopen en druk zetten op onze leveranciers. En die hebben soms wat aanmoediging nodig, ook al werken ze het hele weekend door. Ondertussen leren we weer wat bij over telecommunicatie en installeren we onze nieuwe pc’s. Jammer genoeg kunnen we niet op internet – of misschien toch een beetje via een 4G-internet oplossing die we ons eventjes hebben aangeschaft. En die redelijk lijkt te werken, behalve als je naar de site van de Standaard wil surfen. Met Telenet had ik eerst ook problemen, maar dat lijkt voornamelijk aan Windows te liggen. Onze nieuwe pc’s hebben Vista en daar lukt het niet mee. Ikzelf draai nog op XP en dat werkt prima. Ik mag dus niet klagen…

Gisteren zijn we bij wijze van experiment eens naar Ikea gereden, dat trouwens maar een paar kilometer van ons hotel verwijderd ligt. Köttbullar met lingonsylt en potatismos… neen, het waren fritten. Voor de rest alles authentiek, met als voorgerecht gravlax en als nagerecht een echte mazerin en een stukje daim-taart (die overigens niet echt in mijn smaak viel). Ach, the world is flat – af en toe toch. Je kan nu je huis waar ook ter wereld identiek inrichten, als je maar naar Ikea gaat. Grappig is wel te zien dat het zelfafruimconcept dat zo ingeburgerd is in Zweden hier totaal genegeerd wordt. De mensen worden wel aangespoord om hun dienblad in de trolleys achter te laten, maar ik denk dat we gisteravond de enigen waren die het daadwerkelijk gedaan hebben… en we werden nog vreemd bekeken ook. Daarna zijn we nog eventjes langsgelopen in de Ikea voedingswinkel, maar het assortiment was beduidend kleiner dan in België. Zo is er geen alcohol te verkrijgen en ook rendiervlees en de honderden soorten ABBA-haring staan niet in de rekken. Jammer. Wel vonden we de engelstalige versie van het IKEA-kookboek en dat hebben we dan meteen maar gekocht als kerstgeschenk voor onze drie werkneemsters. Ze houden alledrie van koken en wij houden van Zweden, dus dat komt goed uit. Verder hebben we in het IKANO-Powerstation (wat een vreemde naam voor een shoppingcentre) nog kunnen genieten van een heuse Maleise kerstshow (met dansende kerstmannen en kerstelfen van beider kunnen) en hebben we nog eventjes rondgewandeld in The Curve, alweer een winkelcomplex, aan de overkant van de straat, maar verbonden met een bovengrondse brug. Wat daar vooral opvalt, zijn de open plekken in het winkelcentrum. Je wandelt als het ware langs de buitenkant van de gebouwen waarin de winkels en restaurants gehuisvest zijn.

In Kuala Lumpur hebben ze trouwens na de laatste grote overstroming een nieuw systeem van tunnels aangelegd, met de weinig bescheiden naam SMART. Het is een tunnelcomplex dat in gewone omstandigheden gebruikt wordt door het autoverkeer om snel van A naar B te geraken, het is dan ook een tolweg. Maar eens er overstromingsgevaar is, wordt de tunnel gebruikt als afwateringskanaal om te verhinderen dat de hoofdstad onder water komt te staan. SMART staat voor Stormwater Management And Road Tunnel en wordt ingezet op drie manieren. De eerste manier, bij droog weer, is als autotunnel. In een tweede fase, bij gemiddeld stormweer, wordt de onderste laag gebruikt als afwateringskanaal, maar de tunnel kan nog altijd door het autoverkeer gebruikt worden. Bij hevige storm wordt de tunnel afgesloten voor alle verkeer en in zijn geheel ingezet om het overtollige water op te vangen en af te voeren. Het is de tweede grootste tunnel in zijn soort in Azië en de grootste in Zuidoost Azië. De tunnel is in mei van dit jaar in gebruik genomen.

Ondertussen kijken we met argusogen naar wat er gebeurt op politiek vlak in België, maar we moeten met lede ogen aanschouwen dat er weinig vooruitgang geboekt wordt, zo lijkt het ons althans. Er wordt veel geruzied en een oplossing lijkt nog niet echt in de maak. Daarenboven wordt het steeds moeilijk om in het buitenland uit te leggen wat er aan de hand is en waarom. En er worden een heleboel grapjes over gemaakt. Naar ik vernomen heb, zei Bob Geldof (u kent hem nog van allerlei liefdadigheidsconcerten in de jaren tachtig of van zijn liedjes over zijn haat-liefde verhouding met maandagen) recentelijk op een evenement in de Antwerpse diamantwijk dat België een goed voorbeeld kon zijn voor veel Afrikaanse landen en dat het niet hebben van een regering geen belet kon zijn om een land toch te doen draaien. Rowena, onze contactpersoon bij de UNHCR, waar ik het de vorige keer al over had, schertste met de situatie en zei dat ze ons dat misschien binnenkort als vluchteling zou terugzien… Maar we blijven hoopvol. Misschien zijn nieuwe verkiezingen toch geen slecht idee.

Maar genoeg geschreven. Tijd om te gaan slapen en morgen er weer op tijd uit om verder computers te installeren en nog zo van die zaken. Misschien vinden we zelfs tijd om te gaan shoppen, kerstshoppen heet dat dan, ook hier. Kerst behoort bij de meesten hier niet tot het religieuze leven, maar de commerciële invullen ervan is honderden malen groter dan bij ons. Maar wij houden dan weer meer van Sinterklaas.

Slaapwel,

Tom

Het kan soms vreemd lopen. Werelden die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, vinden elkaar op vreemde plaatsen en soms leiden deze ontmoetingen tot interessante businessaangelegenheden. Zo ook onze uitnodiging op een cocktailparty vorige week. De belangrijkste reden waarom we uitgenodigd waren, was de ontmoeting die ik had met de country sales manager van Manpower, dit na herhaalde klachten van onzentweege over hun dienstverlening. Na ons constructief gesprek viel de uitnodiging in de bus. Officieel was de inschrijvingstermijn reeds verstreken, maar we konden ons nog steeds aanmelden, wat we ook deden. Het geheel was in een humanitair kleedje gestoken, maar de nadruk lag op netwerken, wat we ook deden. Jammer genoeg vond het evemenent plaats in het centrum van KL en was de aftrap reeds om 18u30, een tijdstip dat redelijk onmogelijk ligt bij taxi-chauffeurs die zich buiten het centrum bevinden. Wij hebben dus noodgedwongen de taxi genomen naar KL Central Stesen en daar de monorail naar Bukit Bintang (Starhill in het Engels). Het weer was zeer aangenaam. Een heldere hemel, niet al te veel vervuiling en een temperatuur van rond de 25°C. Een korte wandeling was dus welkom. De rit met de monorail was ook interessant. Het was de eerste keer dat we dit vervoersmiddel bezigden en ik moet zeggen dat het een stuk duurder uitvalt dan de LRT, die ik eigenlijk prefereer.

Om kort door de bocht de gaan: de cocktailparty was eigenlijk een liefdadigheidsgebeuren voor Ninemillion.org – opgezet door Nike & Microsoft ter ondersteuning van de UNHCR. Deze laatste is de United Nations High Commission for Refugees, een onderafdeling van de Verenigde Naties dus. De negen millioen staat niet voor het aantal vluchtelingen in de wereld, dit aantal ligt verschillende malen hoger, maar voor het aantal – geschat wel te verstaan – kinderen onder deze vluchtelingen. Een nobel doel dus en laat vooral niet na de website te bezoeken en een gift te doen.

Maar terug naar vandaag. We hebben op die cocktailparty de lokale IT-verantwoordelijke van de UNHCR in Maleisië leren kennen en aangezien zij met een soortgelijke problematiek zit als wij – namelijk het bedienen van de hele wereld via een beperkt aantal servicecentra – moet zij ook het probleem van telecommunicatie tussen verschillende landen oplossen. Aangezien wij onze hub in Maleisië willen uitbouwen tot een servicecentrum voor heel Zuid-Oost Azië kampen wij met een gelijklopende uitdaging. Meer dan reden genoeg om eens met haar rond de tafel te gaan zitten. En wij dus naar het UNHCR in KL…

Het was niet moeilijk te vinden en ligt vlak achter het koninklijk paleis. Een stevige stalen poort markeert de toegang die bewaakt wordt door een schare wachters. Het is eigenlijk niet zo moeilijk om toegang te krijgen en eens binnen krijgen we zicht op een vrij vreemd schouwspel. Het terrein, voor 80% drassig en uit zand bestaande, heeft één hoofdgebouw dat zeer koloniaal aandoet. Rondom allemaal barakken alsof het gaat om een te snel gegroeide school die containerklassen heeft moeten plaatsen.

We melden ons aan bij de receptie en enkele minuten later komt Rowena – van oorsprong Fillipijnse – ons ophalen en leidt ons naar haar IT-barak. Op weg daarnaartoe toont ze ons dat een tiental meter verder een soort vluchtelingenkamp is opgetrokken, afgespannen door een rudimentair hek. De vluchtelingen in Azië zijn vrij rustig, zeker in vergelijking met die in Afrika, weet ze ons te vertellen. Zij hebben echt niets meer te verliezen en hier valt het in vergelijking nog mee. Ze verwerken hier 300 aanvragen per dag en verwijzen ze daarna door. Het is daarenboven niet gebruikelijk dat het hoofdkwartier samen gehuisvest is met de vluchtelingen, maar hier is dat nu wel het geval. Dit is ook de reden waarom ze in verplaatsbare barakken zitten. De bedoeling was om extra gebouwen op te trekken, maar de kans bestaat dat ze op een dag moeten opkramen en elders een centrum moeten oprichten. Maleisië heeft immers de vluchtelingenconventie uit 1952 nooit ondertekend en zodoende mogen zij enkel bij wijze van gunst op de Maleise bodem verblijven; verandert de regering morgen of verandert zij van mening dan zullen ze moeten vertrekken – of misschien vinden ze dat hun locatie niet optimaal is – net achter het koninklijke paleis – en worden ze verzocht elders in Maleisië onderdak te zoeken.

Ook hier merk je de vreemde situatie waarin dit land verkeert. Willen, maar niet de doortastendheid hebben om verregaande beslissingen te nemen. Toch niet op dit vlak. Anderzijds is het wel interessant om eens een bezoek aan deze site te brengen. Het ligt mijlenver verwijderd van de business waarin wij ons bevinden, maar anderzijds zijn er veel raakvlakken en kunnen we van elkaar leren, wat we ook doen. Daarenboven krijg je niet elke dag de kans om in een UN vluchtelingencentrum binnen te wandelen en aan den levende lijve te ondervinden hoe deze organisatie zelfs al zijn ze deel van een mondiaal gegeven toch een beetje worden beschouwd als het zwarte schaap.

Een reden te meer om hen te gedenken wanneer je de volgende keer een gift wil doen.

Groeten

Tom

 

Iedereen heeft zijn beperkingen. Dat wissen we al langer. Soms kiezen we er echter voor om dit eventjes te negeren. Maar loontje komt altijd om zijn boontje. Of was het net andersom?

Het gaat hier redelijk goed. Het weer is nog altijd hetzelfde en ik denk dat dat nog wel een paar jaar zo zal blijven. Er is wat meer regen – alhoewel – en het lijkt ook in grotere hoeveelheden naar beneden te komen. Het vochtige klimaat is blijkbaar een broeihaard voor allerhande bacteriën en da’s natuurlijk minder tof.

Ons kantoor is bijna klaar of dat hopen we toch. Vorige week is de aannemer begonnen en zij heeft ons beloofd dat het tegen zaterdag klaar zou zijn. Tot nu toe verloopt alles volgens planning – toch de zaken waarvoor zij verantwoordelijk is. Er zijn nog een paar onduidelijkheden als het gaat over het verplaatsen van onze contactdoos voor de electriciteit, de aansluiting van telefoon en internet en het installeren van onze call centre server en bijhorende software. Niks al te belangrijks dus… behalve als we maandag operationeel willen zijn. We zijn namelijk onze nieuwe tijdelijke locatie een beetje beu, alhoewel de temperatuur er aangenamer is, de ruimte groter is en de draadloze internetverbinding beter werkt in vergelijking met onze vorige verblijfplaats. Het grootste probleem is dat één van de lange wanden volledig uit glas bestaat en iedereen ons komt bekijken als apen in een kooi. Anderzijds levert dat ook wel vermakelijke taferelen op, want wij kunnen hen immers ook gadeslaan. Every cloud has a silver lining beweren ze in het Engels.

Alhoewel, veel tijd om te kijken hebben we niet. Het is immers pokkedruk geworden want we bedienen nu ongeveer de hele commerciële structuur, zo’n 28 mensen met 2 werknemers. En die mogen na een lange periode van rust en het redelijk makkelijk hebben, plots de handen uit de mouwen steken voor meer dan 150% en dat vraagt wat aanpassingsvermogen. Daarenboven leggen we lat hoog. Maandag hebben we ze een nieuw contract laten tekenen; totnutoe werkten ze via Manpower voor ons, maar nu we een eigen Maleis bedrijf hebben, was de tijd gekomen om ze over te hevelen en hen voor onbepaalde duur in dienst te nemen. Maar dat betekent weer een hele papierwinkel, niet in het minste om de loonadministratie te doen en ervoor te zorgen dat ze correct en op tijd uitbetaald worden. En natuurlijk hebben we voor versterking gezorgd, maar dat vraagt de eerste weken extra inspanningen, zeker als het de eerste keer is dat iemand opgeleid moet worden.

Tel hierbij het feit dat we gaan verhuizen en ervoor moeten zorgen dat dat ook piekfijn in orde is en dat we ondertussen ook nog proberen de toekomst van het bedrijf te verzekeren door te verschijnen op allerhande feestjes (al dan niet op eigen uitnodiging) en contacten te leggen met eenderwie we tegenkomen. Wat zijn vruchten afwerpt, maar het leven niet altijd makkelijk maakt. Vrijdag is India aan de beurt en dinsdag vliegt Chris eventjes heen en weer naar Seoul om daar ons project uit te leggen. Taiwan proberen we ondertussen ook te overtuigen en zijn we ergens ook niet de Filippijnen tegengekomen? Ik kan het niet altijd bijhouden… en Chris ook niet. Althans, zijn lichaam niet. De combinatie van stress, lange werkdagen, airco en ongezonde voeding eisen zijn tol. Ergens zaten er een paar bacteriën te veel en die zijn nu lelijk aan het huishouden. Niet dat hij er zo slecht aan toe is, maar hij moet toch een paar dagen het bed houden. Daarenboven kan hij niet eten wat het genezingsproces niet bevordert. Hopelijk voelt hij zich morgen beter, want dan hebben we een auto gehuurd zodat we wat vrijer kunnen rondbewegen.

Feit is namelijk dat taxichauffeurs over het algemeen eerlijk zijn behalve als je echt de toerist wil uithangen. Dan wordt het moeilijk om eentje te vinden die op de meter wil werken. Al kan je soms een betere deal doen zonder het te beseffen, maar die gelegenheden zijn zeer uitzonderlijk. Afin soit, hopelijk krijgen we dan de gelegenheid om nog een beetje de toerist uit te hangen, niet te veel, maar net genoeg… en om naar Ikea te rijden om nog wat extra kantoormateriaal te kopen. Jaja, ook om köttbullar te eten, wat had je gedacht! Na 6 maanden snak ik naar degelijk Europees eten. En dan bedoel ik echt wel Europees, niet te vet, niet te veel saus, maar gewoon degelijke kost op een propere manier gepresenteerd. Niet van dat Amerikaans gedoe of overdreven Italiaans, want dat begint op den duur ook te vervelen. Fingers crossed dus dat Chris zich morgen beter zal voelen. Want ik heb absoluut geen zin om me hier in het verkeer te storten. Iedereen rijdt hier aan de verkeerde kant van de weg en de motorrijders dubbel (rechts ipv links, liefst nog tegen de rijrichting in).

Ik las hier trouwens in de krant dat in Japan één van de opkomende doodsoorzaken bij werkende bevolking overwerk is. Mensen kennen hun grenzen niet en blijven maar doorwerken zonder genoeg ontspanning te nemen, want presteren is het belangrijkste. Het is ondertussen een algemeen gekend fenomeen geworden en heeft zelfs zijn eigen woord gekregen: Karoshi, dood door te hard te werken. We doen er alles aan om het niet zo ver te laten komen bij ons.

Tot de volgende,

Tom

Interessante boeken:

Nu in bezig:
”Sprängaren” door Liza Marklund

Net gelezen:

  • ”Det slutna rummet” door Sjöwall & Wahlöö
  • ”Brandbilen som forsvann” door Sjöwall & Wahlöö
  • "Den skrattande polisen" door Sjöwall & Wahlöö
  • "Innan Frosten" door Henning Mankell
  • ”Harry Potter (7 boeken in het Engels)” door J.K. Rowling
  • ”Mannen som log” door Henning Mankell
  • ”Nobels Testamente” door Liza Marklund
  • ”Polismördaren” door Sjöwall & Wahlöö
  • ”Svalan, Katten, Rosen, Döden” door Håkan Nesser
  • ”Roseanna” door Sjöwall & Wahlöö

Categorieën

Blog Stats

  • 1,106 hits